Abraham Kuyper, 150 jaar geleden geboren

1987-11-06
  • Jaargang 31
  • nummer 42
Op 29 oktober j.l. was het 150 jaar geleden, dat Abraham Kuyper te Maassluis werd geboren. Zijn vader was daar predikant. Zijn moeder Henriette Huber was een Zwitserse. Zij gaf hem de eerste jaren zelf onderwijs.
Kuyper was al op jeudige leeftijd een bijzonder ventje. Toen hij 9 jaar was, de familie Kuyper was inmiddels naar Middelburg verhuisd, deed hij al zijn best anderen te bekeren.
Zo zou hij een poging gedaan hebben een aantal matrozen het vloeken af te leren.
Daarvoor nam hij uit de studeerkamer van zijn vader een tractaatje en las dat aan de matrozen voor. Hij wist dat tactvol aan te pakken. Om de matrozen gunstig te stemmen nam Abraham tegelijk een kist sigaren van zijn vader mee en verdeelde die onder zijn aandachtig gehoor.

Deze houding is typerend voor zijn latere optreden. Overigens zegt deze prille bekeringsijver ook wel wat over zijn opvoeding. Wellicht heeft het onderwijs van zijn moeder daartoe bijgedragen.
Vooral in deze leeftijd is het van bijzonder belang, dat de ouders, volgens de belofte bij de doop gedaan, hun kinderen onderwijzen in de waarheid Gods.
Merkwaardig is, dat Kuyper nog al geaarzeld heeft tussen de keus van zeeman en predikantschap. Overigens zijn het beide avontuurlijke beroepen. Gelukkig koos. hij tenslotte voor het ambt van predikant. Hoe zou de geschiedenis van gereformeerd Nederland geweest zijn, als Abraham zeeman geworden was?

In 1849 nam zijn vader een beroep naar Leiden aan. Na zijn gymnasiumstudie liet hij zich in 1855 als student in de theologie en letteren aan de universiteit te Leiden inschrijven. Zijn studie verliep zeer voorspoedig. In 1858 kandidaats letteren, in 1861 kandidaats theologie. In 1862 volgde zijn promotie. Het jaar daarop trouwde hij met Johanna Hendrika Schaay. Volgens velen was het een werelds en ongelovig ding. Trouwens de jonge Kuyper was in die tijd bepaald niet gereformeerd.
Hij was eerder een moderne theoloog. De buitengewoon begaafde Kuyper ontwikkelde een zeer grote werkkracht. Door zijn ijzeren tijdsbeheersing was het hem mogelijk bijzonder veel arbeid te verrichten.
Voor zijn vijftigste had hij een dagblad, de Standaard opgericht, een partij, de A.R.P., gesticht, een universiteit, de Vrije Universiteit, geschapen en een kerk, de Gereformeerde Kerk, gebouwd.
Hoewel hij intussen twee zenuwcrisissen had doorstaan, begon hij toen aan zijn nationaal politieke loopbaan als partijleider en kamerlid. Op 64-jarige leeftijd werd hij minister-president.
Intussen verschenen van zijn hand 200 geschriften. w.o. Ons Program (1300 blz.) en A.R.Staatkunde (1400 blz.).
Naar schatting schreef hij bovendien 20.000 artikelen in Heraut -en Standaard.

De belangrijkste gebeurtenis in zijn leven vond plaats in zijn eerste gemeente Beesd. Een oud vrouwtje, Pietje Baltus, was het middel in Gods hand om Kuyper tot bekering te brengen. Mee door haar invloed begon Kuyper de werken van Calvijn te bestuderen. De foto van Pietje Baltus heeft zijn leven lang op de schoorsteenmantel van zijn studeerkamer gestaan. De intellectueel Kuyper had in Pietje Baltus iemand van de kleine luyden-ontmoet voor wiens bevrijding hij in de toekomst de strijd zou aanbinden. Kuyper werd toen de klokkenist, wij zouden zeggen de klokkeluider, van het gewone volk.
Kuyper wierp zich direct in de strijd voor kerkherstel. Hij riep de oude Ned. Herv. Kerk terug tot een oprechtbelijden van de eigen belijdenis.
In 1866 ontmoette hij Groen van Prinsterer.
Kuyper en Groen herkende elkaar als geestverwanten, als strijders voor hetzelfde doel. Groen bracht Kuyper er ook toe zijn eerste kerkelijk geschrift uit te geven.
In 1867 ging Kuyper naar Utrecht, waar hij ook de strijd voor kerkherstel aanbond. Helaas vonden de leidende orthodoxen hem te radicaal en Kuyper kwam alleen te staan. Het is hem later wel vaker overkomen.
In 1870 ging Kuyper naar Amsterdam, waar de strijd al in volle gang was. Hier kon hij zijn leidersgaven eerst goed ontplooien.
Bij zijn intreepreek begon het al. "Wij moeten verbouwen of verhuizen. De valse band van het ongereformeerde kerkbestuur zal eindelijk springen, zo wij de leus maar moedig opnemen, die in de autonomie, d.w.z. het zelfbestuur en zelfbeheer der gemeente ligt."
Terwijl de strijd voor kerkherstel woedde werd in 1880 de Vrije Universiteit gesticht. Kuyper zelf was een van de eerste hoogleraren. Natuurlijk was deze universiteit nog zeer klein van omvang.
Kuyper verklaarde bij de opening, dat hij met de universiteitsnaam zelf tot blozens toe verlegen was.
Bij de opening hield hij zijn bekende rede "Souvereinniteit in eigen kring".
Die dag was een hoogtepunt in zijn leven. In 1886 kwam de breuk. De doleantie brak door. Nadat een groot deel van de Amsterdamse kerkeraad was geschorst, was de breuk onontkoombaar.
De uitgestoten kerken namen de Naam Nederduits Gereformeerde Kerken aan. In 1892 verenigde men zich met de kerken der Afscheiding. De Gereformeerde Kerken waren herboren.

Ook op politiek terrein boekte Kuyper overwinningen. De A.R.P. werd steeds sterker. In 1901 werd hij kabinetsformateur en daarna: eerste minister.
Helaas viel het kabinet-Kuyper wat tegen wat de wetgevende arbeid betrof.
Een tegenvaller was ook de spoorwegstaking in 1903. Toen het kabinet in 1905 viel was Kuyper's rol als minister uitgespeeld.
Mijn leermeester aan de Vrije Universiteit prof. Anema, zei eens op college, dat het ook een dwaasheid was om aan een theoloog een hoge politieke functie te geven, omdat theologen daarvoor bij uitstek ongeschikt waren.
Nu behoorde Anema tot de jongeren, die in de nadagen van Kuyper niet voor de hand van de leider wilden buigen.
Kuyper zelf bleef ook na zijn aftreden als eerste minister, hij was toen 68 jaar, een harde werker, maar zijn aftakeling werd steeds duidelijker.
Een hoogtepunt in zijn leven was nog de demonstratie op 18 november 1918 toen een groot aantal soldaten (vooral uit Friesland) naar Den Haag kwam in verband met de revolutiepoging van Troelstra. Zij kwamen ook voor het huis van Kuyper demonstreren. Daarbij zongen zij het Friese volkslied, het Wilhelmus en de lievelingspsalm van Kuyper ps. 89; "Hoe zalig is het volk, dat naar uw klanken hoort".
De toen 81-jarige Kuyper had al in 1899 zijn vrouw verloren. Zij bezweek aan typhus. De familie Kuyper was toen in Zwitserland, waar men vaak met vakantie vertoefde. Kuyper zelf was een enthousiaste bergbeklimmer.
Mevr. Kuyper werd in Meiringen begraven.
Haar graf bevindt zich nog vlak bij de ingang van de kerk en wordt regelmatig door Nederlandse vakantiegangers bezocht.
Op 8 november 1920 stierf Kuyper.
Dat hij nog niet vergeten was bleek uit het feit, dat er zoveel kamerleden naar zijn begrafenis gingen, dat de Kamer wegens het ontbreken van het quorum niet vergaderen kon.
Dit zijn zo maar enkele momenten uit het drukke, bewogen leven van Abraham de Geweldige. Een man, die in zijn leven veel tegenstand en kritiek te verdragen had. Hij had ook veel gebreken.
Hij lokte tegenstand uit. Hij was ijdel en soms ook hard tegenover hen, die hem tegenstonden. Aan de andere kant waren er zeer velen, die met hem dweepten.
In zijn herdenkingsrede in de Kamer, zei de voorzitter, dat Kuyper scheiding der geesten bracht. Voor de een was hij de van God gegeven leider, voor anderen een steen des aanstoots. Dat was het gevolg van de grote gaven aan dit geniale mensenkind toebedeeld.
Ik herinner me nog, dat ik als klein kind de disputen van mijn vader en van mijn grootvader van moederszijde meemaakte.
Deze grootvader was met de doleantie meegegaan en verafgoodde Kuyper. Mijn vader, zoon van een afgescheiden predikant, had veel kritiek op Kuyper. Toch las hij ook trouw de Heraut.
We mogen bij deze Kuyperherdenking niet voorbijzien, dat Kuyper het was die de ingedommelde gereformeerde gezindte heeft wakker geschud.
Met inzet van alle krachten heeft hij ervoor gestreden heel het volk te brengen naar de gereformeerde religie. Als geen ander heeft hij gebouwd aan de Gereformeerde Kerken. Ook de Vrijgem. Geref. Kerken en de Ned. Geref. Kerken zijn daaruit voortgekomen. Ook wij zijn geestelijke nazaten.
Het is triest te moeten constateren, dat die geestelijke nazaten van Kuyper nu zo verdeeld zijn.
Later is er terecht kritiek gekomen op verscheiden constructies van Kuyper, zoals de leer van de veronderstelde wedergeboorte, de leer van de pluriformiteit, de gemene gratie en zijn vaak scholastieke aanpak.
Bij deze kritiek werd vaak onvoldoende beseft hoe nauw wij toch geestelijk met Kuyper verbonden zijn.
"Mee door Kuyper zijn de christenen vanuit hun minderwaardigheidsgevoel als 'Nachtschool' opgewaakt tot een getuigenis tegen de geest der eeuw op alle terreinen, van het leven".
Ik eindig met een door Kuyper zelf geschreven gedicht, dat zijn levensdoel duidelijk omschrijft.

"Voor mij, één zucht beheerst mijn leven,
Eén hoger drang drijft zin en ziel
En moog mij d'adem eer begeven,
Eer ik aan dien heil'ge drang ontviel;
't Is om Gods heil'ge ordonnantiën,
In huis en kerk, in school en staat,
Ten spijt van 's werelds remonstrantiën,
Weer vast te zetten, 't volk ten baat.
't Is om de ord'ningen des Heren,
Waar Woord en Schepping van getuigt,
In 't volk zo helder te graveren,
Tot weer dat volk voor God zich Buigt !”

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief