Een pleidooi voor de rechtsstaat (6)
1988-10-21
Omdat Aalders in navolging van Luther het kwaad in de wereld benadrukt, staat hij zonder meer afwijzend tegenover de bevrijdingstheologen van onze dagen (van alle dagen). Deze willen de wereld bevrijden van het kwaad, alsof dat zo maar even te bereiken is. Aalders ziet daarin een overheersing van de kerk over de staat met als consequentie tirannie.- Jaargang 32
- nummer 39
Ik deel deze zienswijze, omdat men met prachtige idealen over gerechtigheid in deze wereld niet ver komt. Dat leidt inderdaad tot tirannie van allerlei dubieuze vormen van ethiek. Naar ik elders uitvoerig heb uiteengezet, staat onder meer Roscam Abbing een inkomensvorming voor op basis van zedelijke normen in tegenstelling tot een inkomensvorming gebaseerd op het prijs- en marktmechanisme.
Naar ik toen getracht heb duidelijk te maken, ontaardt een dergelijke inkomensvorming in een volledige beheersing (betutteling) van (in) het economisch leven, met alle desastreuze gevolgen van dien, niet alleen voor de economie, maar ook voor de ethiek.
Ik ben het met Aalders op dit punt grotendeels wel eens. Ook de bekende prof. H. M. Kuitert heeft in dit verband de laatste jaren van zich doen spreken.
Kuitert haalt de twee rijken-leer ook weer van stal in "Alles is politiek, maar politiek is niet alles" (uitg. Ten Have, Baarn, 1985,219 blz., prijs f25,-).
In de kerk gaat het niet om macht; in de staat, in de politiek gaat het volgens Kuitert enkel om macht. De kerk moet zich dus niet met de politiek inlaten, want dat is haar terrein niet, aldus Kuitert.
Ze heeft er ook geen verstand van, geen deskundigheid daarvoor in huis, schrijft hij. De scheppingsorde is volgens Kuitert door de zondeval niet geschonden om de eenvoudige reden, dat er :volgens hem geen zondeval is geweest.
God houdt volgens Kuitert de geschapen wereld in stand. Hij is daarvan ook de Bewaarder. Daarnaast is volgens hem God ook Verzoener en Verlosser. Er is bij hem dus een tweeheid in Gods bemoeienis: enerzijds met de wereld en anderzijds met de kerk. Een volledige scheiding van kerk 'en wereld dus. Het is duidelijk, dat Kuitert zich om deze reden ook afzet tegen de bevrijdingstheologen van vandaag (en ook hier: van alle dagen).
Bij Kuitert hebben in de politiek, in de staat wetenschappelijke kennis en ervaring het laatste woord. Het licht van Gods Woord hoeft in de politiek, in de staat (en de samenleving) volgens hem niet te schijnen, want de wereld is autonoom en zelfgenoegzaam. Met de Bergrede maak je in de politiek alleen maar brokken volgens Kuitert. Wanneer bij voorbeeld de overheid haar andere wang zou toekeren aan iemand, die haar slaat op de ene wang, zou zij haar taak niet verstaan en de chaosmachten vrij spel geven. De Bergrede bevat volgens Kuitert alleen maar geboden voor het individu. Ik ben dit laatste overigens grotendeels met Kuitert eens, al kan de Bergrede volgens mij ook politiek we' relevant zijn.
Nu is wel de opmerking gemaakt, dat de twee rijken, het rijk boven de zon en het rijk onder de zon of ook wel het rijk van Christus en het rijk der duisternis niet samenvallen met enerzijds de kerk en anderzijds de staat (en de samenleving).
De tegenstelling rijk van Christus en rijk der duisternis zit in elk menselijk hart en loopt dus dwars door kerk en staat heen. Ook in de kerk werkt het 'rijk der duisternis, dat weten we allemaal wel.
Niettemin zijn kerk en staat (of de wereld) te onderscheiden, ook al, omdat we in de wereld hoofdzakelijk (zeker nu) met ongelovigen te maken hebben, Dat is volgens mij de reden waarom de twee rijken-leer van Luther weer van stal wordt gehaald in de discussies over kerk en politiek (of kerk en staatkundig- en maatschappelijk leven.
Ook de opvattingen van de professoren E. Schuurman en B. Goudzwaard kunnen aan de hand van genoemde twee rijken-leer in het kort worden weergegeven.
Schuurman en Goudzwaard vinden deze wereld bar en boos (en dat vind ik ook). De wereld zucht volgens hen onder het moderne vooruitgangsgeloof.
Deze vooruitgang is het gevolg van de saecularisatie, schrijft Goudzwaard (volgens mij is vooruitgang niet per definitie het gevolg van de saecularisatie, maar zitten in de schepping' wel vooruitgangsmogelijkheden; niet elke ontsluiting is ontsporing en in elke ontsporing zit nog iets van ontsluiting).
Wetenschap en techniek helpen deze wereld volgens' Schuurman en Goudzwaard in velerlei opzicht de verkeerde kant op en betekenen op het ogenblik voor mens en samenleving (naast alle vooruitgang, die op allerlei gebied gemaakt wordt) een grote bedreiging. Nu bestrijd ik deze conclusie niet; maar maak wel de volgende opmerkingen.
Aalders en Schuurman gaan beiden in de richting van wereldmijding; beiden wijken af van de ene lijn van Abraham Kuyper, de lijn van "geen duimbreed" en van de lijn van Dooyeweerd, de lijn van de ontplooiingsmogelijkheden.
Deze wereld ligt in het boze en er valt daarin niet veel te christianiseren, stellen beiden in feite. Goudzwaard wil deze boze wereld nog wel bestormen en haar met allerlei prachtige, radicale en christelijk-getinte idealen verbeteren.
Zijn voorstellen missen echter doorgaans praktische zin en (de karavaan) de wereld trekt na kennisname van zijn opvattingen weer gewoon verder.
Goudzwaard ziet kennelijk niet het verschil tussen kerk en staat, zou men kunnen zeggen. In dezeboze wereld leven de meeste mensen niet naar God's wil en dan hebben hooggestemde, christelijk-getinte idealen geen enkele kans van verwerkelijking. Ik neem Goudzwaard kwalijk, dat hij doet alsof hij dat niet weet.
Ik kom tot afronding van deze artikelenserie.
Ik kom daarbij weer terug bij de twee rijken-leer van Luther en bij diens opvattingen over het boek Prediker. Ik zou bij Luther willen aansluiten, omdat hij één en ander principieel juist heeft gezien naar mijn mening. Het volgende daarvoor ter verklaring. De wereld verschaft ons weerbarstig materiaal en in de wereld kunnen we niet zomaar aller lei bijbelse nonnen of idealen toepassen.
Naar is gebleken komt daar in de praktijk weinig van _terecht. Wat is er van de christelijke wetenschap (de Vrije Universiteit) bij voorbeeld uitgegaan in deze wereld? Bar weinig naar mijn mening.
Moeten de opvattingen van Goudzwaard doorgaan voor een christelijke ,K'~leau economique"? Het lijkt er niet op, alleen al niet omdat zijn opvattingen praktische zin missen. De wereld heeft betere oplossingen aangedragen; het klinkt niet bemoedigend, maar het is gewoon zo. Niettemin belijd ik met Goudzwaard, dat Christus alle macht heeft in hemel en op aarde.
Wij leven in deze wereld, al zijn wij niet van deze wereld. God houdt deze wereld in stand en zorgt ervoor, dat de chaosmachten niet definitief de overhand krijgen. De opgaande zon staat daar borg voor, aldus Luther. Van de natuur, de scheppingsorde blijft God de Bewaarder. Hij verlost ons, de gelovigen van alle nood en zal ook de natuur, de scheppingsorde verlossen. Dit laatste laat nog op zich wachten. De schepping zucht nog, is nog in nood.
Gods scheppingsorde is door de zondeval heengekomen; er is ook na de zondeval met deze orde te leven, zelfs in ongeloof, omdat God het kwaad tempert, in toom houdt, zolang Hij wil. De wereld, de ongelovige wetenschap is in staat allerlei wetmatigheden van Gods scheppingsorde te ontdekken; deze stuit telkens op allerlei strukturen, die daarin door God zijn gelegd. Daarin ontspoort de wereld ook menigmaal. De wereld verdraagt het niet, dat -in alles naar God's wil moet worden geleefd. We zullen daarmee rekening hebben te houden, hetgeen onder meer betekent, dat het bereiken van gerechtigheid in deze wereld maar zeer ten dele lukt. Het lukt zeker niet, wanneer we (zoals bij voorbeeld Roscam Abbing en Goudzwaard doen) met állerlei idealistische oplossingen aan komen zetten, die te zeer wissels trekken op de goedheid van de mens. Die goedheid is er in de praktijk gewoon niet.
Het inrichten van staat en samenleving dient ervan uit te gaan, dat de mensen zondaars zijn. Alleen dan ontstaat er een enigszins leefbare samenleving.
Voor deze samenleving wat betreft de produktie en consumptie, de economie dus, moeten we daarom niet uitgaan van de ethiek of allerlei hooggestemde idealen of verwachtingen, maar van het ruilverkeer als grondslag voor de economie.
Daarin komt namelijk naar voren wat de mensen werkelijk willen, hetzij goed, hetzij kwaad.
Over ethiek heerst geen eenstemmigheid onder de -mensen. Over rechtsregels, die overigens aan de ethiek ont-
,/' springen, wel, omdat deze door de samenleving via de daarvoor geëigende organen (het parlement onder andere) zijn aanvaard. Wetgeving is een belangrijke aangelegenheid om aan de ongebondenheid van de mensen paal en perk te stellen. Wanneer de staat zich -met ethiek of met allerlei ideologische aangelegenheden bezig houdt, ontstaat in de kortste keren de staatsideologie, dat wil zeggen tirannie.
In Rusland zien we dat dan ook prompt gebeuren. We zagen het ook in Babel, aldus schreef onlangs iemand. De tirannie brak daar even door toen Nebukadnezar een gouden beeld maakte en van iedereen in zijn rijk eiste deze te aanbidden.
Sadrach, Mesach en Abednego voorkwamen door hun weigering het beeld te aanbidden, dat de staatsideologie (of staatsgodsdienst) definitief werd ingevoerd en zij bouwden mede op deze \ wijze in gustige zin aan de cultuur in Babel. Zij waren in politiek opzicht in Babel zoutend zout.
Onze houding in deze wereld moet dan ook aldus zijn, dat we niet opgaan in de wereld, maar dat we ingaan op de wereld, dat wil zeggen op de problemen in de wereld, aldus dezelfde schrijver van onlangs. De mensen in de wereld oriënteren zich hoofdzakelijk op hun eigen belang, zeker wat betreft hun maatschappelijk gedrag. Doorgaans hebben ze ook geen andere oriëntatie, omdat voldoende informatie voor een ander gedrag ontbreekt. Bij de inrichting van de samenleving (ook bij de wetgeving) zullen we daarvan moeten uitgaan, willen we niet verzanden in ethicisme.
Al zijn wij als christenen in deze wereld, dan hoeven wij"de stijl van deze wereld nog niet over te nemen. Dat mogen wij namelijk nooit, daarin is de Bijbel duidelijk genoeg.
Schuurman en Goudzwaard hebben naar mijn mening niet een voldoende goed zicht op de verhouding van de twee rijken, die Luther onderscheidt: het geestelijk en het wereldlijk regiment.
De eerste auteur wil de wereld min of meer mijden, althans ziet de hedendaagse cultuur als een Babelcultuur, waarin de christenen ballingen genoemd moeten worden.
In Jeremia 29 : 4-7 en 11 worden de Israëlieten in Babel echter opgeroepen huizen te bouwen, tuinen aan te leggen, zonen en dochters te verwekken en de vrede voor de stad te zoeken, want in haar vrede zal uw vrede gelegen zijn.
De drie bekende bijbelse figuren uit Daniël 3, Sadrach, Mesach en Abednego bekleedden belangrijke openbare ambten in Babel en bouwden mee aan de - cultuur in Babel, aan de cultuur van de _wereld dus.
Nu weet Schuurman dit ook wel, maar waarom dan de christenen van nu ballingen in de hedendaagse cultuur genoemd?
Wetenschap, organisatie en techniek worden in de opvatting van Schuurman (en ook door anderen) verzelfstandigde machten genoemd, die voor de mensheid steeds meer onder meer bedreigend zijn.
Maar zijn deze machten wel zo verzelfstandigd?
Zij bestaan alleen zolang God het wil. De (onder meer economische) ontwikkeling voor betreffende gebieden zorgt ervoor, dat op de resultaten van wetenschap, organisatie en techniek steeds weer correcties nodig zijn, moeten worden aangebracht. De bedreigende ontwikkeling moet naar mijn mening niet als een noodlot worden beschouwd, ook al ontken ik de bedreiging niet. Maar de scheppingsorde zorgt voor veel bijsturing en de scheppingsorde is bovendien in Gods hand.
Het radicale idealisme van Goudzwaard heb ik reeds besproken. Het leidt naar mijn mening tot tirannie. Ik wil de verschillen met Schuurman en Goudzwaard niet opblazen, groter maken dan ze in feite zijn, maar beiden zetten ons wel op het verkeerde been.
Aalders en Schuurman zullen de meeste aanhang hebben in bevindelijke kring, dat wil zeggen in kringen, die Abraham Kuyper gemist hebben (onder meer Gereformeerde Bond, Nederlands Hervormde Kerk, Christelijk Gereformeerde Kerk).
Goudzwaard zal zich thuisvoelen bij de zogenaamde bevrijdingstheologen van vandaag en de aanhang van deze theologen in de vrijzinnige hoek van onder meer de (synodaal) Gereformeerde Kerken in Nederland, de grootste hoek zo langzamerhand van deze kerken, neem ik aan.
De zogenaamde bevrijdingstheologen willen zelf het vredesrijk van God op deze aarde tot stand brengen, onder meer door met geweld onrechtvaardige overheden omver te werken. Wat ze bereiken is meestal een nieuwe dictatuur, een nieuwe tirannie. Tegen onrecht mag, ja moet krachtig stelling worden genomen. Maar voor revolutie, voor opstand is meer nodig, dan onrecht van de kant van de overheid.
Luther heeft met zijn twee rijken-leer ook willen benadrukken, dat God zijn vredesrijk sticht en dat deze niet tot stand komt door onze inspanningen, hoe goed bedoeld ook. _ Men zou het wellicht ook aldus kunnen uitdrukken, dat de bevrijdingstheologen de kerk weer willen laten heersen over de staat. Men hoeft geen aanhanger van Kuitert te zijn om in te zien, dat dat het terugdraaien van de geschiedenis is.
Het gevolg zal zijn: tirannie.
Nogmaals: over ethiek, over gerechtigheid bestaat in de wereld, in de maatschappij geen eenstemmigheid en daarom moet de staat daartegenover terughoudend zijn.
Ik ben mij bewust niet alle aspecten te hebben besproken van de consequenties, die voortvloeien uit het gemaakte en door mij aanvaarde onderscheid: geestelijk en wereldlijk regiment. We dienen er echter wel voor te waken dit leven te verdelen in twee helften, die niets met elkaar te maken hebben. In "Christus en cultuur" (uitg. Wever, Franeker, 1978, p. 78 e.v. en p. 90) waarschuwt professor K. Schilder daar onder meer voor. Gelovigen en ongelovigen hebben volgens hem een zekere band. Zowel gelovigen als ongelovigen verrichten beide culturele prestaties; ze kunnen niet zonder elkaar.
Deze band van het bij elkaar zijn noemt Schilder de sunousia. Beide zijn gebonden aan het te bewerken materiaal en de wet van dat materiaal.
Daarin verschillen gelovigen en ongelovigen niet.
"Het leven is nog niet uiteengegaan in hel- en hemelvormen. God heeft alle krachten nog ingebonden. Ook de kracht van de satan. Het is nog.steeds zo dat wie God dient en God niet dient, tegelijk werken aan één cultuurfragment.
Dan hier, dan daar. Die twee: gelovigen en niet-gelovigen zijn geografisch niet te scheiden in de wereld: Christus houdt hen nog bijeen. Er is in deze gemengde, weerhouden wereld nog constructiemogelijkheid. Ook waar constructeurs geen mensen Gods zijn.
Geen enkele ark' werd ooit gebouwd door Noachs familie alleen. Hand- en spandiensten verrichten steeds ook de kandidaten van de dood", aldus Schilder.
Niet Satan, niet Babel heeft alle macht in hemel en op aarde. Dat heeft Christus, die in Openbaring 22: 21 zegt: Ik ben komende. In de zogenaamde bevrijdingstheologie heeft men daarvan geen notie. Ook in de Babelcultuur zijn Gods kinderen rentmeesters voor Zijn aangezicht.