Geloven we het wel? (3)
1987-10-02
Uit de lezing over kerkverlating op de predikantenkonferentie in Ermelo.- Jaargang 31
- nummer 37
In het voorgaande gedeelte werd de veilige basis beschreven, die ieder kind nodig heeft, ook wat het geloofsleven betreft. In dit gedeelte gaat het over een andere heel belangrijke basis van. de geloofsopvoeding: de gewoontevorming.
Het belang van gewoontevorming
Over gewoontevorming wordt nogal eens wat meewarig gedaan. Men denkt dan dat gewoonten alleen maar zouden leiden tot verstarring, tot vastroesten, tot inhoudsloze patronen. Toch kunnen we niet zonder vaste gewoonten; dat geldt voor volwassenen en voor kinderen.
En zelfs mensen die zeggen niets van gewoonten te moeten hebben, hebben hun dagelijks leven ingedeeld in tientallen vaste patronen. Gewoonten geven immers zekerheid, bieden houvast.
Binnen de opvoeding zijn vaste gewoonten bijzonder belangrijk. Kinderen leren via vaste gedragspatronen, maar het geeft hen ook zekerheid, veiligheid.
Juist kinderen die die struktuur moeten missen ontwikkelen zich niet zelden tot angstige kinderen: de omgeving geeft hen geen. zekerheid.
Ook de geloofsopvoeding kent vaste regels.
Peuters en kleuters vinden het prachtig om eindeloos dezelfde verhalen uit de bijbel te horen. Zo leren ze die verhalen kennen, ermee om te gaan.
Het besteden van veel aandacht aan de gewoontevorming - ook wat het geloofsleven betreft - isjuist op heel jonge leeftijd al belangrijk. De bijbel spreekt in dit verband wel van inprenten (Deutr. 6:7).
Ook voor opvoeders is die gewoontevorming erg belangrijk. Ook zij hebben een vast ritme, een houvast nodig.
Bij een onderzoek onder Rooms-Katholieke gezinmin merkte mevrouw Andreè op dat met het verminderen van de hoeveelheid "godsdienstige opvoedingshandelingen"
ook de kwaliteit van die handelingen is verminderd (zie: 1, blz. 38). Hoewel men nog een diskussie kan voeren over wat we precies onder die 'kwaliteit' moeten verstaan, geeft deze uitspraak wel aan dat gewoonten niet per definitie inhoudsloos behoeven te zijn: ze kunnen ook houvast voor verdieping van het geloofsleven betekenen.
Tenslotte moet nog worden opgemerkt dat wanneer ouders niet vroeg beginnen met goede gewoonten, ook wat de geloofsopvoeding betreft, het op den duur steeds moeilijker wordt om er nog mee te beginnen.
Bijbellezen
Een goede gewoonte is het dagelijks lezen uit de bijbel. Die gewoonte verschuift gemakkelijk naar de rand van de gezinssituatie. 's Morgens wordt er niet uit de bijbel gelezen, want dan is er geen tijd voor, 's middags wordt er niet uit de bijbel gelezen, want dan is toch niet iedereen thuis, en 's avonds wordt er evenmin uit de bijbel gelezen, want de kinderen willen graag Sesamstraat zien.
" Wie zich een televisie aanschaft, zal merken dat dit vernuftige produkt van menselijk kunnen hem verplicht zijn leven en dat van zijn gezin voort dan anders in te richten", schrijft D. Koole (2). De goede gewoonte van het dagelijkse bijbellezen wordt door de TV in ieder geval niet zelden ondergraven.
Overigens moet er ook op gewezen worden dat het bijbellezen als zodanig ook een inhoudsloze gewoonte kan worden.
Mevrouw Vrijmoeth-de Jong heeft in 'Opbouw' heel goede dingen gezegd over de christelijke opvoeding binnen het gezin. Bij het lezen uit de bijbel noemt ze drie invalshoeken: a) les in de bijbelse geschiedenis, b) onderricht in de omgang met de hemelse vader,c) training in het toepassen van Gods Woord in het leven van de kinderen.
Aandacht voor. deze drie aspekten beo tekent tevens dat kinderen betrokken moeten worden bij het lezen uit de bijbel (3).
Kerkgang
Trouw in de kerkgang hoort ook bij de geloofsopvoeding. "Voor een volgende generatie is gelovigheid zonder kerkelijkheid een illussie" (l, blz. 39, citaat van Dr T. I. G. M. Andree). Daarbij is de wijze waarop het gezin naar de kerk gaat - zo blijkt uit uitspraken van jongeren - van groot belang: met een positieve houding, of al zuchtende? En uiteraard evenzeer hoe men uit de kerk komt: altijd boordevol kritiek op alles en iedereen, of zelfs positief als men best wat moeite had met de preek of met het lastige kind van de familie X.
Het dagelijks bidden
In 'Geloven van huis uit' staat het volgende citaat uit de dissertatie van Dr. Andree dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: "In het geheel van godsdienstige opvoedingshandelingen blijkt het samen met de kinderen bidden voor het slapen' gaan de beste graadmeter voor het vaststellen van de intensiteit van die opvoeding. Waar het bidden voor het slapen gaan verdwijnt, ontbreekt de mogelijkheid om kinderen iets van het transcendente te laten ervaren" (1; blz. 39).
Juist voor het slapen gaan zijn kinderen meestal sterk ontvankelijk voor een intense relatie.
Dit citaat onderstreept nog eens het belang van het samen bidden met kinderen.
Het is meer dan alleen maar een gewoonte.
Moeders èn vaders!
Dr. Andree schrijft ook dat moeders de belangrijkste rol spelen binnen de geloofsopvoeding (1, blz. 39). Anderzijds schrijft Van der Ploeg in zijn onderzoek dat het voor de betekenisvolle overdracht bijzonder belangrijk is dat vaders en moeders op één lijn zitten.
Wanneer de ouders onderling verdeeld zijn over de inhoud van het geloof, staat de betekenis van dat geloof van meet af aan ter diskussie (4; blz. 117).
Geloofsopvoeding is een opdracht voor beide ouders. Wanneer beiden 'ja' hebben gezegd bij het doopvont en in het gezin aanwezig kunnen zijn wanneer er uit de (kinder- )bijbel gelezen wordt; naar de kerk wordt gegaan, gebeden wordt, dan hebben beiden hierin ook een taak gekregen. Met andere woorden: de overdracht van het geloof door vader èn moeder moet voor het kind ook zichtbaar zijn.
Tenslotte
Hiermee is het gedeelte over (jonge) kinderen afgesloten. Vanwege de beschikbare tijd op de konferentie werd niet ingegaan op een onderwerp als kinderen in de kerkdienst en het gebruik van kinderbijbels.
Geloofsopvoeding begint al heel vroeg; in de afgelopen weken werd daar in, 'Opbouw' het accent op gelegd. De volgende keer wordt de sprong gemaakt naar oudere 'kinderen' (pubers en adolescenten).
Literatuur:
(1) Drs H. C. Stoffels en Or G. Dekker: Geloven van huis uit? (Kok Kampen. 1987). Het onderzoek van Dr. T. I.G. M. Andree werd gedaan in Rooms-Katholieke gezinnen (1983).
(2) D. Koole en Dr W. H. Velerna: Verricht uw dienst ten volle (Kok; Kampen. 1985).
(3) M. Vrijmoeth-de Jong: Bijbelgebruik in het gezin (Opbouw, maart tot augustus 1981).
(4) Piet van der Ploeg: Het lege testament (Wever. Franeker. 1985).