Geloven we het wel? (1)

1987-09-18
  • Jaargang 31
  • nummer 35
De titel van de inleiding valt op twee manieren uit te leggen. De ene kant van het verhaal is de passieve zijde: we geloven het eigenlijk wel, kerk verlating is in onze tijd onontkoombaar. De andere kant die de titel wil suggereren is de vraag of we nog gelóóf, of we nog hoop hebben. Geloof dat het ook ànders kan, een geloof dat niet gevoed wordt door pessimistische prognoses van statistieken, maar dat geworteld is in het geloof in de werking van de Heilige Geest en in Gods genade.

Emoties
Spreken over kerkverlating is moeilijk.
Moeilijk omdat het zo'n gevoelig onderwerp betreft. Het raakt heel direkt ons hart, en daarmee onze emoties. Wanneer 's zondags tijdens de kerkdienst de kerkverlating genoemd wordt, wanneer het onderwerp op bijbelkringen ter sprake komt, doet zich een zekere spanning voor. In iedere gemeente kent men in het kerkgebouw de lege plaatsen en in iedere gemeente zijn ouders te vinden die het verdriet met zich meedragen van kinderen die niet meer naar de kerk gaan. We hebben daarom de neiging om erover te zwijgen. Een onderwerp dat mensen verdriet doet, laten we immers maar liever rusten ....

Niet zwijgen
We hebben de neiging om over 'tere' zaken te zwijgen. Toch is het niet goed om van een onderwerp dat ons zó aan het hart gaat een taboe te maken. Ds C.G. Geluk noemt een belangrijk pastoraal-psychologisch argument: wanneer we zwijgen wordt ook de emotionele verwerking veel moeilijker. De voorzitter van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond merkt o.a. het volgende op: "Het is niet mogelijk om anderen te laten voelen wat wij voelen als onze kinderen de kerk de rug toekeren.
Maar in de gemeenschap der heiligen is het wel mogelijk om anderen de gelegenheid te geven om in onze ouderpijn mee te leven en om hen daar tot op zekere hoogte in te laten delen .” Ds Geluk wijst daarbij op de christelijke gemeente als gemeenschap, waarbij de leden van die gemeente met elkaar meeleven en elkaar ondersteunen (1)

Een tweede golf van kerkverlating
Er kan nog een andere reden genoemd worden waarom we het onderwerp 'kerkverlating' niet kunnen verzwijgen.
Jarenlang ging men er bij de kerken aan, de rechterflank van de gereformeerde gezindte min of meer stilzwijgend vanuit dat kerkverlating daar een randverschijnsel zou blijven; het loslaten van de kerk hing immers sterk samen met Schriftkritische prediking? De laatste jaren neemt echter ook binnen deze kerken het aantal kerkverlaters sterk toe.
En die toename treft allang niet meeralleen de randkerkelijke gezinnen. "Ook al zijn de ouders heel betrokken bij godsdienst en kerk, dan nog is de kans niet groter dan fifty-fifty dat de kinderen in hun, voetspoor verder gaan" merkt drs H. C. Stoffels op naar aanleiding van een onderzoek onder 662 VUstudenten (2, 3). Deze cijfers zijn verontrustend.
Wat leeft er onder jongeren, ook in bijbelgetrouwe kerken?
Missen predikanten, kerkeraden en ouders bepaalde informatie, zijn er mogelijkheden om beter in te kunnen spelen op deze - door prof. dr. G: Dekker zo genoemde - 'tweede golf van kerkverlating'?

Middelen en methoden
Op het voorgaande zou een wedervraag gesteld kunnen worden: het, Woord moet het toch doen? Wat doen onze middelen er verder toe? We moeten ons inderdaad steeds weer realiseren dat het niet onze middelen zijn die mensen binnen de kerk kunnen houden. Het is de Heilige Geest die het geloof in de harten werkt. Toch is er ook een andere kant, maar die kant doet niets af aan de werking van het geloof en de werking van de Geest. Soms kunnen we evenzeer op een nieuwe wijze het Woord laten spreken. De apostel Paulus wist heel goed dat het niet zijn middelen waren die mensen tot geloof brachten.
Toch maakte hij wel gebruik van verschillende methoden van verkondiging, afhankelijk vim de mensen die hij wilde bereiken. "En ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen; hun die onder de wet staan, als onder de wet" hun die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet. Ik ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden. " (1 Cor. 9), Het feit dat we ons afhankelijk weten van de genade behoeft ons niet te weerhouden van het zoeken naar nieuwe wegen.

De schuldvraag
Wanneer kinderen de kerk de rug toekeren, leeft bij veel ouders de vraag: 'wat deden we verkeerd?' Deze vraag wordt overigens lang niet altijd hardop uitgesproken; mogelijk speelt daar ook een gevoel van schaamte in mee. Een publikatie zoals 'Het lege testament' (4) heeft het er voor veel ouders evenmin gemakkelijker op gemaakt om over hun kinderen buiten de kerk te spreken.
Mevrouw Andree verwijt Van der Ploeg dat hij een nieuwe zondebok heeft gevonden: "niet de grote stad, niet de vrienden, niet de kerk, niet de goddeloze studie, maar de ouders" (5). Kerkverlating is bijzonder complex: er spelen veel faktoren in mee. Ieder kind is anders, heeft een eigen karakter, ieder kind reageert ook weer anders op zijn omgeving. Jakob en Esau waren zelfs tweelingen; toch ging ieder zijn eigen weg. De zoon van de vrome koning Hizkia - Manasse -"verleidde Juda en Jeruzalem ertoe, meer kwaad te doen dan de volken die de HERE vóór de Israëlieten had verdelgd" (2 Kronieken 33). De omgeving is ook voor ieder kind verschillend: de school, vrienden, woonomgeving, de christelijke gemeente waar men lid van is. Kortom: een complex samenspel van faktoren, voor ons vaak onontwarbaar ...
Wanneer kerkverlating zo complex is, is het ook volkomen ten onrechte om de schuldvraag zondermeer naar één kant - bijvoorbeeld naar de ouders - te schuiven. Helaas wordt dit - zowel door mensen binnen de kerk, als door mensen die buiten de kerk zijn geraakt maar al te vaak gemakkelijk gedaan.
Bovendien houdt een dergelijke eenduidige verklaring onvoldoende rekening met de invloed van het kwaad in deze wereld èn anderzijds met de genade van God, Tenslotte: wanneer mensen de kerk de rug toekeren is dat evenzeer een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de héle gemeente als van de ouders. We moeten er daarom ook allemaal verdriet over hebben.

Ouderschuld en ouderpijn
In zijn boek 'Hoe houden we de jongeren bij de kerk?' (1) maakt Ds C. G. Geluk onderscheid tussen ouderschuld , en ouderpijn. Als kinderen de kerk de rug toekeren veroorzaakt dit pijn, verdriet.
Maar verdriet is niet hetzelfde als schuld, al liggen verdriet en schuldgevoel wel heel dicht tegen elkaar aan.
Bij psychische pijn, als we met eigen ziekte gekonfronteerd worden, dan leeft ook de vraag: 'waarom overkomt dit mij?'
Verdriet moet verwerkt worden. Dan is het goed als er anderen zijn met wie dat verdriet gedeeld kan worden. Dat is een taak voor de christelijke gemeente.
Daar waar sprake is van schuld omdat we veel minder hebben gedaan dan we konden en moesten doen (het vóórleven, lezen, bidden, trouw in de kerkgang), daar moet die schuld ook beleden worden. En dàn is er ook vergeving.

LITERATUUR
1) ds C. G. Geluk: Hoe houden we de jongeren bij de kerk? (Kok, Kampen, 1987).
2) Hans Obbink: Ik maak zelfwel uit wat ik geloof (Vlf-Magazine, februari 1987).
3) Drs H. C. Stoffels en dr G. Dekker: Geloven van huis uit? (Kok, Kampen, 1987).
4) Piet van der Ploeg: Het lege testament (Wever, Franeker, 1985).
5) Mevr. dr T. G. I.M. Andree: Teveel leeg gestaard op het lege testament (in: Bert de Jong: De lege kerk, een grote zorg: uitgave van dagblad Trouw, 1985).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief