Pastorale notities

1987-10-16
  • Jaargang 31
  • nummer 39
Een paar weken geleden heb ik voor het eerst van mijn leven de Nachtwacht gezien. Naast mij, op dezelfde eerbiedige afstand stond een jong stel. Ik kon het niet helpen. dat ik hun gesprek kon volgen.
"Geweldig wat heeft hij dat knap gedaan ", zei zij.
"Hij heeft er ook negen maanden aan gewerkt", zei hij.
"Zes en een halve maand", merkte zij grinnikend op; "negen maanden dat gaat over iets anders ", "Dat is al weer elf jaar geleden gedaan, weet je dat?" .
Deze laatste opmerking snapte ik niet, maar na enig nadenken begreep ik dat zij het niet over Rembrandt .
hadden, maar over de restaurateur, die in 1976 het stuk had gerestaureerd nadat het in 1975 dooriemand met een mes was bewerkt.
Het gesprek zette zich voort, maar het bleef over de restaurateur gaan.
Rembrandt kwam zo te horen niet ter sprake.
Ik bedacht mij dat ik een jaar of tien geleden naar een lange Tv-reportage had gekeken over de restauratie en dat ik bij mijzelf ook had ontdekt dat de bewondering voor de herschepper het bijna won van de bewondering voor de schepper van hét kunstwerk.
Er is onder christenen nu iets vergelijkbaars aan de hand met het geloof in God als Schepper van hemel en aarde.
Een nog steeds groeiend getal mensen ziet de Here God nog slechts als de grote Restaurateur, de Bevrijder, de Redder, die zo omstreeks Abraham heeft ingegrepen om hemel en aarde te herstellen; waarbij min of meer in het duister blijft wat er eigenlijk valt te herstellen.
Wel bevat Genesis het bericht van de schepping van hemel en aarde, maar dat behoort tot de verhalen, die men onder Israël over Hem vertelde en daar hebben wij ten diepste geen boodschap aan. Het is in elk geval niet de bedoeling dat wij dat bericht zomaar als feit bij onze geloofsinhoud opnemen.
Dwalingen, waarin de schepping achter de herschepping verdwijnt zijn al heel oud, maar de duivel kent de argeloosheid van Gods kinderen en ziet kans, eindeloos nieuwe variaties op dit thema te bedenken.
Die argeloosheid is er ook onder ons. Ik herinner mij dat nog niet zo lang geleden een kinderversje het ook in onze kring goed deed: "In het begin lag de aarde verloren!" Moet u eens over zo 'n regel nadenken! Ik heb, niet zo ver van huis, kerkelijk gezien, met regelmaat een variatie gehoord op het votum waarmee wij onze diensten beginnen. Daarin was sprake van God, die trouw is aan wat Hij onder mensen begon! Onder mensen! Eerst zijn de mensen er en dan begint God! Dat kan zomaar ingegeven zijn door de kenmerkende boektitel "Het begin in ons midden" door Beker en Deurloo. Er is in onze tijd zoveel woordenspel dat wij ons geen argeloosheid meer kunnen permitteren.
Terwijl ik deze dingen overwoog zette het stel naast mij de wandeling door het museum voort. Zij keek nog even om en ik hoorde haar nog net zeggen: "Het is anders een prachtig schilderij".
0, dat toch wel, dacht ik.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief