‘Zie kinderen als volwaardige leden’
2011-04-01
De kindernevendienst is in vrijwel alle Nederlands Gereformeerde gemeenten een ingeburgerd onderdeel van de zondag. En ook kinderliederen en kindermomenten in de kerkdiensten zijn op veel plekken gemeengoed. Maar is dat afdoende of vraagt kinderwerk in en rond de diensten om meer? In gesprek met diverse NGK’s. ‘Zodra je kinderen ziet als volwaardige leden, ga je hier anders naar kijken.’ - Jaargang 55
- nummer 7
De meeste NGK’s werken in hun zondagse diensten al jaren met hetzelfde ‘protocol’ voor kinderen van de basisschool, blijkt uit een inventarisatie van het kinderwerk in alle Nederlands Gereformeerde gemeenten. De kinderen beginnen de dienst samen met hun ouders in de kerkzaal, krijgen voor de preek speciale aandacht in een kindermoment, vertrekken dan naar de kindernevendienst en komen vlak voor het einde van de dienst weer terug om de zegen te ontvangen.
In de marge zijn er wel wat verschillen te ontdekken tussen de kerken. Bijvoorbeeld in de terminologie. Nevendienst, bijbelklas, kinderclub, kinderkring, kinderverteldienst, kinderkwartier: er zijn tal van benamingen in omloop.
Verder heeft de één iedere week nevendienst, de ander eens per twee weken.
De één organiseert minder activiteiten voor oudere kinderen, de ander heeft zelfs ‘nevendiensten’ voor pubers.
De één heeft een uitgebreid kindermoment, de ander houdt het bij een lied. Bij de één komen de kinderen niet meer terug in de dienst, bij de ander wordt de zegen als onmisbaar ervaren.
Ondanks die verschillen houden de meeste gemeenten eenzelfde stramien aan. Maar ondertussen zijn er ook diverse gemeenten die meer willen. Zij zoeken naar nieuwe mogelijkheden om kinderen bij de kerk te betrekken, vaak aan de hand van groots opgezette jeugdbeleidsplannen.
Daarbij komen ook initiatieven in beeld om de zondagse diensten meer op kinderen te richten.
Effectiever
In Bunschoten-Spakenburg ging zes jaar geleden het hele jeugdwerk op de schop. Er werd een uitgebreid programma bedacht om kinderen en jongeren van 0 tot 21 jaar te ‘bedienen’. Kinderen van 4 tot 7 en 8 tot 12 jaar hebben bijvoorbeeld twee keer per vijf weken een eigen dienst. De andere weken hebben de jongste kinderen nevendienst en zitten de oudere kinderen gewoon in de kerk.
Verder is er eenmaal per vijf weken een gezinsdienst, waar alle kinderen bij aanwezig zijn.
‘We zijn erg op kinderen gericht.
Dat moet ook wel, want we zijn een hele jonge gemeente’, zegt Ingrid Nagel, coördinator van het jongerenwerk van 0 tot 11 jaar. ‘Ik denk dat het belangrijk is om mee te gaan met je tijd. Kijk om je heen, naar de individualistische samenleving. Je moet wat doen om de kinderen bij de kerk te houden. Of beter gezegd: bij het geloof te houden. Een nevendienst geeft je, met alle respect, niet veel mogelijkheden. Je hebt vaak vijftien tot twintig minuten.
Dan kun je net een verhaaltje vertellen en een beetje knutselen. Een aparte dienst is vele malen effectiever.’ Nagel ziet dat de nieuwe werkwijze in haar gemeente zijn vruchten begint af te werpen.
‘De reacties zijn heel enthousiast.
Kinderen nemen nu zelfs hun ouders mee naar de diensten, in plaats van andersom.’
Meer kerken hebben net als Bunschoten-Spakenburg aparte diensten voor kinderen, hoewel meestal niet zo frequent. De jonge gemeenten RijnWaarde in Utrecht-Leidsche Rijn en Kruispunt in Amersfoort hebben een paar keer per jaar een ‘kinderkerk’ met een sterk missionair karakter.
Barendrecht, Haarlemmermeer, Hardinxveld-Giessendam en Oegstgeest organiseren ieder jaar enkele kinderdiensten of ‘kindvriendelijke’ diensten en Houten houdt eens per maand ‘Avonturenland’, een dienst in een school naast het kerkgebouw, speciaal voor kinderen uit groep 5 tot en met 8.
Avonturenland bestaat al een jaar of vijf, vertelt kinderoudste Jacqueline Evers. De diensten bevallen goed. Er is een band van tieners voor de begeleiding, een ‘speelstraat’ voor de nodige ontspanning, toneel, een preek, een verwerking in kleine groepjes, een zegen: alles zit erop en eraan.
‘De kinderen vinden de band geweldig en ze zingen liederen die ze kunnen snappen’, zegt Evers. ‘Kinderen zitten cognitief anders in elkaar. Dat vraagt om een andere aanpak.’
In of uit de dienst?
De vraag is of die andere aanpak onderdeel kan zijn van de ‘reguliere’ diensten of dat kinderen hun eigen plek moeten hebben. Een lastige vraag, zo blijkt. De één pleit voor op maat gesneden kinderwerk, de ander waarschuwt voor een ‘doelgroepenkerk’, waarbij kinderen en jongeren zich steeds verder opsluiten in hun maatpak en de normale dienst ontwend raken.
‘Voor wie zijn je diensten eigenlijk bedoeld?’ vraagt Evers zich af. ‘Wat wil je met je diensten? En: wat betekent dat voor oudere mensen in de gemeente?
Want die hebben óók voorkeuren en behoeften.’ In de visie van Houten zijn kerkdiensten de plek om met alle generaties samen God te prijzen en hem beter te leren kennen. Naast Avonturenland zijn er daarom diensten waarbij de kinderen (van groep 4 tot en met 8) de hele tijd aanwezig zijn. ‘Het zou gek zijn als kinderen standaard hun eigen activiteiten hebben’, zegt Evers. ‘Aan de andere kant: als je altijd alles in één dienst wil doen, moet iedereen water bij de wijn doen.’ Zo’n dienst is eigenlijk niet mogelijk, wordt er in Barendrecht en Utrecht-Leidsche Rijn gedacht. ‘Hoewel onze diensten missionair en laagdrempelig zijn, lukt het ons niet om een dienst te organiseren voor iedereen’, zegt jeugdouderling Casper Bijl uit Utrecht. ‘Een speciaal kidstijdmoment sluit veel meer aan bij de belevingswereld van kinderen.
Ik vind het zo wel prettig.
’ Predikant Klaas Huizinga uit Hardinxveld-Giessendam denkt dat een wekelijkse nevendienst het risico heeft dat kinderen op latere leeftijd misschien moeite hebben om in de kerk te zitten. ‘Wij hebben één keer in de twee weken kindernevendienst en verder diensten waar iedereen bij is. Ik hoor van ouders dat de kinderen veel oppikken.
Bovendien raken ze op deze manier gewend aan het kerk-gaan. Het is fijn als ze erbij zijn.’ Ook dominee Jan uit de Bosch uit Zalk en Veecaten gelooft dat het mogelijk is een dienst te hebben voor alle leden, jong en oud. In Zalk en Veecaten wordt veel gedaan voor kinderen, maar niet in de zondagse diensten. Dat wil de voorganger veranderen.
‘Maar ik denk niet dat het goed is om een doelgroepenkerk te maken. Ik ben van plan om alle voorkeuren dichterbij te brengen, namelijk dichterbij Christus. Dat is knap lastig met vier generaties in je kerk, maar het kan. Als de verdraagzaamheid groter is. Als jongeren zeggen dat ze graag nog eens de oude berijming willen horen en als ouderen zeggen dat ze graag eens Opwekking willen horen.
En bovenal: als Christus op de troon zit tijdens de dienst.’
Volwaardig
Er is geen eenduidig antwoord op de vraag hoe je het kinderwerk nu het beste kunt vormgeven op de zondag, concludeert Lucré de Man, een professioneel kinderwerker die voor één dag in de week bij de Kruispunt-gemeente in Amersfoort-Vathorst betrokken is. De gemeente in Amersfoort werkt met een ‘afbouwsysteem’ waarbij kinderen naarmate ze ouder worden vaker hele diensten meemaken. Ze krijgen dan een boekje met onder meer opdrachten en puzzels om de dienst beter te kunnen volgen. Maar ook dat is niet hét model waar alle kerken mee uit de voeten kunnen, beseft De Man.
‘Bij de HGJB van de PKN is de vraag of je kinderen wel of niet uit de dienst moet halen momenteel onderwerp van gesprek. Je ziet dat op die vraag geen eenduidig antwoord te vinden is. Het blijft lastig’, zegt ze. ‘Ik denk dat je al heel ver bent als je kinderen ziet als volwaardige leden van het lichaam van Christus.’ Want zodra je zo naar kinderen kijkt, ga je anders naar hun plek in de gemeente kijken, meent De Man. ‘Daarom organiseer ik bijvoorbeeld een Bijbelkring voor kinderen in Amersfoort. Ook kinderen moeten groeien in geloof en kunnen hun geloof al delen met elkaar, dus waarom zouden ze geen eigen kring kunnen hebben? Hoe meer je kinderen laat participeren in de kerk, hoe fijner ze het er vinden. En hoe groter de kans dat ze later denken: de kerk is geen ballast, het is bagage.
Probeer ze te laten zien dat geloven relevant is voor hen.
Nu al. Kinderen zijn niet alleen de kerk van morgen, ze zijn ook de kerk van vandaag.’ Ingrid Nagel uit Bunschoten-
Spakenburg vult aan: ‘Eigenlijk maken de middelen niet zoveel uit. Het doel is dat kinderen gaan zien wie Jezus is, dat ze vertrouwd met hem raken en een levende relatie met hem krijgen. Als ze dat hebben, gaan ze zich op latere leeftijd vanzelf inzetten voor de gemeente. Dat is alles wat wij willen: hen op weg helpen in een leven met Jezus.’