Waarover zal het zondag gaan?

2011-04-01
  • Jaargang 55
  • nummer 7
De studenten van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding (NGP) dachten tijdens een college homiletiek (preekkunde) na over de tekstkeus van een predikant. Verschillende mogelijkheden met hun voors en tegens passeerden de revue.

Om er achter te komen hoe Nederlands Gereformeerde predikanten hun tekst voor de preek kiezen, interviewden de studenten 25 predikanten.
Dat is bijna een derde deel van de actieve predikanten. Daarom kan deze steekproef als representatief voor het geheel van het predikantencorps worden gezien.

Zelfstandigheid
Als eerste viel de studenten op, dat de predikanten die onze kerken dienen graag hun eigen weg gaan bij het kiezen van hun preekteksten. Ze laten zich bijvoorbeeld niet of nauwelijks door leesroosters leiden. Bovendien wordt met de zogenaamde kerkelijke kalender behoorlijk vrij omgegaan.
Weliswaar houdt iedereen (op één uitzondering na) wel rekening met Kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren, maar advent en de lijdenstijd zijn al weer veel minder van invloed op de tekstkeus. In dit licht verbaast het niet dat Matteüs 27 en 28 en Lucas 2 en 19 in 2010 tot de meest bepreekte hoofdstukken van het NT behoorden.

Catechismusprediking
Nederlands Gereformeerde predikanten hechten aan vrijheid. Niet vreemd dus dat catechismusprediking op haar retour is. Tweederde deel van onze dominees preekt nooit meer uit de catechismus.
Behalve beknotting van vrijheid, blijkt ook de inhoud van de catechismus een belemmering te vor men: te ouderwets, te dogmatisch, te thematisch. Een niet geringe factor voor het wegebben van de catechismusprediking vormen ook de vele ruilingen in de middag- en avonddiensten en verder het feit dat er kerken zijn waar geen tweede dienst meer wordt belegd.

Toch klinken er ook andere geluiden en wordt er gewezen op wat we als kerken hebben afgesproken in art.18 van ons AKS: ‘Regelmatig wordt de gemeente in de leer van de kerk onderwezen aan de hand van de Heidelbergse catechismus’.
Een predikant die zich hier voor inspant vertelt: ‘Catechismusprediking getuigt van wijsheid een goede traditie in ere te houden. Hoofdzaken van christen-zijn ‘geloof, gebod en gebed’ krijgen steeds weer aandacht. Waarbij stemmen uit het verleden (hoe is vóór ons de Schrift gehoord en vertolkt) blijven meespreken. Aandacht voor de traditie en confessie vraagt wel een lange adem. Toch heb je er baat bij. Je raakt in het heden niet meteen ondersteboven en in ademnood. Als je op de schouders van voorgeslacht staat heb je beter overzicht op je omgeving.
Als je maar wel vooruit blijft kijken, en niet vanuit nostalgie of angst achterom.
Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.
En je bent op je qui-vive: als voorgaande tijden zo hun blinde vlekken hadden (zelfs in bloeitijden van de kerk…)
waar zitten die van mij/ons in deze tijd?’

Vrije tekstkeus
Wanneer onze predikanten slechts mondjesmaat door het kerkelijk jaar laten leiden en praktisch niet door een leesrooster of de orde van de catechismus, welke factoren spelen dan wel een rol bij hun keuzes? Gemeenteopbouw, ontwikkelingen in kerk en samenleving, gedachten die ik tegenkom bij mijn studeren en theologiseren en teksten die de Heilige Geest mij te binnen brengt, waren de antwoorden die studenten hoorden.
In grote meerderheid blijken onze predikanten een sterke voorkeur voor serieprediking te hebben. Zo’n serie bevat gemiddeld vijf à zes preken. De stof voor een serie wordt vooral bepaald door wat de predikant goed voor de gemeente acht of wat hem/haar zelf aanspreekt. Een serie zorgt voor continuïteit, verdieping en geloofsopbouw. Bovendien komen er zaken aan de orde waar je zelf en of de gemeente niet zo op zit te wachten, merkt een predikant op.

Leerpunten studenten
Natuurlijk moesten de studenten reflecteren op wat zij van de predikanten hoorden. De studenten viel op dat de Heilige Geest een minder belangrijke factor is dan zij hadden verwacht.
‘Maar’, zo stelt een studente, 'ik concludeer dat de predikanten gedachten die ze zelf krijgen en dingen die ze tegenkomen in het pastoraat niet durven te benoemen als zijnde ingegeven door de Heilige Geest’.
Ook hadden de meeste studenten van tevoren een grotere rol toegedicht aan de input uit het pastoraat en wat er in de maatschappij aan thema’s wordt besproken.
Eén van de studenten heeft zich voorgenomen om, als hij predikant is, zowel gemeenteleden als kerkenraadsleden te vragen preekteksten aan te reiken. Een ander is benieuwd waarom veel predikanten aanhikken tegen catechismusprediking en ervaart de opmerkingen van de dominees over de catechismus niet bepaald als een aansporing.

Gekozen teksten
Nu we weten hoe predikanten hun teksten kiezen, is de spannende vraag wèlke teksten zij dan kiezen! Nogal wat predikanten melden nog nooit uit Leviticus, Esther, Obadja, Nahum en Sefanja en 2 en 3 Johannes te hebben gepreekt. Daarentegen kiezen zij bij voorkeur teksten uit de Psalmen en de evangeliën.
De studenten vroegen de predikanten over welk hoofdstukken van de Bijbel zij in 2010 preekten. Hieronder volgt het resultaat: Als argument tegen leesroosters wordt vaak de relatief geringe aandacht voor het OT aangevoerd. Vrije tekstkeus is geen garantie voor een beter evenwicht, zo blijkt. De Psalmen zijn geliefde preekstof.
Een derde deel van alle preken over het OT in onze kerken komt uit het boek van de Psalmen. Vooral de Psalmen 91 en 139 worden vaak gekozen.
Uit het boek Job kwam slechts één preek. Een kwart van de profetische stof komt uit Jeremia.
De populariteit van het boek Genesis komt vermoedelijk vanwege de verhalende stof die dit Bijbelboek kenmerkt.
Veel dominees zijn geboren verhalenvertellers. Van de gekozen teksten uit Genesis gaat een derde deel over hoofdstuk 12. Abraham blijkt als ‘vader van alle gelovigen’ een inspirerend voorbeeld te zijn. Afgezien van de hoofdstukken die aan de feestdagen zijn gelinkt, komen opvallend veel preken uit Matteüs 11 en Romeinen 8. De rust die Jezus in een hectische wereld wil en kan bieden en de vaste hoop waar Gods kinderen zich in een wereld die in barensnood is aan kunnen en mogen optrekken zijn thema’s waar predikanten kennelijk zelf door geraakt worden.
Vanwege advent, kerst en de lijdenstijd komen veel teksten uit het evangelie naar Lucas. Marcus schrijft beknopter en wordt daarom, vermoed ik, minder vaak gekozen. De insteek van Johannes is meer theologisch van aard en is daarom qua uitleg en homilese lastiger dan de andere evangeliën.

Zelden of nooit
Naast de grote mate van vrijheid die de predikant zich toe-eigent, vormden voor de studenten de concreet gekozen teksten de grootste eyeopener.
En misschien nog wel meer de boeken, waaruit zelden of nooit gepreekt wordt. ‘Eigenlijk schokkend hoeveel van het OT onbepreekt blijft, vooral de Kleine Profeten’, concludeert een studente. ‘Het zwaartepunt op het NT, bepaalt me nog eens nadrukkelijk bij de manier waarop we het OT lezen: dankzij Jezus Christus. Dat neemt niet weg dat mijn voornemen wel zou zijn om ook eens stil te staan bij de minder geliefde OT-boeken’.

Verrast door een tekst
De vraag ‘Wilt u verder nog iets kwijt als het om tekstkeus gaat?’ maakte onder dominees veel reacties los. De één houdt een lijstje bij van teksten die hem zodanig intrigeren dat hij er wel eens over wil preken. Een ander ervaart sterk de leiding van de Heilige Geest en ‘weet’ vaak waarover hij moet preken.
In zijn lezing ‘Aanstaande zondag preken’ schrijft drs. J.C. Schaeffer: ‘In de homiletiek is van oudsher sprake van de inventio. Daarmee wordt bedoeld dat de tekst wordt gevonden. Er zit in het woord inventio iets van het verrast worden. De zoeker wordt op een gegeven moment een "gelukkige vinder".
Hij wordt geraakt of zelfs in beslag genomen door een Bijbelwoord.
Uit de teksten die hij kiezen kon is er iets geweest dat zich van hem meester heeft gemaakt en hem laat weten: dit is het! Dat neemt niet weg dat de keuze door verschillende factoren wordt bepaald (…)’.
De predikant die zich ‘de gelukkige vinder’ van een Bijbeltekst weet, constateert vaak achteraf: dit is precies wat gemeenteleden nodig blijken te hebben!
Vinden veronderstelt zoeken. Eén van de predikanten biecht heel eerlijk op: ‘Ik moet regelmatig zoeken naar teksten (in die grote Bijbel nota bene!).
Dat hangt dan samen met het achterblijven van studie en stille tijd’.

De hoorder in de preek
Wanneer ik als docent de uitkomsten van de interviews analyseer, word ik vooral geprikkeld door de mate waarin de hoorder een plaats krijgt in het preekproces. Wie een preek maakt heeft niet alleen te maken met de tekst, maar ook met de hoorder. Eerst zal men zich moeten inleven in de eerste lezers en hoorders van de tekst en vervolgens in de concrete mensen voor wie de preek wordt gemaakt.
Wanneer vooral over die teksten gepreekt wordt die de prediker zelf aanspreken, is het de vraag in hoeverre de predikant dan nog in staat is de tekst door de ogen van de hoorder te bezien. En ook, of hij/zij zich überhaupt nog inspant om de tekst vanuit het perspectief van de hoorder te bekloppen.


Op basis van de uitkomsten vermoed ik dat de hoorder minder bepalend is in het preekproces dan in de methode die tijdens de colleges homiletiek aan de NGP wordt voorgestaan. Dit vermoeden wordt versterkt door de waarneming dat wanneer predikanten hun eigen voorkeuren loslaten, vooral gemeenteopbouw de tekstkeus bepaalt.
Nu zal iedereen het containerbegrip gemeenteopbouw anders definiëren. Toch schat ik in dat de associaties bij gemeenteopbouw vaker de structuren en het geheel van de gemeente betreffen dan het denken aan individuele gemeenteleden of de segmenten waaruit de gemeente bestaat.

Te beschouwend?
Aan het voorafgaande verwante vraag is hoe en waar de predikant zelf in de verkondiging al dan niet aanwezig is.
Wie zich meer door eigen voorkeuren laat leiden, zal vermoedelijk ook vaker het woordje ‘ik’ gebruiken.
Wanneer in een preek regelmatig het woordje ‘ik’ klinkt, verandert het karakter van de prediking. Zij wordt daardoor minder boodschappelijk en meer beschouwend.
Tenslotte lijkt me, gezien de uitkomsten van de enquête, een kerkbreed gesprek over leerdiensten meer dan wenselijk.

Drs. Kees de Groot is predikant van de NGK Zeewolde en docent homiletiek aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief