Bijbelse motieven (3)

1987-10-16
  • Jaargang 31
  • nummer 39

Als een ballon die bijna knapt
In een ballon zit heel wat rek. Maar als hij steeds groter wordt opgeblazen, als de kleur steeds lichter wordt, komt er een moment dat je je ogen half dicht knijpt uit vrees dat de toenemende spanning de ballon zal doen exploderen.

Abraham begon in een weinig kansrijke startpositie. Bovendien liet de vervulling van de belofte zo lang op zich wachten dat hij er soms moedeloos van werd. We zagen al dat hij in Gen. 15 klaagt: "Here, HERE, wat zult gij mij geven daar ik kinderloos heenga. "
Bij die gelegenheid krijgt Abraham een teken. God sluit op een bijzondere wijze een verbond met hem. Hij moet dieren middendoor delen en tegenover elkaar leggen en over deze bloedweg zal hij, naar plaatselijk gebruik, met de Here gaan om het verbond te bezegelen. Maar dan begint het wachten. De Here komt niet, wel de aasgieren. En Abraham loopt dan niet teleurgesteld weg maar hij verjaagt de roofvogels en wacht. Pas als de avond is gevallen komt de Here.
In Gen. 17 lezen we: Toen Abram negen en negentig jaar oud was verscheen de HERE en zeide ... Ik zal... u uitermate talrijk maken ...Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän tot een altoos durende bezitting geven...
Is het niet om je adem in te houden.
Vooral dat lakonieke begin: Toen Abram negen en negentig jaar oud was. Dat is toch onvoorstelbaar. Abraham lacht erom en doet een tegenbod: Och mocht Ismaël voor Uw aangezicht leven.
Toch, eindelijk, wordt Izaäk geboren.
Lot is voorgoed uit het gezichtsveld verdwenen. Zijn zonen blijken uit te zullen groeien tot de Moabieten en Ammonieten. Ook Ismaël verdwijnt.
van het toneel en zo is Izaäk de enige schakel die Abraham verbindt met de toekomst, meer nog, met de vervulling van de belofte. Maar de spanning zal nog meer oplopen.

Een altaar op Moria
Hoe onvoorstelbaar moet het woord van God geklonken hebben in de oren van Abraham: Neem toch uw zoon, uw enige, die ge liefhebt, Izaäk en ga naar het land Moria en offer hem daar tot een brandoffer... Onvoorstelbaar, niet alleen omdat hem bevolen wordt zijn zoon te doden, dat zou, hoewel vreselijk moeilijk, voor hem, in zijn cultuur, nog wel binnen de grenzen van het voorstelbare hebben gelegen, maar: zijn zoon is nu juist de garantie van de vervulling van Gods beloften. Abraham is zover gekomen en nu moet hij nogmaals van nul aan beginnen. Abraham zag de dood van Izaäk onder ogen. En uit de dood heeft hij hem, bij wijze van spreken teruggekregen. Abraham vertrouwde, over de dood van Izaäk héén toch op de belofte. Dat was geweldig van Abraham, hij wordt als geloofsheld geprezen. Toch is het verhaal van Gen. 23 niet alleen, of zelfs niet in de eerste plaats, het verhaal van Abrahams geloofsvertrouwen.
Het is: de spanning ten top. De belofte hangt aan een zijden draad, maar wordt vervuld.
Zo zijn er nog meer van die spannende momenten. Als Ezau Jakob dood wil slaan na de diefstal van de zegen en (naar mijn overtuiging) ook bij de Jabbok als Ezau op Jakob afkomt. De drager van de belofte danst op het koord van de dood.
En kijk eens naar het boek Exodus.
Het volk is in harde slavernij als Mozes geboren wordt. Maar de verlossing laat nog tachtig jaar op zich wachten. Hoe lang nog, Here ...
En àls Mozes dan uit Midian komt, wordt de druk op het volk nog verhoogd.
Was het nog niet genoeg geweest?
Moest dat nou? De spanning loopt ondragelijk op vóór de verlossing komt.

Gethsémane
De weg van Jezus' vernedering gaat door adembenemende diepten.
Heel sterk komt dat uit in Gethsémane.
Die dag moet voor Jezus een zeer teleurstellende zijn geweest. Zijn discipelen begrepen toch nog zo weinig van wie Jezus was en wat hij ging doen. Ze hebben met het hoofd nog in de wolken van de intocht in Jeruzalem gelopen en ze twistten over de ministersposten in het nieuwe koninkrijk.
Ze gingen met vuile voeten aan tafel voor de laatste maaltijd want ieder voelde zich te goed voor de ander. En de donkere woorden over lijden en sterven werden niet begrepen. Zijn verrader kwam uit de kring van zijn eigen leerlingen. In Gethsémane, waar Hij zijn Vader smeekt om een àndere weg (laat deze beker Mij voorbijgaan) wordt zijn bede niet verhoord
en zijn leerlingen slapen inmiddels.
Tenslotte moet Hij nog meemaken dat de voorman van de discipelen, Petrus, Hem verloochent.
Nog is het niet genoeg, denk je iedere keer.

Talmen
Vertelt de Bijbel ons die geschiedenissen, waarin de spanning hoog oploopt, om ons te bemoedigen - dat de situatie God niet uit de hand loopt?!
In ieder geval kunnen we vaststellen dat Gods beloften soms langer op de vervulling moeten wachten, dan wij graag willen. Maar laten we onze ogen er niet voor sluiten, dat God zijn beloften wèl gestand doet. Mozes was allang voor de uittocht geboren. God was al bezig. Een schrale troost?
Voor onze haastige, individualistische tijd misschien wel.
In 2 Petrus 3 wordt ons een houding getekend van spotters die zullen zeggen: Waar blijft de belofte van Zijn komst?
In vs 9 lezen we: De Here talmt niet met de belofte al zijn er die aan talmen denken.
Denken wij soms ook niet aan talmen?
Als er situaties zijn in ons eigen leven of in het leven van anderen waarvan wij zeggen: Here, moet dat nu zó? Zoudt U hier niet iets aan moeten doen? Waar is God nu? Sommige mensen zeggen dat wel snel. Er zijn er ook die het snikken en met wie je het mee zou willen zeggen.
In zo'n situatie is het moeilijk om te gaan uitleggen dat Gods beloften wel vaker dreigen te stranden, maar dat dat toch niet zo is... Het klinkt dan zo gauw als een uitvlucht. Of alsof je de Here moet verdedigen.
In Openbaring 6: 10 horen we de stemmen van de martelaars klagen: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?
Hoe lang nog? Zit er nog rek in de ballon?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief