Kind en geloof

1988-10-21
  • Jaargang 32
  • nummer 39
4. Kinderbijbels
Wat verwachten we van een kinderbijbel? Een lekker spannend boek waar de kinderen ademloos naar luisteren? Of moet de kinderbijbel zo letterlijk mogelijk de tekst van de N.B. G. -vertaling volgen? Trouwens: is een aparte bijbel voor de kinderen wel verantwoord?

Meer dan kennis
Bij de geloofsoverdracht gaat het niet alleen om kennis (verstand), maar ook om het gevoel (hart, omgang met God) en om het handelen (toepassen van Gods Woord), waarbij de ouders een voorbeeld-funktie hebben (1). Daarom moet de bijbelvertelling zijn ingebed in een breder kader. Het gaat om meer dan alleen kennis van de feitelijke inhoud van de bijbel, ook de 'religieuze beleving' is van belang. In toenemende mate zullen kinderen aktief moeten leren omgaan met betekenis en inhoud van de bijbelse boodschap. Zingen en het leren bidden (niet slechts als 'formuliergebed') horen naast het (aktief) lezen uit de bijbel bij het bijbels onderricht.

Kritisch lezen"
In onze kerken is het gebruik van de kinderbijbel bij de geloofsoverdracht algemeen aanvaard. Toch kunnen soms kritische kanttekeningen bij het gebruik van een aparte bijbel voor de kinderen genoteerd worden. "De HERE gaf ons maar één bijbel voor ouders en kinderen, voor geleerden en eenvoudigen, voor hen die vaste spijs kunnen verdragen en voor hen, die nog met melk gevoed moeten worden. De beste kinderof jeugdbijbel is de bijbel die de HERE ons zelf gegeven heeft" (2, blz. 54 e.v.).
Wie een blik slaat in de vele kinderbijbels die op de boekenmarkt zijn verschenen, komt tot de konklusie dat dit citaat van belang is om ter harte te nemen. Het is belangrijk om kinderbijbels kritisch te bestuderen. Veel meer dan in de N.B.G.-vertaling speelt in de kinderbijbel de visie van de vertaler (verteller) mee. En die visie staat in sommige kinderbijbels heel ver weg van de inhoud van de bijbel.

Naast elkaar
De kinderbijbel kan nooit de,bijbel vervangen.
Wie uit een kinderbijbel voorleest, zal zelf goed op de hoogte moeten zijn van de inhoud van de bijbel. Bovendien is het van belang dat kinderen gewend raken aan de taal van de N.B.G.-
vertaling. De bijbel bevat teksten die 'ingeprent' moeten worden (Deuteronomium 6). Het is een taal die later onder de meest moeilijke omstandigheden houvast kan bieden, Daarom is het goed als kinderen al op jonge leeftijd vertrouwd raken met het taalgebruik van de bijbel.
Daarmee behoeft het gebruik van de kinderbijbel in het gezin niet te worden afgewezen. In onze tijd worden kinderen overal in hun eigen taal aangesproken.
Zij mogen ook naar bijbelse geschiedenissen "in hun eigen taal" luisteren. De kinderbijbel mag echter nooit de enige gebruikte bijbel in het gezin zijn; er moet ook heel regelmatig uit de N.B.G.-vertaling worden gelezen.

Geen kinderbijbel voor alle leeftijden
Een veel voorkomend misverstand is dat er één kinderbijbel zou zijn voor alle leeftijden. Integendeel: kinderen groeien als het ware uit de jas van de ene bijbel naar de andere bijbel. Kleuters kunnen ademloos Juisteren naar hun bijbel: de kleuterbijbel met eenvoudige verhalen die eindeloos herhaald worden. De kenmerken waaraan de vertellingen moeten voldoen werden in de vorige aflevering globaal vermeld. Kleuterbijbels bevatten een beperkt aantal bijbelse geschiedenissen. Naast de al tientallen jaren gebruikte kleuterbijbels door W. G. van der Hulst en door Anne de Vries zijn niet veel kleuterbijbels verkrijgbaar . Wel zijn er een aantal series, die bestaan uit losse delen. De serie 'Wat de bijbel ons vertelt' (N.B.G.) is daarvan de bekendste.
Van der Hulst en Anne de Vries leggen sterk de nadruk op het belang van een veilige wereld voor de kleuter, maar wijzen er tevens op dat God ongehoorzame mensen straft. Op deze kleuterbijbels is tegenwoordig veel kritiek; de verteltrant zou te moraliserend zijn (tot een christelijk waardensysteem opvoeden via de angst voor straf; (3). Hoéwel met name Van der Hulst een nogal 'moraliserende' stijlvan schrijven gebruikt gaat de karakterisering 'angst voor straf in zijn algemeenheid te ver, gezien de aandacht die de auteurs (terecht) hebben voor de veilige basis die de kleuter nodig heeft.

Kinderbijbels
Voor kinderen die wat ouder zijn is de 'kleuterbijbel' (doorgaans bedoeld voor de leeftijd van 4 tot 7jaar) niet meer geschikt; zij zijn aan de 'kinderbijbel' toe.
Kinderen van een jaar of 7 geven soms zelf ook al aan "die verhalen nu al wel te kennen". In tegenstelling tot de kleuter, die graag een verhaal eindeloos herhaald ziet, is afwisseling voor (oudere) kinderen belangrijk. Veiligheid en geborgenheid staan minder centraal dan bij de kleuter. Het leven is een ontdekkingsreis: kinderen op deze leeftijd staan meer open naar de buitenwereld en houden van verandering en van spannende geschiedenissen (b.v. de richters). Doordat in de kinderbijbel veel meer geschiedenissen staan dan in de kleuterbijbel is afwisseling ook beter mogelijk (Van der Hulst: kleuterbijbel 80 verhalen; kinderbijbel 200 verhalen).
Ook de lijn van de geschiedenis in de bijbel gaat meer leven: de christelijke feestdagen kunnen als elkaar opvolgend _begrepen worden. In tegenstelling tot de sprookjes zal het kind moeten begrijpen dat de bijbelse geschiedenis echte geschiedenis is. Kinderen gaan op deze leeftijd vaak al letten op de plaats van de bijbel in het gezin (gaat de televisie of de bijbelvertelling voor?).

Schriftgetrouw
De invloed van allerlei moderne theologische stromingen is in het hedendaagse godsdienstonderwijs nadrukkelijk (en vaak tegelijk subtiel) aanwezig. Een voorbeeld: "God vond het beter dat Abram ging verhuizen. God was bang dat hij anders teveel vastgeroest ging zitten aan al die regels, wetten en voorschriften in Ur. Hij wilde niet dat Abram steeds in de positie van ondergeschikte zou blijven. Gelukkig ging God met Abram mee. God is geen God, die van stilstaan houdt. De Baäl, dat is de vastgeroeste God, die zijn houvast zoekt in vaste regels. Zo 'is onze God niet!" (4). Diezelfde toon kan worden teruggevonden in veel moderne kinderbijbels. Daarom is het buitengewoon belangrijk om deze bijbels op
hun schriftgetrouwheid te toetsen.

De opstanding
In een veelgebruikte kinderbijbel wordt de kruisdood van Jezus gevolgd door de geschiedenis van de Emmaüsgangers.
Het verhaal eindigt als volgt: "Het is helemaal niet afgelopen met Jezus. Het begint nu pas goed. En het leek nèt of die man van daarnet Jezus zelf was!"
Het volgende hoofdstuk gaat over het lege graf. Wanneer de vrouwen ontdekken dat het graf leeg is zeggen mannen op de begraafplaats tegen hen: "Bij de levende mensen merk je wie Jezus is.
Daar moet je zijn. Dit graf heeft niets met Jezus te maken. Wat Jezus voor jullie is, dat is niet kapot te maken!"
Een man die plotseling binnenkomt merkt op: "Waarom zou het met de dood uit zijn? Jezus heeft het jullie altijd al verteld. Hij wilde de mensen vrij maken. Vrij van verdriet over doodgaan, vrij van keizers en koningen, vrij van tempels en priesters". Plotseling denken de vrouwen en de discipelen dat 'die man" Jezus was en ze gaan hem achterna, maar kunnen hem nergens meer vinden. De geschiedenis eindigt als volgt: "Ze keken naar de wolken boven hen. Of hij daar misschien was.
Maar Simon Petrus zei tenslotte: "Wat staan we hier naar de hemel te staren.
Het komt nu op ons aan ..... " (5)

Projektie
Hoewél in het hiervoor geciteerde verhaal de suggestie van de opstanding wel enigszins wordt gewekt, blijft dit feit in deze kinderbijbel bijzonder vaag. Pasen gaat verborgen achter mistflarden.
Deze verteltrant wordt wel 'kind-vriendelijk' genoemd, maar men kan zich afvragen of de vertellers werkelijk aansluiten op de belevingswereld van kinderen. De verteller lijkt meer moeite te hebben met de feitelijke opstanding van Jezus dan veel kinderen en projekteert die moeite op het denken van kinderen.
Zou het voor kinderen die zo vroeg met twijfels opgezadeld worden later echt gemakkelijker zijn om te geloven?
We vermoeden het tegendeel.

Welke kinderbijbel?
Enkele jaren geleden schreef mevrouw Vrijmoeth-de Jong voor 'Opbouw' een serie artikelen over kinderbijbels (6).
De hier genoemde suggesties zijn grotendeels ontleend aan deze serie:

a) Let op de leeftijd van het kind; maak b.v. onderscheid tussen kleuter- en kinderbijbels.

b) Leen een paar kinderbijbels uit de bibliotheek en kijk hoe kinderen op de verhalen reageren.

c) Toets de inhoud van de verhalen op schriftgetrouwheid. Er zijn 'spannende' kinderbijbels met mooi uitgevoerde illustraties die bijbels gezien niet verantwoord zijn. Let bij het vergelijken op een aantal belangrijke bijbelse geschiedenissen (de schepping, wie is Jezus voor ons, wordt de opstanding als feit verteld, hoe wordt over de wederkomst gesproken?).

d) Laat de kinderen tevens wennen aan het gebruik van de bijbelvertaling die wij doorgaans gebruiken en laat henals ze kunnen lezen - ook aktief in hun eigen bijbel meelezen.

Geciteerde literatuur:
(1) M. Vrijmoeth-<le Jong: Thuis geloven ze, In: A. G. Knevel (redaktie); In de kerk, uit de kerk (Kok, Kampen, 1988).
(2) Ds B. Telder: Reformatorisch leven (Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1968).
(3) R. F. Smit (redaktie): Kinderbijbels vergeleken (Bijbels museum, Amsterdam, 1979).
(4) F. Nabers in de Kerkbode voor Noord-en Zuid-Holland (serie over godsdienstonderwijs: 26 januari 1985).
(5) Karel Eykman en Bert Bouman: Woord voor Woord (Zomer en Keuning, Ede, 1982).
(6) M. Vrijmoeth-de Jong: Kinderbijbels (in: Opbouw, 29 juni tot 10 augustus 1984)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief