Bijbelse motieven (4)
1987-10-23
- Jaargang 31
- nummer 40
Een hardnekkig volk
De woorden bevrijding, uitredding, verlossing, roepen een beeld op van mensen die opgelucht en dankbaar zijn voor hun bevrijding en verlossing. De werkelijkheid is vaak anders. In de Bijbel kom je mensen tegen, die bijten in de hand die hen wil voeden.
Zodra het verbondsvolk enige omvang gaat krijgen, twaalf zonen van Jakob, is het ook onmiddellijk mis.
Ik vind nog steeds één van de meest verbijsterende taferelen van de Bijbel de poging tot moord op Jozef. De broers gooien hem in een put en gaan vervolgens een hapje eten. Vooral dat laatste detail vind ik weerzinwekkend.
Goed, ik heb ook wel eens een broertje gepest, maar dit is toch erger dan beestachtig. En dit is nou het verbondsvolk.
Dit zijn de patriarchen, de stamvaders! Nou ja, Ruben is dan nog een beetje goed. Hij wil door list Jozef redden maar hij, de oudste, is geen krachtfiguur. En Juda stelt voor om Jozef te verkopen, om vrij te zijn van bloedschuld, maar eigenlijk is dat nog geraffineerder. Voor Jozef lijkt het uitstel, wat had een slaaf in Egypte voor levenskansen! En de broers verdienden er nog een paar stuivers mee.
Jaren zijn voorbijgegaan als Mozes uit de woestijn komt om het volk uit te leiden uit de al zo lang durende slavernij. Aanvankelijk is hij welkom, maar als het tegenzit luisteren ze niet meer naar hem. Ze zijn meer onder de indruk van de Farao. Dan gaan tien plagen als walsen over Egypte. Als de doodsengel waart door Egypte deinst hij terug daar waar verzoenend bloed de deurpost kleurt.
In doodse stilte trekken ze uit Egypte, diep onder de indruk zou je denken.
Maar de eerste tegenslag bij de Rode Zee is genoeg om hen' van slag te brengen. Nou ja, het zal ook wel een beangstigend gezicht geweest zijn, de geoefende cavalerie van de Egyptenaren en dat als je zelf ongewapend bent. Dan komt het wonder van de doortocht. Nog indrukwekkender dan de Farao en zijn legermacht, waren de golven, die hem versloegen.
Drie dagreizen ver is Mara. Het volk morde. En het volk morde in de woestijn Sin, en bij Rafidim, en bij Tabeëra en bij Kibroth Taäva ... maakt u zelf het lijstje maar af. Daar moeten we dan bij bedenken dat dit het volk was, dat als enige de stem van God had gehoord vanaf de Sinaï. Zij gingen door de woestijn en waadden in wonderen.
Toch morden zij. Wonderen zijn kennelijk niet een onfeilbaar middel bij ongeloof.
Richteren, het boek der schande
Het volk is uitgeleid uit Egypte en binnengeleid in het land der belofte.
De kinderen van Abraham zijn eigenaren van het land, waar Abraham als vreemdeling vertoefde. Het ongelofelijke is werkelijkheid geworden.
En ze leefden nog lang en gelukkig! Was dat maar waar geweest. Toch is het uiterst bevreemdend dat dat niet zo is geweest. Het boek van de richteren vertelt ons er van. Het is een onthullend boek. Dat het verbondsvolk wel eens iets fouts doet -wie zal daar verbaasd over zijn. Maar dat het zó fout gaat. In het eerste deel van het richterenboek zien we een overzicht van de repeterende afval. Na iedere redding klinkt het ontmoedigende refrein: De Israëlieten deden wat kwaad was in de ogen des HEREN.
.. en dan komt de onderdrukking, de inkeer en de redding en de afval. Zoals het eerste deel een lengtedoorsnede geeft, geeft het tweede deel van het richterenboek een dwarsdoorsnede van het leven van die dagen.
Geschiedenissen, die je de adem benemen. Menige huisvader durft ze aan tafel niet voor te lezen. Het boek sluit af met de woorden: in die dagen was er geen koning in Israël, ieder deed wat goed was in zijn ogen.
Dus toen er een koning kwam was er alle hoop dat het beter zou gaan.
Van Eli tot Zedekia
Het grote geschiedwerk van de boeken Samuël en Koningen geven een overzicht van de koningentijd.
Van de situatie die Samuël aantrof tot de vlucht van de laatste Judeërs naar Egypte.
Welke toestand trof Samuël aan? De corrupte priesters sneuvelen tegen de Filistijnen. De ark in de handen van heidenen. Eli sterft van schrik. 'Ikabod' wordt het zoontje van Pinehas door zijn stervende moeder genoemd:' "weg is de glorie". Een rake naam.
Maar Samuël mag het beleven dat hij David zalft. En onder diens koningschap zal het land zijn hoogste bloei beleven. Het duurt geen twee generaties voor het weer grondig mis is. Het volk gesplitst in twee koninkrijken en in het koningenboek zijn meer koningen die "kwaad doen in de ogen des HEREN"
dan omgekeerd. Is het een wonder dat Gods woord door de mond van de profeet Hosea luidt: Uw liefde is als een morgen wolk, en als een dauw die in de vroegte vergaat.
Daarom heb ik er door de profeten op ingehouwen, heb ik hen gedood door de woorden mijns monds. (Hos. 6:5) En de toespraak van Stefanus voor de Hoge Raad is indrukwekkend en wordt door hemzelf samengevat: Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest; gelijk uw vaderen, zo ook gij. (Hand. 7: 51).
Wie zich aan een ander spiegelt, ...
Wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht. We kunnen het Oude Testament met veel hoofdschuddens en 'ach, ach's' lezen. Maar deze doorkijkgeschiedenis is niet geschreven om ons te amuseren. Zelfs niet om ons te shockeren. In zekere zin kan het moed geven als we veel betreurenswaardigs opmerken in onze eigen geschiedenis en als we veel ongehoorzaamheid zien: God laat zijn volk niet zo maar vallen. Ook ons niet. Zijn volk is nooit het modelbeeld geweest dat aan anderen het goede voorbeeld gaf. Toch zijn Gods trouwen liefde gebleven. Geen peluw voor ons om rustig bij in te dutten maar: Laten wij er dus ernst mee maken om tot Gods rust in te gaan, opdat niemand ten val kome door dit voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen (Hebr. 4: 11).