Wat is je troost in leven en sterven?
2011-03-18
De vraag waarmee de Catechismus opent is zondermeer actueel in een hospice, maar is dat niet minder in ontmoetingen met mantelzorgers of bij een groepje jongeren op de catechese. In het kwetsbare laatste traject van zorg raken gesprekken aan die vraag. Door langdurige en veelal steeds intensievere mantelzorg wordt het verlangen naar troost en houvast dringender. Maar de vraag en niet minder het antwoord zoeken toch ook echt een plek in het leven van een gewoon meisje van 14 jaar!- Jaargang 55
- nummer 6
Bijzonder is het om met catechisanten vanuit mijn eigen werkervaring over dit onderwerp in gesprek te gaan. Ze beginnen dichtbij zichzelf.
Wat geeft betekenis aan het leven van iedere dag en wat geeft je daarin echt houvast.
Ze zijn met plaatjes uit allerlei tijdschriften aan de slag gegaan.
Een paar jonge meiden komen met uitbundige beelden: actie, vriendinnen, mode, het woord ‘ontspan’ als uitroep, maar ook zomer, strand, zon en shoppen halen het bij alle meisjes op één na. Daarnaast doen ook plaatjes van een mobieltje, mooie sneakers en lekker eten het goed. Ja, deze dames bruisen van leven. Het is ook echt iets om van te genieten op het moment dat ik het meemaak.
Tegelijk voel je daarin de kwetsbaarheid als het leven anders zal gaan lopen, maar ook de eenzaamheid van die ene voor wie het leven nu al zo anders is. Het brengt me bij een indringende vraag. Hoe leren wij hen met deze vraag voor het hele leven te rekenen, met eigen kwetsbaarheid om te gaan en voor eenzaamheid oog te hebben? Hoe geven wij dat persoonlijke antwoord daarop – ik ben van Jezus – concreet handen en voeten in al die hoogten en diepten van het leven: voor onszelf, voor de jongeren om ons heen?
In een oudere groep zoeken ze naar een beeld waarin hun houvast doorklinkt. Ze vinden mooie en typerende plaatjes: een dartbord voor ‘een doel hebben’, maar ook een huis, een vaste hand, de vrijheid van een vogel, de zon. Het zijn sterke beelden waarmee ze hun houvast typeren. Ze plakken dat beeld op een papier en schrijven daar omheen woorden die bij hun leven passen. Relaties spelen een centrale rol: ouders, vriendschappen, één unieke relatie. Wat mij daarbij meteen opvalt: de relatie tot Jezus blijft ongenoemd. Tegelijk klinkt in de woorden die zij opschrijven de kwetsbaarheid ook zo duidelijk door: pijn, problemen, ziekte, verdriet, haat, oorlog worden genoemd. Opvallend is dat daar bij iedereen - op wat voor manier ook – een grote streep doorheen staat.
Herkenbaar toch om het kwaad op grote afstand te wensen en te houden, een verlangen naar een leven zonder zorgen en pijn? Maar één ding is zeker, zo zal het leven niet zijn. Hoe kun je hen en jezelf daarop voorbereiden? Kun je zo leven dat pijn en moeite, ziekte en dood echt in het leven van alle dag in ons en ook in hun blikveld zijn? Dan kan er een houvast groeien, waaraan je steun hebt in tijden van mantelzorg, waarop je terugvalt in de terminale fase van het leven.
Judith Gerkema-Mudde was werkzaam in hospice Kuria, verzorgt lezingen t.b.v. de ondersteuning van mantelzorgers en geeft catechese in de NGK Amersfoort-Noord.