'Met een lied houd je ze niet in de kerk'

2011-04-15
  • Jaargang 55
  • nummer 8
Vraag een tiener wat hij van de diensten op zondag vindt en hij zegt waarschijnlijk: saai. Wat doe je eraan? Vele Nederlands Gereformeerde gemeenten experimenteren al jaren met antwoorden op die vraag. Duidelijk is dat enkel een tienerlied of een combo op de planken niet genoeg is, vertellen vijf jongerenwerkers. 'We denken vaak in activiteiten, maar relaties zijn ook erg belangrijk.'

Hoe bereik je tieners in de dienst?' is een vraag waar de NGK Houten zich al jaren mee bezighoudt. Zo riep de gemeente een tijd geleden de zogenoemde 'tienerpreek' in het leven, een kort praatje voorafgaand aan de 'normale' preek waarin aangesloten wordt bij de leefwereld van jongeren. Verder waren er tot voor kort aparte jongerendiensten en reguliere diensten die door jongeren ingevuld mochten worden, met veel ruimte voor andere vormen en andere muziek.
'En toch merken we nog steeds dat we tieners niet bereiken in de diensten. Jongeren ervaren het nog steeds als saai', zegt jongerenwerker Martin Lingstuyl, inmiddels vier jaar werkzaam in Houten.
'Veel kerken hebben tegenwoordig meer worship en moderne muziek in de dienst. Dat werkt vaak goed omdat het nieuw is voor jongeren en ze het zien als iets voor hen.
Maar wij hebben altijd al zulke diensten gehad, dus beginnen jongeren het saai te vinden.
Moderne worship houdt jongeren niet per definitie in de kerk.' Sinds dit kerkelijk seizoen is de Houtense gemeente daarom een nieuwe richting ingeslagen. In plaats van meer afgezonderde activiteiten voor jongeren wil de gemeente de diensten nog 'integraler' aanpakken.
'Wij geloven in integratie.
Je moet niet te veel aparte doelgroepjes hebben, je moet sámen de dienst beleven', zegt Lingstuyl.
De NGK Houten heeft daarom een reeks van tien 'specials' bedacht, diensten die voor een grote groep mensen toegankelijk zijn. 'Deze diensten moeten altijd een duidelijke rode draad hebben', legt Lingstuyl uit. 'Er is één thema dat op allerlei manieren uitgewerkt wordt. In preek, worship, dans, rap, theater, gespreksgroepen, gebedsgroepen, enzovoort. Wie je ook bent, door al die verschillende vormen zal iedereen mee kunnen komen met het thema.' 'Verder is participatie erg belangrijk', vervolgt hij. 'Als je meedoet in een dienst, onthoud je beter waar het over gaat. Pas hadden we bijvoorbeeld een special-dienst over luisteren naar God. Tijdens de preek werden mensen naar voren gehaald die vertelden hoe zij in hun leven luisterden naar God. En na de preek gingen we er allemaal mee oefenen.
Op die manier bevatte de dienst een duidelijke rode draad, een stevige uitleg en participatie van de gemeenteleden.' Lingstuyl is ervan overtuigd dat het mogelijk is diensten te houden die iedereen aanspreken.
'Dat het onmogelijk zou zijn om alle mensen aan te spreken, wordt vaak als reden gebruikt om maar niets te veranderen, waardoor de volwassenen toch weer het uitgangspunt zijn. Ik denk dat je iedereen kan aanspreken.
Zeker omdat spreken voor jongeren niet per definitie simpel is. Vaak spreek je ook een hele doelgroep daarboven aan.' 'Ik zeg niet dat wij het hier allemaal super doen. De ideeën zijn nog enorm in ontwikkeling en we moeten veel leren.
Maar we streven er wel naar om één dienst voor iedereen te hebben.'

Uitersten
De manier waarop Houten met het jongerenwerk bezig is, is in zekere zin exemplarisch voor veel andere NGK's.
Overal wordt gezocht naar en geëxperimenteerd met tienerbestendige vormen in of juist naast de dienst. De keuzes die daarin gemaakt worden en de opvattingen over wat werkt en niet werkt, lopen echter wel wijd uiteen.
Jongerenwerker Paul Smit uit Utrecht kan zich goed vinden in het belang dat de NGK Houten aan participatie en interactie hecht. 'Jongeren weten niet beter dan interactief te zijn. Op school moeten ze argumenteren met een leerkracht, thuis gebruiken ze media die allemaal interactief zijn. Een preek is wat dat betreft erg 'one-way' en dus nogal lastig', zegt hij. 'Onze diensten zijn regelmatig interactief, bijvoorbeeld doordat er reactie op vragen gegeven kan worden tijdens de preek. Het zijn weliswaar meestal de volwassenen die dan hun mond opendoen, maar de tieners vinden het ook interessant om te horen wat zij vinden. Jongeren zijn erg bezig met meningsvorming.' In het streven naar één dienst voor iedereen kan Smit zich minder vinden. Simpelweg omdat hij het niet haalbaar acht. 'In de kerk zitten mensen die het allemaal voor het eerst horen en mensen die al vijftig jaar lid zijn. De uitersten liggen te ver uit elkaar.' In Utrecht is men daarom begonnen met een maandelijkse 'tienernevendienst'. Tijdens de preek gaan jongeren naar een andere ruimte waar ze aan de slag gaan met het thema en de Bijbeltekst die de dominee op dat moment behandelt. Ze krijgen meer achtergronden bij het Bijbelgedeelte en zoeken vervolgens samen naar de toepassing ervan in hun eigen leven. Smit: 'We kijken bijvoorbeeld naar de culturele context van bepaalde teksten.
Hoe zat de samenleving toen in elkaar? Hoe werd Zacheüs gezien door de mensen in die tijd? En waarom wordt Jezus een hoeksteen genoemd? Wat is het bouwkundige belang van een hoeksteen?' De nevendiensten bevallen goed. 'Meestal hoef ik enkel het gesprek te sturen en zijn de jongeren vooral zelf aan het woord. Dat is heel mooi om te zien', vertelt Smit. 'Tieners gaat het uiteindelijk om de inhoud.
De rest is niet zo belangrijk.
Als ze de boodschap niet begrijpen, maakt de muziek ook niet veel uit.'

Zwaktebod
Tienernevendiensten komen niet in veel NGK's voor. Een gebruikelijker vorm is de tienerdienst of jeugddienst. Vele gemeenten organiseren een aantal keer per jaar dergelijke diensten. Daaronder de NGK Ede. Daar kent men twee varianten.
Vijf keer per jaar is er een 'Daddycated'-dienst. Een 'stuiterdienst', zoals jeugdwerker André Maliepaard het noemt. Daarin wordt alles uit de kast gehaald (grote band, filmpjes, presentatrice) om jongere tieners aan te spreken.
Voor de oudere tieners, die graag wat meer inhoud willen, is er vijf keer per jaar een 'open-up'-dienst. Die diensten zijn rustiger en hebben meer ruimte voor persoonlijk gebed en bijbeluitleg. Onlangs maakte een kunstenaar live tijdens zo'n dienst een kunst- werk bij het thema dat centraal stond.
'Sommigen zeggen dat speciale diensten een zwaktebod zijn', zegt Maliepaard. 'Daar zit wel wat in. Maar dit zijn wel diensten waar je heel specifiek in de taal van jongeren antwoord kan geven op hun vragen. Ik zie bij ons ook niet dat jongeren hierdoor minder graag naar de reguliere diensten gaan.'

Als extra aandachtsvorm naast de gewone diensten is de jeugddienst een goede optie, vindt Daniël van Beek, de kersverse jongerenwerker in Haarlem en Heemstede. Maar uiteindelijk zul je met programma's de jongeren niet trekken, voegt hij toe. 'Het gaat naar mijn idee veel meer om je intentie. Wil je je als gemeente verdiepen in hun leven en tijd in hen stoppen?
Er zijn zoveel verschillende jongeren. De ene leeft ervan op om naar de kerk te gaan, bij de ander moet er nog heel veel gebeuren voor het zover is. Verschillende jongeren vinden aansluiting in de dienst. De jongeren die niet komen, zullen hun geloof ook niet in de dienst zoeken. Zet dan in op de plekken waar je ze wel kunt bereiken, zoals in Alpha-groepen.
Er is niet één concept dat overal werkt. Maar persoonlijke relaties werken altijd.'

Buddy's
Dat laatste beamen veel jongerenwerkers.
'Bepaalde groepen jongeren zul je in de dienst nooit bereiken. Die willen niet luisteren. Ze gaan zitten en gaan wat anders doen', zegt Lingstuyl uit Houten. 'Daar hebben we ons inmiddels bij neergelegd. Met zulke jongeren moet je een relatie hebben, dan kun je veel meer bereiken. We hebben een 'buddy-systeem' om te zorgen dat er naar hen omgekeken wordt. In het jongerenwerk denken we vaak in activiteiten, maar relaties zijn ook erg belangrijk.' 'Jongeren zijn gevoeliger voor het klimaat in een gemeente dan voor drie opwekkingsliederen.
Met een lied houd je ze niet in de kerk', vult Maliepaard aan. 'Is de gemeente open en gastvrij naar jongeren?
Ontmoeten ze leeftijdsgenoten?
Hebben ze een eigen plek?
Al die factoren spelen een rol.
Bij ons is een heel hoog percentage tieners actief rondom de diensten, bijvoorbeeld in het leiden van de nevendiensten of in de crèche. Ze krijgen op allerlei plekken verantwoordelijkheid.
Dat draagt er ook aan bij of je erbij hoort of niet.' De vraag hoe je tieners bereikt, draait niet enkel om flitsende liturgieën, zegt ook Helma van de Beek, jeugdwerkadviseur van het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk. 'De vraag is: hoe bereik je jongeren met het verhaal van Jezus? De dienst is daarbij een onderdeel van het geheel. Mijn indruk is dat het niet zo belangrijk is hoe hip je dienst is. Of je nou een drumstel voor in de kerk hebt staan of niet, belangrijker is of jongeren in jouw gemeente gekend worden. Weet wie je tieners zijn.'

Wat doen de dominees?
Een preek uitzitten valt niet voor iedere tiener mee. De 'eenrichtingsvorm' is niet echt wat ze gewend zijn in hun wereld van social media en interactieve lesvormen (zie het artikel). Hoe proberen predikanten daar op in te spelen? Besteden ze speciaal aandacht aan de tienergroep in hun gemeente? En hoe dan? Drie dominees geven antwoord.

Maikel de Kreek, Doetinchem/Velp: 'Elke dienst probeer ik jongeren te bereiken. Mijn inleiding is altijd op hen gericht. Ik stel ze vragen en wacht dan ook tot ik een antwoord krijg, hoe ongereformeerd dat misschien ook is. Ik gebruik verder actuele voorbeelden, zoals Facebook, MSN en een meneer Saunders die The Voice of Holland wint. Ook laat ik filmpjes zien.
Daarbij vind ik wel dat je altijd moet uitleggen waarom je een voorbeeld of filmpje gebruikt. Dat vergat ik vroeger nog wel eens en dan zeiden mensen: daar komt hij weer met z'n filmpje. Met een duidelijke uitleg snapt iedereen hoe het in het verhaal past. Dat is wat ik probeer: ze helemaal meenemen in het verhaal.
Ik gebruik ook vaak powerpoint, maar grappig genoeg zegt de jeugd hier: kap daar maar mee. Als ik het heb over de nieuwste Nokia of over een scooter, hoeven ze daar geen plaatje van te zien. Iedereen weet hoe dat eruit ziet. Ze zeggen: vertel maar gewoon je verhaal.'

Casper Koolsbergen, Arnhem: 'Je bereikt ze niet met een truc of zo. Ik probeer in hun leef- en gedachtewereld te stappen en van daaruit te redeneren. Neem de veelheid aan keuzes die jongeren tegenwoordig hebben, bijvoorbeeld rond de studie die je gaat volgen. Dat noem ik wel regelmatig in mijn preken.'

Tom Viezee, Krommenie: 'Bij ons blijkt dat de liturgie niet zoveel invloed heeft op het aanspreken van jongeren. Opwekkingsliederen of een band vinden ze wel leuk, maar het hoeft niet per se. Veel belangrijker is de taal die je spreekt, de voorbeelden die je gebruikt, de manier waarop je de Bijbel leest.
Je kunt het wel over dogmatische zaken gaan hebben, maar dat zijn vragen die geen hond stelt. Bij jongeren moet het praktisch zijn, je moet er iets mee kunnen. Ik zeg wel eens: dwing jezelf om je preek te beginnen waar je normaal amen zegt.
Wat ik ook heel belangrijk vind, is dat een dominee altijd zelf catechisatie geeft. Je leert ze kennen, ze leren jou kennen, je kletst met ze over van alles en nog wat. Je hebt binding: dat is van vitaal belang. In de dienst ook. Zorg dat het herkenbaar is wat je vertelt, dat je woorden gebruikt die ze kunnen oppikken.
Ik kijk of spreek ze ook vaak aan. Open en direct, dat is hoe wij het proberen.'

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief