De sleutel van de dood
2011-04-15
Als mensen getroffen worden door zwaar lijden, dan kom je in een rouwproces. Eigen aan dat rouwproces is, dat je vragen gaat stellen. Waarom overkomt mij dit? Waarom overkomt mij dit nu? Waarom laat God dit toe; welke bedoeling heeft God hiermee? - Jaargang 55
- nummer 8
Hebt u zich wel eens afgevraagd hoe dat voor het dochtertje van Jaïrus moet zijn geweest? Of voor het zoontje van de weduwe uit Naïn? Gestorven en weer opgewekt. Hebben ze daar met hun vriendjes over gesproken? En wat zouden ze dan gezegd hebben? Zou Lazarus er wel eens over gesproken hebben met anderen hoe het was om te zijn gestorven en dan te horen ‘Lazarus kom naar buiten?’ En hoe zouden deze drie gereageerd hebben op de opstanding van Jezus? Ze zijn alle drie weer tot leven gewekt door Jezus. Maar daarna toch ook weer gestorven. Uiteindelijk toch weer een begrafenis. Misschien is er in de toespraken bij de begrafenis wel over gesproken. Wat zou er gezegd zijn?
Eerstgeborene
Jezus heeft geleden, is gekruisigd, gestorven en ook weer opgewekt. Er is echter een groot verschil tussen de opstanding van bijvoorbeeld Lazarus en de opstanding van Jezus.
Daarom was ik destijds ongelukkig met de proefvertaling van Openbaring 1:5 van de NBV in Werk in Uitvoering 2, die uitkwam in 2000. Men stelde toen voor: ‘en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerste dode die tot leven kwam.’ Ik heb daar tegen geprotesteerd. Jezus was immers niet de eerste dode die tot leven kwam. En wellicht ben ik niet de enige geweest met kritiek, want de NBV heeft dit in de uitgave van 2004 veranderd. Nu staat er: ‘en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de doden.’ Hij is de eerste die niet meer sterven zal. Hij is de eerste die de macht over het dodenrijk heeft gebroken.
Voor altijd, voor eeuwig
Na de opstanding verschijnt Jezus aan Johannes op Patmos met de woorden ‘ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid.’ Hij is niet alleen maar degene die leeft of dé Levende. Nee; hij zegt daar achteraan: Ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Jezus bedoelt te zeggen: ik leef nu aan één stuk door tot in de verste eeuwigheid. Ik vind, dat de Groot Nieuws Bijbel dit mooi uitdrukt: ‘Ik was dood, maar nu leef ik voor altijd, voor eeuwig.’ Dat is een woord met grote betekenis. Jezus leeft en zal niet meer sterven. Nog sterker uitgedrukt: hij kan niet meer sterven. Dat is een groot verschil tussen Lazarus en Jezus.
Sleutelbos
Er is nog een verschil. Jezus heeft namelijk de sleutelbos.
De sleutels van het koninkrijk der hemelen zou hij aan Petrus geven (Matteüs 16:19). Maar Hij heeft op zijn minst nog twee sleutels. Hij heeft de sleutel van de dood en hij heeft de sleutel van het dodenrijk. Als je de sleutel hebt, dan heb je de macht; dan bepaal je; dan heb je het recht om te beschikken. In de brief aan Filadelfia (Openbaring 3:7-8) wordt dat duidelijk: ‘Dit zegt hij die heilig en betrouwbaar is, die de sleutel van David heeft – wanneer hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer hij sluit, kan niemand openen: Ik weet wat u doet. Ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor u openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten.’ Wie de sleutel heeft, heeft de toegang. De sleutel is als het ware de code. Jezus beslist over de toegang. Hij bepaalt wie erin moet en hij beslist wie eruit mag. Johannes voelt Jezus’ rechterhand op zijn schouder en hoort zijn stem: Wees maar niet bang Johannes, zegt Jezus. Ik ben de eerste en de laatste. Ik heb de sleutels. Ik doe open en ik sluit. Ik leef en ik heb de code; wees maar niet bang.
Dood en dodenrijk
Jezus stelt Johannes gerust door aan te geven, dat hij de sleutels heeft. Dat is een troost voor Johannes. Dat mag ook een troost voor ons zijn. De dood en het dodenrijk zijn geen eindstations. Jezus beslist wie uit het dodenverblijf mag terugkeren.
Hij is de cipier die vrij kan laten. Tussen dood en dodenrijk zit naar mijn mening niet zoveel verschil als het om de sleutels gaat. De dood geeft iets meer het persoonlijke aan en het dodenrijk duidt meer op het gezamenlijke.
Dat is het mooie van dit woord van Jezus. Hij heeft zowel aandacht voor ieders persoonlijke nood en dood als voor het dodenrijk als geheel. Het glipt hem niet uit handen. Dat vieren we met Pasen: Hij leeft! Hij leeft en sterft niet meer.
Hij leeft en heeft de sleutelmacht over de dood en het dodenrijk.
Hij leeft voor altijd, voor eeuwig.
Hij is de eerstgeborene van de dood. Dat woord eerstgeborene betekent een belofte: er volgen er meer. Gelukkig en heilig zijn zij die deelhebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen (Openbaring 20:6).
Simon Kadijk studeerde theologie in Kampen (PKN) en Apeldoorn. Hij is lid van de directie van en onderlinge verzekeringmaatschappij en lid van de NGK Sliedrecht.
| Op een zondag, de dag van de Heer, raakt de oude apostel Johannes in vervoering. Hij is op het eiland Patmos omwille van het woord en hoort daar een stem met een gigantisch volume; als een bazuin. Als hij zich omdraait om te zien wat er aan de hand is, valt Johannes als een dode neer voor de voeten van deze huiveringwekkende gestalte. ‘Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste. Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk’ (Openbaring 1:17-18). |