Pastorale notities
1987-10-09
- Jaargang 31
- nummer 38
Beroepingswerk
Rondom het beroepen van een dominee blijken wij er soms gedachten op na te houden die te verheven zijn. De dominee mag dan een geestelijk ambt bekleden, dat neemt niet weg dat hij slechts kan uitoefenen in verbondenheid met de aarde en haar wel en wee.
Ik hoorde eens van een dominee die een beroep kreeg, maar niet wilde welen welk tractement er in de beroepingsbrief werd genoemd. Dat, mocht zijn beslissing niet beïnvloeden, vond hij. Ik vind zoiets een beetje eng.
Er werd - het is al jaren geleden hoor - ergens een te beroepen predikant besproken op een gemeentevergadering. De gemeente vond hel tractement wal zuinig, maar de voorzitter van de kerkeraad weerlegde dat bezwaar door aan te kondigen dat de betreffende dominee niet om geld gaf. Dat vind ik nog enger. Stel dat dominee X - want over hèm hebben wij het nu - alles mag eten en dat dagelijks met smaak doet, dat hij er graag netjes bijloopt al begeert hij geen merkoverhemden; dat hij ook graag zijn vrouw van tijd in iets nieuws ziet, zijn boekenkast liefst op peil houdt en graag een deugdelijk vervoersmiddel heeft!
Kortom: dat hij er van overtuigd is dat de dingen die God geschapen heeft goed zijn, met dankzegging genomen zijnde, Ik zou niet weten hoe dominee X deze overtuiging kan combineren met de door de voorzitter geprezen eigenschap van niet geven om geld. Dat dominee X geen geldgierig is, is natuurlijk mooi maar dal behoeft niet zulk een nadrukkelijke vermelding want zijn beroepskeuze wees reeds in die richting.
Er gaat in een familie onder ons een kostelijk verhaal rond over grootvader, die dominee was. Hij had een groot gezin en zijn tractement was daarop helaas niet afgestemd. Zijn vrouw klaagde haar nood en samen hebben zij hun zorg aan de Here bekend gemaakt.
Er kwam een beroep. Dominee meende dat hij niet weg kon. Hij begaf zich op zaterdagavond naar het postkantoor en verzond een telegram waarin hij zijn bedankje aan de beroepende gemeente bekend maakte.
Op weg naar huis overwoog hij dat hij bij het aannemen van het beroep wel een hoger tractement zou hebben gekregen. Hij overwoog tevens met schaamte dat hij zich boven zulke aardse overwegingen verheven had geacht en dat dit beroep we! eens de wegkon zijn waarlangs het de Here behaagde de gebeden van zijn vrouw en hem te verhoren. Hij keerde terug naar het postkantoor en verzond een nieuw telegram. Dat vind ik niet eng. Wij moeten er maar goed op bedacht zijn dat de Here graag in kleine zeer aardse dingen tot ons komt. Dat is nu eenmaal zijn stijl. Zelfs in de kerstnacht.