Een huisbezoek-verslag (4 - slot)
1987-11-27
- Jaargang 31
- nummer 45
Het laatste woord
Vandaag het slot van de profetie van Maleachi. En dat is tegelijk het slot van heel het Oude Testament. En het laatste woord dat klinkt, is het dreigende woord over de ban: Met een sombere klank, die lang nadreunt. neemt Maleachi afscheid en eindigt de profetie.
Het is eigenlijk bijzonder verdrietig dat voor veel mensen de boodschap van de Bijbel opgaat in een dreiging met oordeel en gericht, hel en verdoemenis. Nu is het inderdaad onmiskenbaar dat die dreiging een plaats heeft inhet Woord van God: Maar ze heeft toch nooit het zwaarste accent. Het gaat in wezen om het heil, om de redding. Opdat dié ons niet ontgaat worden we gewaarschuwd.
Zoals iemand een drenkeling een touw toegooit en roept: Pak dat touw! Want anders verdrink je! De waarschuwing, de dreiging met de verdrinkingsdood staat in het teken van het verlangen de drenkeling daar juist van te redden.
Zó dreigt God met de ban. Maar wie Hem kent en goed naar Hem luistert hoort in zijn stem de toon van liefde: Laat zulk een straf voor u niet nodig wezen! Komen zal Ik! Maar het is Mij alles waard wanneer Ik dan niét hoef te slaan niét hoef te veroordelen!
Ezechiël zei het al: Ik heb geen welgevallen aan de dood van wie sterven moet, luidt het woord van de Heer HEERE: daarom bekeert u, opdat u leeft (Ez. 18:31. 32)!
Samenleving in ontbinding
Léven, daar gaat het de HEERE om in alles wat Hij doet en zegt. Leven sámen levén in warme verbondenheid en eenheid.
En juist daaraan ontbreekt het in de dagen van Maleachi. Dat is wel duidelijk geworden uit al de gesprekken.
die hij met het volk gevoerd heeft. Ze geven ons zicht op een samenleving in ontbinding. Dat blijkt ook nog eens overduidelijk uit dit laatste woord van Maleachi waarin hij de aandacht vestigt op een onrustbarend konflikt tussen ouderen en jongeren.
Vandaag noemen we dat de generatiekloof.
Er is een tijd geweest dat die kloof zichtbaar werd in een zich fel tegen elkaar afzetten van ouderen en jongeren. De ouderen verweten de jeugd dat ze ongezeglijk was en zo weinig van de vorige generatie wilde aannemen. Dat ze zulke andere ideeën had over godsdienst en zeden, over huwelijk en sexualiteit, over oorlog en vrede en politiek. over de zin van het leven, over de kerk, enz. En jongeren verweten hun ouders conservatisme, vasthouden aan het oude louter omdat het oud is, dood geloof, enghartigheid en bekrompenheid en verstardheid.
Ik heb de indruk dat dergelijke gesprekken niet zoveel meer gevoerd worden. En dat zou wel eens een teken aan de wand kunnen zijn. Want waar getwist wordt is men tenminste nog met elkaar in gesprek. Maar de situatie is veel hopelozer wanneer het gesprek gestaakt is. Wanneer ouderen zeggen: Met de jeugd is toch niet te praten. Ze moeten het zelf maar uitzoeken. Ze zijn nu eenmaal anders. En wanneer jongeren zeggen: Oud is uit de tijd - oud is 'out'. Daar hebben we geen boodschap aan. Dan leven de generaties langs elkaar heen.
Dan is de gemeenschap totaal verbroken.
Samen terug naar God
De generatiekloof in de dagen van Maleachi is het zoveelste teken van een samenleving in ontbinding. De oorzaak kennen we inmiddels: gebrek aan vreze des HEEREN. Daar moet Maleachi in zijn 'huisbezoek' telkens op terugkomen. Er is geen eerbied en ontzag voor de God van het verbond.
Ze hadden totaal geen oog meer voor het onbegrijpelijke wonder van Gods liefde die uit alle volkeren juist hèn had uitverkoren om in verbond met Hem te leven. En van de bepalingen van dat verbond. waardoor de samenleving voortreffelijk geordend werd zag men de rijkdom niet meer in.
Nu. daarom eindigt Maleachi zijn profetie zoals hij is begonnen. Hij is begonnen de Joden te bepalen bij hun verkiezing. Jákob heb Ik liefgehad, zegt de HEERE, maar Esau heb Ik gehaat. Onbegrijpelijk! Nee, niet zozeer de haat tegen Esau, maar wel de liefde tot Jakob. Jakob had geen enkele aanleiding gegeven om een liefdesverhouding met Hem te beginnen.
Maar hij heeft daarna zelf èn in zijn nageslacht talloze redenen gegeven om er maar mee op te houden. Maar God bleef trouw aan zijn keuze. Maleachi is de gesprekken met het volk begonnen met de herinnering aan dit wonder.
En daar eindigt hij nu ook weer mee.
..Gedenk de wet van Mozes ....
De verbondssluiting en de wetgeving zijn de tastbare blijken van Gods liefde.
Want zonder de bekendmaking van zijn wil kan niemand het doel en de zin van het leven verstaan. Buiten God om heerst de chaos en de verwarring.
En de één kan net zo goed gelijk hebben als de ander. Buiten God om dreigt elke samenleving te ontaarden in een anarchie. waarin ieder voor zichzelf opkomt en de sterksten winnen. Buiten God om loopt het leven dood, Daarom zegt Maleachi: Houdt toch vast aan Gods geopenbaarde wil!
Zijn Woord staat bovenallen, boven alle onderscheid tussen rangen en standen, leeftijden, geslacht en status God kent alleen bondelingen met wie Hij een verbond gesloten heeft. En die bindt Hij samen. Het is zijn wil dat zij allen één zijn in de dienst aan Hem en aan elkaar. Als leven geèn sámenleven is dan is het sterven!
Maar God geeft niet alleen mannen als Mozes, de wetgever. Maar ook mannen als Elia, de wetshandhaver.
Ja. tot het laatste toe. voordat de dag van het gericht aanbreekt zal Elia zonder het volk verschijnen. Dat wil zeggen: de geest der profetie, waarvan Elia zo'n typische vertegenwoordiger was, zal zich met kracht blijven openbaren.
Maleachi spitst dit hier toe op de verhouding tussen de generaties. Want Gods wet stelt oud en jong onder kritiek.
En ouderen en jongeren zullen zich samen daaronder moeten buigen.
Ouderen kunnen nooit gezag afdwingen alleen op grond van hun ouder zijn. Jongeren mogen regels van gisteren niet afdoen met: wij leven nu! Ouderen zullen zich zeker moeten afvragen of bepaalde zekerheden en verworvenheden wel zonder meer overgedragen kunnen worden aan de volgende generatie, Jongeren moeten niet denken dat ze de wijsheid in pacht hebben omdat ze van bepaalde dingen meer kennis hebben dan de ouderen. Ouderen èn jongeren moeten elkaar zoeken en zullen elkaar dan ook vinden in het samen luisteren naar en onderzoeken van Gods Woord.
We moeten als gemeente van God niet blijven staan bij de kerk van gisteren, maar samen werken aan de kerk van morgen. Jongeren hebben hetzelfde te geloven als opa en oma, als vader en moeder - 'the old-time religion'.
Maar ze hebben dat zelfde te geloven in de wereld van nu en van morgen. Niet in de wereld van gisteren.
En hoe dàt moet. daar moeten oud en jong sámen over nadenken, Rondom Gods geopenbaarde Woord.
Eind goed ...?
Tenslotte - het laatste woord van het OT tekent ons God als het ware met een opgeheven vuist. die zomaar verpletterend neer kan komen. Maar God slaat liever niet dan wel. Dat heeft met name het NT ons wel getoond.
De slaande hand van God is immers neergekomen op het hoofd van zijn eigen Zoon Jezus Christus!
Maleachi's tijdgenoten schreeuwden om liefde en rechtvaardigheid. In Christus heeft God zijn liefde en rechtvaardigheid getoond. Gods liefde is er nog wonderlijker zijn rechtvaardigheid nog onbegrijpelijker op geworden. Het bloed van zijn Zoon is de prijs die God betaalde voor de eenheid van zijn volk.
Het OT eindigt met een wens: “Opdat ik niet kome en het land treffe met de ban.” Via Kerst en Goede Vrijdag en Pasen lopen deze woorden uit op het slotwoord van het NT. Dit slotwoord is geen wens, maar een zegen: “De genade van de Heer Jezus zij met allen". Met allen: mannen en vrouwen, rijken en armen, bazen en knechten, blanken en zwarten, ouden en jongen. Met allen - opdat zij allen één zijn