Akker aan akker trekken (slot)

1987-10-09
  • Jaargang 31
  • nummer 38
We zagen hoede familie Campbell tot aanzien en tot rijk bezit kwam. De zwarte Duncan is een der beruchtste uit die reeks. Zijn achterkleinzoon John volgde hem op in bezit en titels. Deze trouwde een rijk meisje uit London, dochter van de graaf van Holland, en wist door familiaire knevelarij, leningen en een bedrieglijk contract enkele nieuwe titels en eigendommen te verwerven: hij werd de Eerste Graaf van Breadalbane en Holland, Viscount van Tay en Pentland, 11e Lord van Glenorchy, en zo voort. Zijn faam luidt: listig als een vos, wijs als een slang en glad als een aal. Als u behoefte voelt kunt u ook zijn portret in de National Galeries bezien.

Toen John genoeg van de Schotse koning James VII had geprofiteerd, stelde hij zich achter William of Orange, de bekende koning-stadhouder van Duytschen bloedt. Aan deze (onze Prins Willem III) stelde hij In 1690 voor om de Schotse Hooglanden te pacificeren, hetgeen 2.000 pond zou moeten kosten. Willem van Oranje, echtgenoot van de Engelse koningin Mary, stelde deze enorme som tot zijn beschikking.

Een jaar later vond de bekende massamoord van Glencoe plaats en John Campbell werd daarvoor aangesproken.
Hij had daar, rechtstreeks of door zijn familie, dan ook alles mee te maken. Bovendien moest hij zich verantwoorden voor 12.000 zoekgeraakte ponden. Zijn. vrijmoedig antwoord aan Willem III luidde echter: het geld is gebruikt, de rust in de Hooglanden is bereikt en verder controleren vrienden elkaar niet!

Johns zonen hebben geprobeerd het enorme familiebezit te stabiliseren. Er werd vlas verbouwd. ook aardappelen en koolrapen. Er kwam industrie van linnen. weven. loodmijnen. Het gebied werd welvarend. Pachters zonen kregen een opleiding in Engeland, pachters kregen langlopende leningen en vaklieden kregen huurvrije huizen, van de Campbell’s. Of alles uit altruïsme voortkwam, dan wel dat deze weldaden op eigen hoofd geprojecteerd werden vermeldt de historie niet.
Maar in 1799 steeg de rijkdom de Campbell's geheel naar het hoofd. Er werd een gothisch kasteel gebouwd.
Taymouth Castle, dat zijn gelijke inheel Groot-Brittannië nauwelijks vindt.
Het kostte een astronomisch bedrag.
Bij de kroning van William IV werd de 4e Graaf tot Eerste Markies van Breadalbane*) verheven. Daarmee was het hoogtepunt overschreden. Het bederf kwam snel.

John V ( 1796-1862) was een hooghartig man met groter invloed dan een vorige Campbell. Koningin Victoria logeerde bij hem in 1842 op haar reis door Schotland. Deze tweede Markies verjoeg naar de mode van zijn dagen, ongeveer 500 pachters van zijn farms en ruilde ze voor schapen. De Schotten emigreerden of gingen in London onder.

Maar ook zijn niet-ontslagen pachters werden nu ongerust en... liepen weg van hun farms. Toen John kinderloos overleed kostte het vijf jaar, eer hef Hof de derde Markies kon aanwijzen. Ook John werd opgehangen, zij het in het museum van Perth.

De derde Markies was Gavin Campbell van Glenfalloch, 1851-1922. We zijn herhaaldelijk in dit huis geweest, de eigenaar was onze buurman-jager. Gavin plukte de wrange vruchten van het voorvaderlijk beleid. Zijn bezit scheurde en kraakte, paste trouwens volstrekt niet bij de tijd, na de Franse Revolutie.
De schapenteelt faalde, de pachters verdwenen, de renten kwamen niet binnen, de eerste wereldoorlog legde enorme lasten op. Uiterlijk liep alles nog fraai: Gavin had sterke posten in kerk, staat en spoorwegen. Hij was de grootste landeigenaar van Groot-Brittannië, bezat 200.000 hectares land met een tiental kastelen en honderden boerderijen; kon 80 mijl naar noord en zuid rijden, honderd mijl naar oost en west - alles op eigen grond. Terecht maakte het blad Punch in 1903 het rijmpje:

From Benmore to Kenmore
The land is as the Markiss's

Zijn vrouw, blijkbaar onbewust van de vulcaan onder haar stoel, vergokte 60.000 pond aan paarderennen en bleef met geld smijten tot het op was. Overigens was zij het, die in 1920 aan ons kerkje in Dalmally een torenuurwerk schonk, dat schrijver dezes elke zaterdag placht op te winden.

Dat uurwerk was net op tijd, want vanaf 1922 moesten grote stukken grond worden afgestoten om schulden te betalen.
Het kasteel van Taymouth, te boek staand voor 77.000 pond, werd voor 44.000 pond aan een hotelondernemer verkocht.
Het echtpaar ging in Dalmally wonen, niet in het reeds vervallen Kilchurn CastIe - maar in een Jachthuis Graig Lodge, waar we later graag onze vrienden Calum en Mary Ann bezochten.
In datzelfde jaar stierf Gavin; een marmeren steen naast de preekstoel van Dalrrially herinnert aan hem en somt zijn belangrijke funkties op.

De weduwe woonde nog enkele jaren te Dalmallyen trok zich toen terug op het kasteel Ardmaddy aan de westkust waar ze in 1932 overleed. Ze was toen al gast op haar eigen kasteel want langzamerhand waren de meeste bezittingen te gelde gemaakt om schulden en belastingen af te doen.

Toen in 1935 Charles Wm Campbell de restanten overnam trof hij de uitverkoop in volle gang. De wetgeving was nu op de hand van de verdrukte pachters en alles joeg naar een snel einde.
Tot 1940 woonde hij nog in Killin, toen trok hij zich terug; met zijn titels. zonder eigendommen. Zijn zoon vestigde zich, na een ruzie met vader, te London, waar hij diverse baantjes had, onder meer als bagpiper. Hij heeft geen kinderen, geen bezit, maar volop titels. Tiende Markies van Breadalbane en Holland, 20e Chief van Clenorchy, Lord van Glenorchy, 14e Baronet van Glenorchy, plaatsvervangend chief (na de hertog van Argyll) van de Campbellclan.
Bovendien schoonmaker in een laboratorium.
De Campbells deden er 500 jaar over om akker aan akker te trekken. Een onmetelijk bezit, op allerlei manieren verkregen, werd in 28 jaar totaal afgebroken.
Het "wee u!" van de Bijbel heeft nog kracht.
Dit verhaal zou niet af zijn, als er niet een bijzonderheid aan werd toegevoegd.

Sedert eeuwen lag er een algemeen bekende vloek op het Braedalbane-bezit.
Deze vloek, waarschijnlijk uit de 15e of 16e eeuw daterend, wordt gevonden În The Black Book of Taymouth (ca 1590), komtook voor in de Kronieken van Fortingall en werd door The Lady of Lawers in 1680 als volgt te boek gesteld:

"Te zijner tijd zal de Balloch Estate (is Taymouth) slechts een enkele pachter overhouden, daarna geen enkele.
De laatste Lord zal via Glenogle vertrekken en niets achterlaten".

Inderdaad vertrok de laatste Lord in 1948 door Glenogle; hij liet niets achter dan de slechte faam van zijn geslacht.
Kunt u het geloven?
In ons bezit is een exemplaar van “The Brahan Seer", door Alex Mackenzie, waarin deze passage voorkomt: Er waren tal van voorspellingen in omloop over belangrijke families in de Highlands; de Argyll·familie behoorde er toe: Er is een voorspelling ten aanzien van de Breaddalbane's, die nog niet in vervulling is gegaan en die, naar ik hoop, ook nimmer vervuld zal worden.
De huidige markies is ervan op de hoogte, evenals de hele familie.
Dit boek werd uitgegeven in 1877, een halve eeuw voor de ramp.

*) Brae is Keltisch voor heuvelland: Alba= Schotland.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief