Het Liedboek

1987-09-11
  • Jaargang 31
  • nummer 34
Lied 441
Taal en stijl van dit Lied zijn zodanig "dierbaar" dat het, nog afgezien van de piëtistische inhoud, o.i. geen plaats toe komt in het liedboek van onze tijd. Een paar illustraties kunnen dit voldoende bevestigen: "Geen medicijn kan baten: er moet gestorven zijn" (strofe 3); ,,0 draagt niets overbodig: gij draagt uzelve dood!" (strofe 4); "uw ziel moet gij stofferen, maar niet uw aardse stee" (strofe S); "Kunt gij het soms niet harden en wordt uw weg een kruis, ‘t is toch de weg naar huis!" (strofe 6); "Weest voor een elk de minste, maar ook weer graag de meeste in liefdedienst alleen" (strofe 10); "Wij moesten het maar wagen - 't is wel het wagen waard - om niets meer mee te dragen dat onze ziel bezwaart"
(strofe 12).
De melodie is goed en algemeen bekend Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 442
Het bekendste, wellicht ook het beste en in ieder geval het meest verspreide gezang van von Zinzendorf is dit Lied over de navolging van Christus. Hoewel voortkomend uit een piëtistisch milieu, heeft hij zich in zijn godsdienstig denken zodanig ontwikkeld, dat hij in feite belangrijke kenmerken van het Piëtisme achter zich liet. Dat blijkt ook duidelijk uit dit Lied, waardoor het volkomen aanvaardbaar is. "Bovendien heeft de oorspronkelijke bewerker (Gregor) de "ik"-vorm én de "wij"-vorm veranderd, waardoor het lied duidelijk aan waarde als gemeentelied heeft gewonnen". (Comp. p. 1002). "Het leent zich. evengoed voor algemeen gebruik als voor bijzondere gelegenheden (huwelijksinzegeningen als begrafenissen). Het is in zijn eenvoud voor ontelbaar velen tot troost en steun, geworden" (p. 1003).
Wat de melodie aangaat, deze moet vooral niet te snel worden gekozen, terwijl in 't bijzonder gelet moet worden op de rusten. "De moeilijkheden met het te vroeg beginnen bij de regels 2, 3 en 6 (ook organisten hadden er moeite mee!) zijn nu hopelijk opgelost als men het begin van de regels niet als opmaat behandelt en de: rusten in acht neemt."
(Comp.p. 1004).
Tekst: 3; melodie:3.

Lied443
De oorspronkelijke dichter van dit Lied is de Engelse Methodist Charles Wesley, die de belangrijkste dichter van deze beweging is geworden. De methodistische boodschap die appelleert aan het individuele religieuze gevoel, waarbij het Evangelie vernauwd wordt tot het vertrouwen op Jezus die stierf voor hun zonden en zich uit liefde voor hen prijs gaf, straalt duidelijk in dit lied uit.
En daarmee is de inhoud o.i. toch te beperkt.
Bovendien vertoont de tekst een tamelijk gewrongen stijl: "Liefde Gods die elk beminnen hemelhoog te boven gaat" (strofe 1); "God almachtig bovenmate, die zo nederig verscheen, keer opeens terug en laat ons nooit meer, nooit meer hier alleen" (strofe 2); ,...tot wij eeuwig bij U wonen, schrijdende van licht tot licht" (strofe 3).
De oorspronkelijke - Engelse - tekst is belangrijk beter.
De melodie wordt gekenmerkt "door haar onweerstaanbare eenvoud en haar innerlijke muzikaliteit" (Comp.. p.1005). Deze melodie is een betere tekst waardig.
Test: 1; melodie: 3.

Lied 444
"De dichter van dit Lied was een rooms-katholiek priester en zijn lied is een uiterst vereenvoudigde versie van het klassieke "Te Deum Laudamus". Omdat het zich bij rooms en onrooms nog steeds in een grote populariteit verheugt en er eigenlijk geen woord in miszegd wordt, pleitte meer vóór opname in onze bundel dan daartegen. Dus eenvoudig niet weg te denken, ofschoon ik het er persoonlijk heel goed uit weg zou kunnen denken", aldus de bewerker.
(Comp. p. 1006). De eerste vertaling is van de bekende dichteres Hélène Swarth en ofschoon door de huidige bewerker belangrijke verbeteringen daarin zijn aangebracht kan toch als bezwaar gelden, de anticlimax aan het slot van strofe 3: "Eeuwig blijft Uw trouw bestaan - laat ons niet verloren gaan". De laatste regel is nl. te negatief t.o. v. .de voorgaande. In vergelijking
met de beide voorgaande strofen zou de tekst van strofe 3 positiever kunnen zijn in de stijl van: "U ontfermt zich over ons en opent Uw Vaderarmen", in overeenstemming met de beginregels.
De eenvoudige melodie is zeer bekende Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 445
Vorm en woordkeus van dit Lied zijn matig, enigszins aan de zwakke kant: "Ja, ik weet het, ik zal, leven en door Hem ten hemel gaan" (strofe 1); "Jezus Christus is gestorven, is verrezen ook voor mij, heeft de zegepraal verworven en het leven, ook voor mij" (strofe 2).
De inhoud van dit, oorspronkelijk 8 strofen tellende en nu met 3 strofen gereduceerde lied kan gelezen worden tegen de .achtergrond van Rom. 8:31-39.
Voor strofe 1: zie Rom. 8:32 (vgl. Joh. 1: 12; Ps. 33:6); voor strofe 2: Rom. 8:34 (vgl., 1 Joh. 2:1) en voor strofe 3: Rom. 8: 35-39 (vgl. Ps. 91) (Comp. p. 1009,).
De melodie is rustig van karakter, waarbij speciaal gelet dient te worden op de korte noten om vervlakking te voorkomen. Tekst: 2; melodie:3.

Lied 446
Hoewel de dichter van dit Lied een overtuigd calvinist was, voelde hij zich tevens nauw verwant met zijn tijdgenoten de methodisten John en Charles Wesley (zie bij lied 443). Dat is duidelijk merkbaar in het subjectivisme dat dit lied kenmerkt: ,,0, naam eeuwige ademtocht, een sterveling ben ik, als eens mijn eigen adem stokt dan draagt mij uw muziek" (strofe 7). Ook het mystieke element ontbreekt niet: "sterk en vurig wordt de ziel wanneer zij U aanschouwt" (strofe 4). Opmerkelijk in dit verband is ook strofe 2: in tegenstelling met alle overige strofen wordt hier het meervoud "ons" gebruikt.
Vergelijking met de tekst van een meer getrouwe vertaling van dit lied (gezang 172 uit de bundel - 1938) doet de voorkeur uitgaan naar deze minder vrije bewerking, ondanks wat verouderde uitdrukkingen.
"De melodie is zeer bekend en geliefd geworden, juist met Newtons tekst."
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 447
Belangrijk sterker dan van het voorgaande (446) is de tekst van dit Lied, afkomstig van een tijdgenoot en vriend van Newton, vooral ook indien het bezien wordt tegen de achtergrond van het leven van de dichter William Cowper.
De vroege dood van zijn moeder en een mislukte liefde wierpen een diepe schaduw over de enigszins mensenschuwe jongeman. De zwaarmoedigheid, die zich soms manifesteerde in vlagen van waanzin, waardoor hij meermalen probeerde zelfmoord te plegen en daarna langdurig in een zenuwinrichting werd opgenomen, kenmerkt zijn levensgang.
“Toch buigt de dichter zich eerbiedig voor de verborgen wegen van Gods majesteit. Iets van de strengheid der verkiezingsgedachte ligt in het lied verborgen. Niet de vrome beschouwing als bij vele tijdgenoten, maar de strengheid van de majesteit Gods staat hier centraal: Zoudt gij verstaan, waar Hij u leidt? Vertrouw Hem waar Hij gaat.
Zijn duistere voorzienigheid verhult zijn mild gelaat" (strofe 4).
Het is de vertaler maar ten dele gelukt de sfeer van het oorspronkelijke vers te benaderen" (Dr. van Andel, a.w. p.
137). Wat de melodie betreft: "in het rustige tempo, dat voor deze melodie aangewezen is, is het met het ritme oppassen geblazen: de slotnoten van de regels 1 en 3 worden gewoonlijk te lang genomen". (Comp. p. 1019) Tekst: 3; melodie: 3.



De zondeval van de kunstenaar

De Muze nu was de listigste van alle godheden die de Griekse Oudheid had voortgebracht,
en zij zei tot de kunstenaar:
God heeft zeker wel gezegd: Gij zult in het geheel geen Kunstwerken scheppen?
Toen zei de kunstenaar tot de Muze: Ik mag alle gaven die God mij gegeven heeft gebruiken om Hem daarmee te eren.
De Muze echter zei tot de kunstenaar: - Werp het juk van u af en ge zult als God zijn: hoog verheven boven goed en kwaad, scheppend met uw hand wat uw hart tot. stand wil brengen.
En de kunstenaar zag dat alles wat zijn hart voortbracht begeerlijk was om daardoor machtig te worden, en hij wierp het juk van zich af. Toen werden zijn ogen geopend, en hij zag:
er is geen god,
er is geen muze,
alleen Ikzelf en de Rede.
Maar toen hij beter keek, was er ook geen Rede alleen hijzelf:
naakt,
opbrandend,
één schrede van de Dood,
die bleef.
En hij schreeuwde, maar er kwam geen antwoord.
Er klonk geen geluid van voetstappen in de Hof.

Joop Klein

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief