Verdrukking ondervinden
2011-03-18
Het is opvallend, dat het woord verdrukking in de Nieuwe Bijbelvertaling helemaal niet meer voorkomt; althans niet in het Nieuwe Testament. In de Herziene Statenvertaling komt verdrukking of verdrukkingen maar liefst 48 keer voor in het Nieuwe Testament. - Jaargang 55
- nummer 6
Wat is verdrukking eigenlijk? Het woord druk zit daarin.
Er wordt druk op je uitgeoefend en daardoor heb je minder ruimte. Je wordt opzij of naar beneden gedrukt. Je komt in kniep of in knieperd te zitten, zoals de Groningers het uitdrukken. Dat kan letterlijk zijn zoals de Israëlieten in Egypte werden verdrukt; maar het kan ook zo zijn dat men figuurlijk minder ruimte krijgt. Vaak is het een combinatie van letterlijke en figuurlijke druk of pressie die leidt tot ellende.
Zo zegt Jakobus: ‘Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun verdrukking, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven’ (1:27). Weduwen en wezen ervaren verdrukking, wellicht vooral letterlijk; maar je moet ook jezelf beschermen tegen de druk van de wereld.
Lijdenstijd
De tijd waarin wij nu leven - ik bedoel de tijd tussen de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag en de Wederkomst - kun je zien als een lijdenstijd. Het is eigen aan christenen, dat ze leven in verdrukking. Zo gaan Paulus en Barnabas opnieuw naar Lystra en Ikonium om de leerlingen te bemoedigen. Ze spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel verdrukkingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’ (Handelingen14:22). Jezus zelf zei tijdens de gesprekken met zijn leerlingen bij het laatste avondmaal: ‘Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen verdrukkingen ondervinden in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen’ (Johannes16:33). Dit is zelfs zijn laatste uitspraak voor hij het hogepriesterlijk gebed bidt! De apostel Johannes typeert zijn verblijf op Patmos als verdrukking, maar zegt tegelijk, dat hij daarin deelgenoot is van de christenen. ‘Ik, Johannes, die ook uw broeder ben en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en in de volharding van Jezus Christus’ (Openbaring 1:9). Uit het hele Nieuwe Testament komt naar voren, dat verdrukking eigen is aan het leven van christenen.
De vraag komt dan wel heel dichtbij, hoe ik dat merk in mijn persoonlijk leven? Hoe is de tegenslag in mijn leven te verbinden met het lijden waarover Jezus en de apostelen het hebben? En hoe ervaar ik het lijden van andere christenen?
Is het zo dat ik daaraan lijd? Ervaar ik medelijden?
Als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Maar hoe voel ik die pijn? Vragen om eens over na te denken in de lijdenstijd.
Verbonden met Jezus’ lijden
Onze verdrukkingen staan niet op zichzelf. Ons lijden, onze beproevingen, onze verschrikkingen en onze ellende (deze woorden gebruikt de NBV) staan in directe relatie met Jezus Christus. Je kunt het niet slechts vergelijken met bijvoorbeeld discriminatie omdat je christen bent.
Daar hebben volken en groeperingen als Boeddhisten of Tibetanen ook mee te maken. Christenen ervaren druk van buiten waardoor ze niet de volle ruimte kunnen beleven om als christen te leven. Christenen vormen een lichaam; de kerk is het lichaam van Jezus Christus. Het lijden van ons christenen is met het lijden van Jezus zelf verbonden. Heel sterk drukt Paulus dat uit in zijn brief aan de Kolossenzen. ‘Ik ben blij dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog aan Christus’ verdrukkingen ontbreekt, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, waarvan ik de dienaar ben’ (Kolossenzen1: 24).
De grote verdrukking
We leven in de lijdenstijd. Enerzijds in wat ook wel de veertigdagentijd wordt genoemd; de tijd waarin we in het kerkelijk jaar stilstaan bij het lijden en sterven van Jezus.
Anderzijds leven we in de lijdenstijd, omdat we christenen zijn en zo deel hebben aan het lijden als christenen.
Dat lijden krijgt een climax voordat Jezus verschijnt. In dat verband spreken we van de grote verdrukking. Een term die zelfs besproken wordt op Wikipedia. Opvallend is, dat de uitdrukking de grote verdrukking, maar op één plaats in de Bijbel voorkomt. In Matteüs 24 is wel sprake van een grote verdrukking en in Marcus 13 van verdrukkingen zoals er nooit geweest zijn en nooit meer zullen komen. Maar we vinden de woorden de grote verdrukking alleen in Openbaring 7.
Heerlijkheid van verdrukten
In de NBV staat boven Openbaring 7 De honderdvierenveertigduizend voor de troon. De HSV heeft dit hoofdstuk gesplitst. Boven het eerste deel staat De verzegelden uit de twaalf stammen en boven het tweede deel staat De heerlijkheid van hen die verdrukt werden. Ik vind dat wel mooi. Dat er in het kopje het woord verdrukt gebruikt wordt. Eerst worden er twaalf maal twaalfduizend verzegelden voor de troon geleid. Een precieze telling: uit elke stam twaalfduizend. En dan komt er een onafzienbare menigte, die juist niet te tellen is. Ze komen uit alle landen, van elke stam en taal! Daar komen ze. In het wit en met een palmtak in de hand. En wie zijn dat dan? Daarover ontstaat een vraaggesprek. Moet u eens zien wat er een verschil is tussen het verleden en de toekomst. Voor dat ze komen in het wit met die palmtak en vanaf die tijd.
Anders gezegd: de lijdenstijd is voorbij. Er komt een heel andere tijd. Een tijdperk zonder traan. Lees maar: ‘Hij zei tegen me: Dat zijn degenen die uit de grote verdrukking gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam. Daarom staan ze voor Gods troon en zijn ze dag en nacht in zijn tempel om hem te vereren. En hij die op de troon zit zal bij hen wonen. Dan zullen ze geen honger meer lijden en geen dorst, de zon zal hen niet meer steken, de hitte hen niet bevangen. Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.’
Simon Kadijk studeerde theologie in Kampen (PKN) en Apeldoorn. Hij is lid van de directie van een onderlinge verzekeringmaatschappij en lid van de NGK Sliedrecht.