Pastorale Notities
1988-10-21
,,The last tempation”- Jaargang 32
- nummer 39
De afschuwelijke film, die overal zoveel opschudding veroorzaakt, is in deze rubriek al eerder ter sprake gebracht, door ds van den Brink. Ik deel zijn verontwaardiging en ik ben met hem van mening dat je dit wangedrocht niet behoeft te gaan zien om er een oordeel over te mogen hebben.
Toch waag ik mijn aan de vraag of wij doorgaans op de goede wijze reageren en of wij wel de juiste argumenten gebruiken.
Wél als het er alleen om gaat onder elkaar onze verontwaardiging te luchten, maar wij willen toch hen bereiken die de film vertonen of er naar gaan kijken en er geen bedenkingen bij hebben.
Onlangs bevond ik mij in een klein gezelschap, waarin ik de enige christen was. Iemand bracht deze film ter sprake en zei, niets te begrijpen van de felle reacties van christenen. De anderen deelden zijn onbegrip en ik had het gevoel dat een beetje uitdagend naar mij keken. Ik besefte dat ik met verontwaardiging niemand zou bereiken. Die hadden ze al genoeg ontmoet en het had hen niets gedaan. Ook met de woorden als ,,godslastering” waren ze niet bereikbaar.
Toch ben ik het gesprek wel aangegaan. Ik geeft het verloop daarvan niet weer. Dit moet niet overkomen alsof ik meen, de goede formule te hebben gevonden.
Gesprekken zijn uniek. Ik kan alleen zeggen dat ik argumenten heb gebruikt, die ook geldig zijn tegenover hen, die het geloof in de Here Jezus niet met ons delen.
Ik merkte dat die argumenten het beter deden dan boosheid en verontwaardiging. Ik heb geprobeerd, mij te houden aan de woorden van de Meester, waarin Hij ons gebiedt het heilige niet voor de honden te werpen en paarlen niet voor de zwijnen en ik heb in elk geval gemerkt dat zij zich niet hebben omgekeerd in een poging om mij te verscheuren.
Zij vonden mijn argument niet onredelijk. Wat dit uithaalt weet ik niet en dat is ook niet mijn zaak. Ik vraag mij ook af of het aan ons nog in ruime mate ter beschikking staande gebruik van de grote media wel het goede kanaal is om ons bezwaar kenbaar te maken. De media zijn te zeer een uitdaging om grote woorden te gebruiken. Je kunt er niet iemand in de ogen zien en kalme woorden zeggen. Ze zijn te zeer berekent op de massa, die alleen schreeuwend bereikbaar is en teveel geschikt voor de grote mond.
Vandaar dat de Here Jezus er geen gebruikt van maakte. Hij heeft niet geschreeuwd en niet getwist en men heeft op de pleinen zijn stem niet gehoord.
Niet op de pleinen, dat waren de kruispunten van twee straatjes, waar de mensen elkaar ontmoetten, zoiets als de media van zijn dagen.