‘Nu investeren voorkomt later hogere kosten’
2011-04-15
De Landelijke Vergadering van Houten is bijna afgelopen. Sinds de opening op 9 oktober hebben we negen dagen vergaderd. De belangrijkste besluiten zijn genomen. Op 17 juni komen we nog één keer bij elkaar om een paar onderwerpen af te ronden. Dan behoort de LV Houten 2010/2011 tot het verleden.- Jaargang 55
- nummer 8
Wat hebben de ruim veertig afgevaardigden van de kerken op die negen vergaderdagen tot nog toe in Houten gedaan? Opbouw heeft daar de afgelopen maanden verslag van gedaan, maar nu de eindstreep in zicht komt, is het tijd voor een totaaloverzicht van de genomen besluiten.
- De NGK gaan op zoek naar een dovenpastor-
in-deeltijd, die samen met de dovenpredikanten van PKN en CGK de pastorale zorg voor dove kerkleden op zich kan nemen. Ook worden we als kerken lid van het Interkerkelijk Dovenpastoraat, dat al jarenlang intensief betrokken is bij de ondersteuning van onze plaatselijke gemeenten met dove leden.
- We blijven als kerken deelnemen in het bestuur van de Stichting Evangelie & Moslims: een organisatie die in deze tijd relevanter is dan ooit tevoren en de gemeenten graag dient met lezingen, studie- en gespreksmateriaal.
- De gesprekken met de GKV en de CGK worden voortgezet met meer perspectief dan een aantal jaren geleden.
De plaatselijke samenwerking tussen NGK en GKV zit in de lift en de laatste CGK-synode ruimde met de uitspraak dat ‘de verschillende accenten rond de toe-eigening van het heil niet kerkscheidend zijn’ een grote twistappel met de NGK uit de weg. De vrouw in het ambt vormt nog een stevige barrière voor grotere eenheid tussen de NGK enerzijds en GKV en CGK anderzijds.
Maar dat GKV en NGK elkaar recent vonden rond de uitgangspunten voor de omgang met Gods Woord, is voor het gesprek over die barrière een groot winstpunt.
- In omroepland gaat veel veranderen: er moet fors bezuinigd worden en zendgemachtigden moeten fuseren.
‘Het stormt in Hilversum’, zei de NGK-vertegenwoordiger in Zendtijd voor Kerken. Als kerken hebben we maar beperkte invloed op de uitkomst van het veranderingsproces, maar de LV formuleerde als minimum voorwaarde dat de plaatselijke kerken baas moeten blijven over inhoud en vorm van de uitgezonden kerkdiensten.
- De werkwijze en structuur van het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk werden aangepast om ervoor te zorgen dat het NGJ beter kan aansluiten bij de (grote) behoefte van de plaatselijke kerken aan advies en ondersteuning bij hun jeugdbeleid en jeugdwerk.
- Er komt een studie die antwoord moet geven op de vraag, welke weg Gods Woord wijst inzake het roepen van gemeenteleden met een homoseksuele relatie tot het ambt van ouderling of diaken. Aan de GKV is gevraagd om mee te doen in een gezamenlijke studiecommissie. De commissie moet zowel de plaatselijke kerken als homoseksuele gemeenteleden bij haar werk betrekken en krijgt drie jaar de tijd voor haar studie.
- De Diaconale Commissie gaat nauw samenwerken met de diaconale instanties van de GKV. Zo wordt voorkomen dat we zelf opnieuw het wiel gaan uitvinden en krijgen de NGKdiakenen toegang tot de ‘digitale goudmijn’ van het Diaconaal Steunpunt van de GKV - Er komt een commissie die een nieuw systeem van financiële solidariteit tussen de kerken (grote en kleine, met zware en lichte lasten) moet uitvinden. Eén van de bestaande solidariteitsinstrumenten – de Stichting Emeritaatsvoorziening (SEV) – verdwijnt over een paar jaar.
En op het andere solidariteitsinstrument – de Commissie Steunbehoevende Kerken, waarbij armlastige kerken kunnen aankloppen – wordt een steeds groter beroep gedaan. Volgens de LV moet er in 2015 een nieuw systeem zijn waarin de financiële verantwoordelijkheid van de kerken voor elkaar gestalte krijgt.
Werkers in de kerk
Veel van de door de LV genomen besluiten gaan over de werkers in de kerk, vooral over predikanten, kerkelijk werkers en kerkenraden.
- De LV stelde een Gedragscode voor werkers in de kerk vast. Die is bedoeld om hen bewust te maken van ontoelaatbaar gedrag, onder meer in relaties met gemeenteleden, en om dit gedrag te voorkomen. De code is niet alleen bestemd voor ambtsdragers, maar ook voor leiders in jeugd- en kinderwerk, pastorale medewerkers, kosters e.d.
- In de kerken lijkt behoefte te bestaan aan een regeling waarbij gemeenteleden die geen predikant willen worden, maar toch in kerkdiensten willen voorgaan, preekbevoegdheid kunnen krijgen. Dat geldt ook voor kerkleden die predikant zijn geweest, maar iets anders zijn gaan doen. Een commissie gaat aan de slag om te bekijken of zo’n regeling gewenst is en hoe die eruit moet zien.
- Verder worden de kerkelijke examens die studenten moeten afleggen voor ze predikant kunnen worden, onder de loep genomen. Daarbij gaat het om vragen als: Hoe kan de examenkwaliteit omhoog? En kunnen examens niet beter landelijk worden afgenomen dan in de eigen regio van examenkandidaat met familie en vrienden op de publieke tribune?
Predikantsprofiel
In de afgelopen jaren is het her en der in de NGK rond predikanten, kerkelijk werkers en kerkenraden mis gegaan.
Sommige predikanten zijn na een conflict losgemaakt van hun gemeente.
Veel kerkenraden kunnen het werk niet aan, tobben over de manier waarop ze leiding moeten geven aan de gemeente en zoeken naar een nieuwe werkwijze en/of een nieuwe structuur.
Op verzoek van de vorige LV heeft de Commissie Toekomstig Predikantsprofiel gezocht naar oplossingen voor deze problemen. Het rapport van deze commissie is in 2010 uitgebreid door de kerken besproken en de LV Houten heeft er een reeks besluiten over genomen: - De kerntaken van de predikant zijn vastgelegd in een predikantsprofiel dat leidend is bij de predikantenopleiding en behulpzaam kan zijn bij het beroepingswerk en bij de taakverdeling tussen kerkenraad, predikant en kerkelijk werker.
- De kerkenraad moet jaarlijks een evaluatiegesprek met de predikant voeren op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid.
- In de komende jaren wordt een actief loopbaanbeleid voor predikanten en kerkelijk werkers ontwikkeld. Dat moet voorkomen dat predikanten vastlopen.
- Predikanten moeten hun kennis en vaardigheden blijven ontwikkelen.
Nascholing voor predikanten (minimaal vijf dagen per jaar) wordt verplicht.
- De kerkelijk werker wordt een erkende functie binnen de NGK en er komt een eenduidige regeling van hun rechtspositie en arbeidsvoorwaarden.
De LV besloot dat er een duidelijk onderscheid blijft tussen de (beperkte) taak van de hbo-opgeleide kerkelijk werker en de (bredere en zwaardere) taak van de universitair opgeleide predikant. Een kerkelijk werker kan als werknemer van de kerkenraad geen ambtsdrager zijn en heeft geen preek- en sacramentsbevoegdheid.
- De NGK krijgen in de toekomst predikanten-in-opleiding: een tussenfase van twee jaar tussen de normale predikantenopleiding en het moment van de officiële bevestiging als predikant. Deze prio’s gaan in die twee jaar in deeltijd (minimaal 40%) in een gemeente aan de slag om ‘aan den lijve’ te ervaren wat het predikantschap in de praktijk inhoudt.
De LV hoopt dat daardoor minder predikanten zullen vastlopen.
- Het is volgens de LV hard nodig dat kerkenraden meer doen aan de eigen toerusting met het oog op de opbouw van de gemeente en het voorkomen van conflicten. De STAGG kreeg opdracht om dat via een goed toegankelijke website te organiseren.
Ten slotte stelde de LV een regeling vast die moet garanderen dat het er, alshet kerkverband via een beroepszaak bij een plaatselijk conflict wordt betrokken, bij de behandeling daarvan aan toe gaat op een manier die voor God en mensen verantwoord is: eerlijk en rechtvaardig, en dus zorgvuldig, onafhankelijk en onpartijdig.
Financiële consequenties
Bij de start van deze LV is door de afgevaardigden afgesproken om alle besluiten die (extra) geld kosten als voorlopig te beschouwen tot het totaalplaatje duidelijk is: wat kost het allemaal bij elkaar opgeteld en vinden we dat redelijk? Zo is het ook gebeurd.
De Financiële Commissie heeft de financiële consequenties van alle besluiten op een rij gezet en als LV hebben we daarvan eind maart gezegd: dat ziet er goed uit en daarom maken we de besluiten nu definitief. We namen dat besluit met algemene stemmen: met elkaar waren we ervan overtuigd dat wat we besloten nodig en goed is voor de kerken en dat we dus voor de financiële consequenties daarvan willen staan.
In het vorige Opbouwnummer stond een verslag over de financiële besluiten van de LV dat de nodige misverstanden opriep. Het stuk voor stuk corrigeren daarvan zou geen leesbaar artikel opleveren. Ik beperk me daarom tot de hoofdzaak: de kosten die landelijk gemaakt worden ten dienste van de kerken, gaan in 2011 omhoog van 16,50 naar 18,51 euro.
In de jaren daarna loopt die stijging nog wat verder op, waarschijnlijk tot ca. 21,50 euro om daarna weer licht te dalen.
Het grootste onderdeel van deze bijdrage (een kleine 7 euro) is voor de predikantenopleiding. Die is overigens relatief goedkoop, doordat de NGP een deeltijdopleiding is en onze studenten voor de rest van hun tijd studeren aan een andere theologische opleiding. En daar betalen onze kerken niet aan mee.
De kostenstijging van 2 euro per gemeentelid per jaar in 2011 is vooral een gevolg van de LV-besluiten rond kerkenraden, predikanten en andere werkers in de kerk. We realiseren ons dat dat vooral voor grote gemeenten, waar de leden verhoudingsgewijs minder bijdragen dan in kleinere gemeenten, stevig aantikt: bij 750 leden bijvoorbeeld is dat 1500 euro meer per jaar. Aan de andere kant: per gemeentelid is de verhoging in 2011 niet meer dan 17 cent per maand.
Landelijke kosten
Kijken we naar wat plaatselijke gemeenten moeten betalen aan het kerkverband, dan is dat weinig in vergelijking met andere kerken. Ligt de bijdrage per kerklid per jaar bij ons op 18,51 euro, in de GKV en de CGK is die bijdrage twee keer zo hoog: ca. 37 euro. Daarbij zijn de pensioenkosten voor predikanten, net als bij ons, niet meegerekend. In de GKV komen daar vaak nog eens classicale en provinciale toeslagen bij voor missionaire projecten en/of hulpbehoevende kerken, waardoor de totale bijdrage per lid per jaar tussen de 40 en 45 euro uitkomt. Vergeleken daarbij ben je Nederlands Gereformeerd op een koopje.
Dat de kosten bij ons fors lager zijn, komt onder meer doordat onze kerken nauwelijks vanuit de landelijke kas betaalde functionarissen kennen: naast de docenten van de predikantenopleiding alleen Pieter Kleingeld die één dag in de week voor het Missionair Steunpunt werkt en NGJjeugdwerkadviseurs André Maliepaard en Helma van de Beek die samen vier dagen per week vol maken.
Maar daarmee is de koek echt op. De rest van het landelijke werk gebeurt door kerkleden die het onbetaald naast hun gewone werk doen en daarmee een stevige last op hun schouders hebben. Dat is een groot verschil met het Landelijk Dienstencentrum van de PKN met tientallen medewerkers en ook met GKV en CGK waar een stevig aantal betaalde krachten het landelijk kerkenwerk ondersteunt. In de NGK is het landelijk apparaat ‘lean’ en ‘mean’.
Daardoor moeten gemeenten die behoefte hebben aan advies en ondersteuning overigens wel leentjebuur spelen bij andere kerken: bij het Centrum Gemeenteopbouw en het Diaconaal Steunpunt van de GKV bijvoorbeeld.
Investeringen
Ik sluit af met een citaat van LV-afgevaardigde Simon Kadijk over de voorstellen van de Commissie Toekomstig Predikantsprofiel: ‘Ja, voor de uitvoering van die plannen is inderdaad geld nodig. Maar zie dat niet als kosten, maar als investeringen.
Investeringen die moeten voorkomen dat zich conflicten voordoen en dat predikanten moeten worden losgemaakt. Met alle schade en dus kosten van dien. Als we nu niet investeren, zullen de kosten straks veel hoger zijn’.
Ad de Boer is voorzitter van de Landelijke Vergadering en redacteur van Opbouw.