Terloops
1987-09-11
- Jaargang 31
- nummer 34
Strijden met Gods wapens
De brief van Paulus aan de gemeente te Efeze is, vooral in het tweede gedeelte, een zeer praktische brief.
Verschillende praktische zaken komen aan de orde. Paulus vindt het nodig om de gemeenteleden op een aantal dingen te wijzen, want het is geen gemakkelijke tijd (5:16 en 6: 13). Er is veel dreiging en de gemeente moet waakzaam zijn om aan die dreiging te kunnen ontkomen.
Dat vraagt strijd, moeite, aktiviteit. In vers 12 zegt hij, dat we hebben te worstelen. Dat worstelen heeft allereerst betrekking op het ontdekken van 'wie tegen zijn': Er zijn overheden en machten, wereldbeheersers en boze geesten.
Maar die laten zich niet altijd gemakkelijk ontdekken, ze houden zich vaak schuil en zijn lang niet altijd van 'vlees en bloed'.
Tegenstanders zijn niet altijd met de hand aan te wijzen. Paulus heeft het dan ook niet voor niets over de listige omleidingen van de duivel (6:11).
Het is niet gemakkelijk om te ontdekken, wanneer en hoe de duivel aan het werk is. Hij probeert in ons leven in te dringen op een slimme, vaak niet opvallende manier. En daarom moeten we staande blijven en de duivel wederstaan.
Dat kan, omdat God ons de wapens wil geven. De wapenrusting ligt klaar, maar we moeten die wel aandoen.
Het is opvallend, dat Paulus de gemeente - ons - niet oproept wapens uit eigen arsenaal te voorschijn te halen, maar uit Gods voorraad. God wil immers Zijn kracht in onze zwakheid zichtbaar en tastbaar maken.
Dat vraagt vooral geloof en geloofsaktiviteit.
Een christen strijdt anders dan een niet-christen.
Het aandoen van de wapenrusting van God heeft niets te maken met kracht en geweld, zoals die in onze tijd zich zo vaak manifesteren. Geen kracht of geweld, maar Gods Geest.
Maar als de gemeenteleden zó te werk gaan, het materiaal van God oppakken en het verachten van Gods Geest, dàn kan er óók sprake zijn van echte strijd. Dan moet er maar niet lijdzaam worden afgewacht, maar strijdbaar worden opgetreden.
Vanuit de juiste uitgangspositie moeten we krachtig zijn en de duivelse machten geen terrein laten winnen, maar juist terrein ontnemen.
Om deze reden doet
Gods wapenrusting aan,
zodat gij als het moet
de vijand kunt weerstaan
Zo staat gij dan gereed,
strijdvaardig en gespoord,
ten laatsten kamp en weet:
het zwaard dat is Gods woord.
(Lied 96)
Na de duidelijke oproep tot strijd maakt Paulus in zijn brief een onverwachte wending. Het lijkt wat vreemd, maar het klopt toch duidelijk met de bedoeling van wat hij naar voren brengt. Hij wijst op de kracht van het gebed. Er moet gebeden en gesmeekt worden. Dat bidden hoort er voor Paulus echt bij. Het contact met God, die de wapens geeft, moet er blijven. De geloofsstrijd kan alleen goed gestreden worden, als we regelmatig omhoog kijken. En dan maar niet alleen bidden voor onszelf, maar ook voor anderen, voor medestrijders, voor al Gods kinderen. Bidden leert onderscheiden, bidden maakt strijdvaardig. Bidden geeft ook vrijmoedigheid om het woord te voeren als dat nodig is.
Bidden kan ons ook bewaren voor hoogmoed. We strijden niet voor onze zaak, maar voor Gods zaak.
We strijden niet in eigen kracht, maar in Gods kracht. We gebruiken niet onze eigen wapens, maar Gods wapens. Strijdbare christenen zijn vooral ook nederige christenen, omdat ze weten van kracht en zwakheid.