Nog eens: Postmodern

2011-04-15
  • Jaargang 55
  • nummer 8
Het jubilerende tijdschrift Kontekstueel wijdt een heel nummer (maart 2011) aan het thema: ‘Geloof dat het (uit)houdt’. Eén van de auteurs is dr. Bert de Leede; hij verkent het klimaat waarin wij vandaag kerk zijn. In het spoor van de Canadese filosoof Charles Taylor brengt hij een aantal dingen naar voren over het postmodernisme:

(De postmoderne mens) staat in een leeg midden, en heeft zelf ook in zekere zin een leeg midden. Maar hij wordt ideologisch en religieus van meerdere kanten getrokken en genodigd.
Christelijk geloof is één van de opties die zich aandienen. Er zijn ook andere opties: andere religies, nieuwe spiritualiteiten. Men kan kiezen. Men kan dus ook kiezen voor geloven in Jezus Christus. () Maar () deze keuze van ‘beslissen te geloven’ heeft een stevig, voor postmoderne tijdgenoten aanspreekbaar, alternatief (): de naturalisering van het wereldbeeld en de psychologisering van het levensgevoel. Onze cultuur is door en door immanent geworden, binnenwereldlijk, naturalistisch. Ook wanneer het postmoderne levensgevoel gelooft dat er ‘meer is tussen hemel en aarde’, heeft de postmoderne mens daarvoor geen God daarboven nodig.
() De postmoderne mens zoekt naar wat ons overstijgt binnen de grenzen van de immanentie. Voor het antwoord op het mysterie van het leven, grijpt de intellectuele postmoderne mens derhalve eerder naar “Happinezz” dan naar Augustinus of het dagboek van Dag Hammerskjöld. () Er is () een open ruimte, in het midden van onze cultuur, voor het gesprek over geloven in God. Die ruimte voor het lerende gesprek is er () omdat geloven in Jezus Christus een innerlijke rationaliteit kent. Het is een verantwoord alternatief voor niet-geloven.
Je bent niet intellectueel gehandicapt wanneer je ‘beslist tot geloven’.
Maar geloven is een keuze, en vraagt daarom wel commitment. Wie kiest, verbindt zich, wijdt zich toe. Vanuit dit commitment van de gelovige kunnen wij open de arena in gaan van het lerende gesprek.

Maar er is wel iets veranderd. Waar

het menselijk onvermogen en tekort vanouds verbonden wordt met verantwoordelijkheid, morele ontoereikendheid, schuld, lijden, daar denkt de (post)moderne mens eerder aan ziekte, trauma, beschadiging in de jeugd, en derhalve zoekt bij de remedie in therapie en genezing. () Kwaad is voor de (post-)moderne mens eerder een lot dat ons overkomt, dan een daad waar wij verantwoordelijk voor zijn of een macht die ons te boven gaat. Kwaad is eigenlijk een te verhelpen defect. Dat sluit aan bij een modern maakbaarheidsgeloof, en bij een narcistische trek in onze cultuur. Met name als het kwaad niet verholpen wordt, is de moderne mens vooral boos - op een ander of ‘zij daar’.

Ook in De Reformatie (25 maart) komt het postmodernisme aan de orde. Maar dan met het oog op de ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Professor Ad de Bruijne schrijft:

In de huidige discussie over de ruimte in de kerk botsen een gereformeerde vorm van modernisme en een gereformeerde versie van postmodernisme met elkaar.
Het is een typisch modern streven om de kerkelijke organisatie te perfectioneren en grootschaliger te maken. Een modern gekleurde kerk is een kerk van managers en van juridisch sluitende afspraken. Vanouds hebben vrijgemaakt-
gereformeerden een moderne trek, geërfd van Abraham Kuyper. Anders dan de ouderwetse, vaak rommelige afgescheidenen creëerde hij een kerk waarin de leer wel orthodox bleef maar de atmosfeer meeging met de tijd.
Typisch postmodern is het om hierover vervolgens gefrustreerd te raken en je er eigenzinnig aan te onttrekken. In onze samenleving voelen mensen zich gevangen in de bijverschijnselen van de modernisering die ze zelf opriepen en zoeken ze vooral individuele expressie en authenticiteit. Zo botsen gereformeerde christenen vandaag op de controlerende en rationele trekken van hun eigen variant van modernisme.
Ze willen dat kerkelijke beheersingsstreven van zich afschudden.
() Ze zoeken ruimte in de kerk.
In de vrijgemaakte traditie verloopt deze botsing tussen modernisme en postmodernisme heviger dan elders.
Sinds de scheuring van de jaren ‘60 werd het streven naar beheersing en regeling steeds sterker. Er ontstond een onnatuurlijke uniformiteit. In spiegelbeeld verloopt daardoor ook de postmoderne tegenreactie sinds de jaren ‘90 heftiger, wat leidt tot geforceerde pogingen tot variatie en pluraliteit.
Tragisch is dat beide bewegingen zichzelf vandaag zo ontzettend serieus nemen. Zij zien zichzelf als schriftuurlijk terwijl de ander afwijkt van het principiële spoor. Beide zouden moeten beseffen dat er meer aan de hand is. Samen weerspiegelen zij in een gereformeerd jasje de paradox die de moderne samenleving doortrekt.
Over en weer houden ze elkaar in leven. De moderne beheerser creëert de postmoderne vrijblijvendheid. En het eigenzinnige geëxperimenteer maakt de controleneiging alleen maar sterker.
Ben jij er zo een die pal staat voor orde en regel in de kerk? Zou je misschien eerst je eigen modernistische beheersingsstreven eens onder de kritiek van het evangelie moeten brengen?
En meen jij dat spontaan en authentiek geëxperimenteer bij uitstek een kenmerk van vervulling met de Geest is? Zou je misschien die postmodern gekleurde bril waarmee je dat werk van de Geest bekijkt, niet eerst eens afzetten?

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief