Kind en geloof
1988-10-14
Vorige week werden de kinderangsten. bij peuters en kle.~ters besproken. Die angsten kunnen misverstanden over de inhoud van de bijbelse boodschap ve!"oorzaken.- Jaargang 32
- nummer 38
In dit nummer van 'Opbouw' wordt op dit onderwerp nog ~at nader in gegaan.
Daarna maken we de 'sprong' naar het kind van 6 tot 8Jaar.
Jezus pijn doen: een voorbeeld
"Doen jullie wel eens verkeerde dingen? Weten jullie wel wát jullie dan eigenlijk doen? Jullie kennen de geschiedenis van de Here Jezus aan het kruis, De Here Jezus heeft daar verschrikkelijk veel pijn geleden. Als jullie verkeerde dingen doen - de bijbel noemt dat zonde - dan zijn jullie eigenlijk iedere keer bezig een spijker in het vlees van de Here Jezus te timmeren. Heb je dat zelf wel eens gevoeld: dat je je prikte aan een speld of datje net lekker aan het timmeren was en de spijker ging door je vel? Weetje nog hoe het toen bloedde?
En hoe zeer het deed? Als je verkeerde dingen doet, maar ook als je verkeerde dingen denkt, dan doe je iedere keer de Here Jezus pijn. Dan sla je iedere keer weer een spijker in het lichaam vat).de Here Jezus ... "
Deze weergave van een vertelling voor jonge kinderen zegt ter illustratie meer dan een heel artikel. Hoewel de verteller heeft geprobeerd zich de belevingswereld van jonge kinderen yoor te stellen, is deze uitleg voor hen volstrekt ongeschikt (nog afgezien van de vraag of dit een verantwoorde wijze van bijbeluitleg is). Het verhaal is dermate moraliserend dat ze er absoluut met mee uit de voeten kunnen: iedere gedachte of elk gedrag kan de associatie oproepen van het Jezus pijn doen.
Daardoor kunnen schuldgevoelens ontstaan, die waarschijnlijk onlosmakelijk verbonden worden met angst voor straf.
Konklusies: kinderangst en geloof
Uit de gegevens van vorige week en het voorgaande voorbeeld kunnen de volgende (algemene) konklusies worden getrokken:
- Een veilige gezinsbasis waar het kind liefde ontvangt is van groot belang voor het beeld dat een kind van God ontwikkelt.
Voor iemand die geen liefde ervaart in zijn jonge leven is het moeilijk om zich een liefhebbende God voor te stellen. (Ter nuancering: de angst voor God die het geloofsleven op latere leeftijd kan belasten houdt niet altijd verband met de vroegere opvoedingssituatie.)
- leder kind kent zijn angsten en in principe kan een kind ieder verhaal anders interpreteren dan de bedoeling van de verteller was. Dit hoeft er echter niet toe te leiden dat het kind ieder mogelijk belastend verhaal wordt onthouden (hebt u de inhoud van sommige sprookjes wel eens tot u door laten dringen?).
Er is dan ook geen enkele aanleiding om om deze reden het jonge kind bijbelse vertellingen als zodanig te onthouden.
Wel is het van belang om de gevoeligheid en de fantasie van het (individuele) kind in de gaten te houden. Zo kan het b.v. beter zijn om een tijdje de bijbelvertelling van voor het slapen gaan te;verplaatsen naar een vroeger tijdstip (vgl.
het voorbeeld van Fowler in 'het artikel van vorige week).
- De bijbel is een boek van onschatbare waarde, (juist) ook voor jonge kinderen.
Omdat ze een sterke behoefte hebben aan een veilige basis, kan in de bijbelvertelling de nadruk het beste liggen op het vertellen over een liefhebbende God, die alles maakte en ons kent en begrijpt.
- De Bijbelvertellingen voor kleuters moeten kort en konkreet zijn. Begrippen als zonde en schuld zijn voor deze leeftijdsgroep vaak nog te abstrakt. De nadruk ligt daarbij op wat er gebeurt (het gaat meer om het verhaal dan om de moraal). Konkrete geschiedenissen spreken het meeste aan. Kleuters houden van herhaling; een geschiedenis kan meerdere malen verteld worden.
Wanneer een 'spannende' geschiedenis wordt verteld, is het bij sommige kinderen verstandig om het verhaal af te maken (b.v. niet: de Israëlieten midden in de zee, achtervolgd door de Egyptenaren; en pas de volgende dag verder vertellen). Er kunnen al veel bijbelse geschiedenissen verteld worden, maar de manier waarop het verhaal verteld wordt is erg belangrijk. Het te nadrukkelijk inspelen op het inlevingsvermogen en op emoties moet vermeden worden.
- God mag nooit misbruikt worden als 'drukmiddel' bij pedagogische onmacht van opvoeders ("Denk erom, God ziet alles "). Dan is de kans niet denkbeeldig dat het kind God slechts als "eeuwig loerende politieagent" gaat zien.
Vooral voor de kleuter kan de angst voor-straf heel beangstigend zijn... - Opvoeders kunnen ook te bang zijn om fouten te maken. Ze mogen zich dan realiseren dat de overdracht van het geloof uiteindelijk niet van de eigen inbreng afhankelijk is: God zorgt voor de geestelijke groei van het kind.
Een grote verandering
In de eerste aflevering van deze serie konstateerden we dat zowel Rümke als Fowler de leeftijd van 7 jaar als grens noemden van een sterke verandering in het denken van kinderen. Deze verandering wordt door ontwikkelingspsychologisch onderzoek bevestigd. Een kleuter van 4 jaar denkt nog in één dimensie: in een hoog glas zit meer limonade dan in een breed glas; er is één oorzaak en één gevolg. Een kind van 8 vergelijkt meerdere aspekten met elkaar.
Dit heeft ook (geleidelijk) gevolgen voor de gewetensontwikkeling. Kinderen van 6jaar vinden iets verkeerd 'omdat je er straf voor krijgt'. Op latere leeftijd gaan kinderen rekening houden met de motieven achter de daad (iemand die honger heeft en een brood steelt wordt anders beoordeeld dan iemand die dit zomaar doet).
Kinderen van een jaar of 6 gaan naar dat allemaal onthouden, wat Hij in de bijbel op wilde schrijven?"vroeg een 6-jarige jongen. Sinterklaas wordt ontmaskerd en het kind voelt dat sprookjes ook niet 'waar gebeurd' zijn. Als gevolg van. deze veranderingen in het denken wordt ook de bijbel 'getoetst' op de juistheid. Het is 'niet het kritische denken van de puberteit, maar de vragen in deze leeftijd dragen wel het kritisch wegen van mogelijkheden met zich mee.
Op de grens tussen twee werelden
Wanneer er veel verandert in het denken van kinderen heeft dit - zo bleek eerder in deze serie - ook gevolgen voor het geloofsleven. Misschien vormt een letterlijke weergave van een gesprek met een 6-jarig meisje op de avond voor Moederdag hierbij de beste illustratie: "Pappa, de Here Jezus kan morgen al terug komen, of misschien vannacht al, hè? Ik hoop maar dat Hij gauw op aarde terug komt. Maar als Hij nou vannacht terugkomt, hoe wekt Hij ons dan? Eigenlijk hoop ik liever niet dat Hij vannacht komt, want dan heb ik de kadootjes voor moederdag helemaal natuurlijk wel. Dan heeft mamma de kadootjes tenminste. Ik denk dat het wel vol wordt in de hemel, met al die mensen. Alleen de stoute mensen gaan niet mee, want die zitten al in de gevangenis.
Hoe gaan we trouwens naar de hemel? Op een wolk? Zakken we daar dan niet door? Ik snap toch eigenlijk niet hoe dat kan, hoor!"
Kinderen van een jaar of 6 staan nog met één been in de magische wereld waar alles kan. Met hun andere been staan ze in de wereld van de realiteit.
Daardoor worden er heel nieuwe vragen gesteld,' waarbij ook het zich ontwikkelende vermogen tot logisch denken een rol meespeelt.
Volgende week komen we - met betrekking tot de bijbelvertelling - nog op deze leeftijd terug.