Pastorale Notities

1988-10-14
  • Jaargang 32
  • nummer 38
De dominee als angstig bezit
Dominees zijn onder ons een dankbaar onderwerp van gesprek. Zij weten dat en dragen dat kruis vrolijk. Zodra hij binnen gehoorsafstand van een pratend gezelschap komen valt er vaak een stilte. Zo is het gezegde in de wereld gekomen "er gaat een dominee voorbij". Hoewel een beetje dominee in zo'n geval helemaal niet voorbij gaat, maar doende alsof zijn neus bloedt zich bij het gezelschap voegt.
Wat zegt men zoal van de dominee?
Ik heb op dit punt uiteraard slechts vermoedens. Ik heb de indruk dat de tendens van de gesprekken gaat van "die raken we nooit meer kwijt" tot "die houden we niet lang". Dit laatste is natuurlijk uitermate vlijend voor de betrokkene, maar u hoort wel, hoe hier de dominee geworden is tot een angstig bezig, dat .
permanent bedreigd wordt door roofzuchtige.
zusterkerken en de stroperij van hoorcommissies.
Het is hierbij dat ik nu de vinger wil leggen, want dit mag niet.
Er is onder ons geen regel voor de termijn die een predikant minstens in een gemeente behoort te blijven. Als ik het goed heb, hebben de kerken elkaar voor het laatst in 1899 daarin een advies gegeven: laat de man ten minste twee jaar in zijn gemeente. Onder ons is die termijn in praktijk wel veel langer, dacht ik. Bij de bevestiging van een predikant vallen bij ons niet zulke zware woorden als bij een huwelijk: ,,in gezondheid en ziekte” en ,,tot de dood ons scheidt”. Het is evenwel ook niet de bedoeling dat de predikant onder zijn jawoord staat te denken ,,tot ik beter kan” .
Zou het in onze kringen voldoende bekend zijn dat de band gemeente – predikant bilateraal is? D.w.z. dat de wederovereenkomst wederzijds bindend is.
Teveel nog heerst onder ons de gedachte dat het allemaal volledig afhangt van zijn beslissing.
In toenemende mate is het de praktijk dat hoorcommissies een predikant die zij op het oog hebben vragen of hij een eventueel beroep in overweging wil nemen. Maar er zou evenveel aanleiding zijn om de betreffende kerkenraad eens te polsen of zij hem eventueel zouden laten gaan. Het is denkbaar dat een kerkeraad dat zegt: voor zover wij dan nu kunnen beoordelen is het welzijn van de gemeente nog te veel van deze predikant afhankelijk en zij zouden hem daarom nu nog aan zijn jawoord houden.
Het is in elk geval niet goed wanneer de gemeente op zondagochtend angstig rond zien of er soms onbekenden in de kerk zitten, die wel eens tot een hoorcommissie zouden kunnen behoren. U bent er ook nog!
En boven alles ik heb toch de indruk dat onder ons fijngevoeligheid heerst en eerbied ook voor het eerst apostolisch bevel dat wij niet slechts zullen letten op ons eigen belang maar ook op dat van de ander.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief