Het ontstaan van het gereformeerd jeugdwerk
1988-11-04
Op 25 oktober j.l. was het honderdjaar geleden, dat in Amsterdam "de Nederlandsche Bond van Jongelingsvereenigingen op Gereformeerden Grondslag" (afgekort: de N.B. v.J. v.o. G. G.) werd opgericht. De start was weinig belovend: de bond werd opgericht door de afgevaardigden van slechts acht verenigingen. Er werd dan ook nauwelijks aandacht aan geschonken. Laat staan dat er betekenis aan werd toegekend. Het was eerder zo dat men er meewarig wat om gniffelde.- Jaargang 32
- nummer 41
Dachten die jonge jongens - want jong waren de oprichters - het gereformeerde bondswiel uitgevonden te hebben? Een grapjas wist de afkorting van de naam van de bond uit te leggen als: "Niets Betekenend Jongens-Vermaak over Grootvaders Godsdienst". Nee, de nieuwe bond werd bepaald niet met enthousiasme begroet.
De oorzaak van dit gebrek aan instemming en enthousiasme laat zich verklaren tegen de historische achtergrond.
Gezapig
Het kerkelijk leven maakte in het begin van de 1ge eeuw een geweldige inzinking door. Men was in de ban van het rationalisme en de "resultaten" van de wetenschap. De vrijzinnigheid vierde hoogtij: alles mocht geleerd worden in de kerken, als het bij wijze van 'spreken maar niet te orthodox was. "Het Woord des Heren was schaars in die dagen" schrijft Algra in zijn Het wonder van de negentiende eeuw. Van een leven uit geloof was dan ook nauwelijks sprake. Men leefde bij de regels van het burgerlijk fatsoen. En de grootste zonde leek haast te zijn, dat je je ergens druk over maakte. Dat hoorde niet, je moest iedereen vrijlaten en zelf het goede voorbeeld geven door de gulden middenweg te bewandelen. Bij een dergelijke gezapige levenshouding kwijnt de liefde voor God weg. De band met Hem wordt steeds losser om op den duur helemaal te verdwijnen.
Het was dan ook geen wonder - hoewel, goed beschouwd was 't dat natuurlijk wel! - dat er bij velen grote behoefte ontstond naar het levende, onvervalste evangelie. Omdat ze dat in de kerk niet konden vinden, verenigden ze zich buiten de kerk in zgn. "gezelschappen" om samen het Woord van God te lezen en elkaar te onderrichten. Daar beoefende men niet alleen de band met elkaar, maar vooral ook de band met de levende God. Die persoonlijke band met God kwam van lieverlee steeds meer centraal te staan. Men trok zich als het ware hoe langer hoe meer terug uit de kerk en de samenleving om zich bezig te houden met de vraag, hoe een mens zalig kan worden. Menig gezelschap werd dan ook steeds "vromer", geloofservaringen werden uitgewisseld en bekeringsgeschiedenissen verteld. De aandacht voor het Woord kwam soms in het gedrang door de aandacht voor het individuele zieleheil.
Overigens, hoe fijn het ook was om in het gezelschap te verkeren: men sloot zich daarin niet op. Vanuit deze kringen is heel veel goed werk gedaan voor de armsten in de samenleving, en verder voor wezen, geestelijk gehandicapten, alcoholisten, gevangen, etc. Drijfveer voor dit werk is vooral het geven van een goed christelijk getuigenis om zo mensen te trekken tot het evangelie en tot bekering te brengen.
"Redden, dat was de leus!"
In deze sfeer zijn ook de eerste algemeen-christelijke jongelingsverenigingen (CJV) ontstaan. Deze verenigingen waren niet kerkelijk gebonden, en verbonden zich met elkaar in het Nederlandsch Jongelings Verbond. Dit verbond sloot zich weer aan bij het zgn. Wereldverbond, dat werd opgericht in 1855. Over de doelstelling werd gezegd: "De christelijkejongelingsverenigingen hebben ten doel jongelieden te verzamelen, die Jezus als hun Heiland aanzien, naar de regel van de Schrift hun leven begeren in te richten en bereid zijn voor hun deel aan de uitbreiding van het Rijk Gods te arbeiden".
Doel van de verenigingen is dus de evangelisatie. De jongens moesten van de straat gehaald worden om ze in de sfeervolle lokalen van de CJV's in aanraking te brengen met het evangelie.
Het belangrijkste was dat men tot bekering kwam en de ziel behouden werd.
Treffend is in dit verband, dat in het gedenkboekje dat ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van het verbond verscheen de periode van 1853-1890 getypeerd wordt met: "Redden, dat was de leus!" In de jaarverslagen van verenigingen uit die periode valt dan ook meer dan eens te lezen, hoeveel vrienden hebben uitgesproken, dat zij Jezus gevonden hebben als hun Verlosser.
Om nieuwe leden voor de vereniging te werven door middel van bekering legde men een behoorlijke ijver aan de dag.
Voor effectieve methoden ging men ook in de leer bij het Leger des Heils, dat op "methodistische" wijze inmiddels al heel wat mensen had weten te bereiken.
Waren de jongelingen eenmaal binnen het lokaal, dan werd men vergast op allerlei stichtelijke lectuur en vooral ook gezelligheid en ontspanning binnen de eigen, christelijke kring.
Deze verenigingen opereerden vrijwel los van de kerken. Het waren haast kleine kerkjes op zichzelf. Voor een aantal leden waren de samenkomsten van de CJV ook een uitstekend altematiefvoor de kerkdiensten, waarin ze zich al dan niet om legitieme redenen niet thuisvoelden.
Toch was er het nodige in beweging binnen de kerken, hetgeen naar buiten kwam in de Afscheiding en de Doleantie. Her en der ontstonden gereformeerde kerken. De gevolgen voor de jongelingsverenigingen lieten niet lang op zich wachten.
Niet evangeliseren, maar studeren
Twee jaar na de Doleantie (1886) was de oprichting van een bond van gereformeerde jongelingsverenigingen een feit. Deze verenigingen rekenden het niet tot hun taak om te evangeliseren. Gegeven het kerkelijk verval vonden de oprichters van de nieuwe bond het weliswaar begrijpelijk, dat de CJV deze taak op zich genomen had, maar uiteindelijk was het principieel niet juist. Evangelisatie is niet een taak van een particuliere vereniging, maar van de kerkelijke gemeente.
Een ander hoofdpunt van kritiek was dat het NJV de jongelingsvereniging onvoldoende stimuleerde tot de studie van Gods Woord. Men was op de CJV alleen maar bezig met de bijbel om vroom gesticht te worden. De godsdienstige beleving stond centraal ten koste van de bijbelstudie. En als jonge gere formeerden zagen de oprichters van de nieuwe bond, dat echte godsdienst meer is dan godsdienstigheid: de HERE God wil op alle terreinen van het leven gediend worden. Op de J. V. - zo stelden ze - moeten we bezig zijn met het Woord, niet om vroom getroost te worden maar om zo bekwaam te worden voor de taken die op ons wachten. Dus ook: niet mediteren maar studeren.
De nieuwe bond wilde af van de fragmentarische manier van bijbellezen, waarbij de bijbel alleen maar wordt gelezen vanuit de behoefte aan persoonlijke troost en zaligheid. De bijbel moest weer opengaan als de lamp voor onze voet op alle terreinen van het leven, plechtstatig geformuleerd als boek dat de beginselen geeft voor Kerk, Staat en Maatschappij.
De J.V. is ervoor om samen als jongeren bezig te zijn met Gods Woord om je zo voor te bereiden op je toekomstige taken als volwassenen. Want de Heer is niet alleen de Heer van de zondag, maar van alle dagen van de week ...
Aktueel
De centrale plaats van de bijbel op de J.V.'s is van geweldige betekenis geweest.
Verschillende generaties zijn door het werk van déze J.V. gevormd, en zijn - met alle fouten en gebreken als zoutend zout bezig geweest in de samenleving.
Daar valt een heleboel over te zeggen, waarvoor nu de gelegenheid ontbreekt.
Vandaag leven we in een heel andere tijd van 100 jaar geleden. Toen had de J.V. een heel andere plaats dan de jeugdvereniging van nu. Het was toen voor velen een informatie- en studiecentrum, waar je ook leerde vergaderen en discussiëren en natuurlijk inleidingen schrijven. Vandaag zijn er vele andere scholings- en informatiemogelijkheden.
De jeugdvereniging is één van de vele mogelijkheden geworden, en ondervindt behoorlijk concurrentie van bijv. de sport, TV en andere ontspanningsmogelijkheden.
Daarbij wordt de centrale plaats van de bijbel als het gezag-hebbende Woord van God van verschillende kant aangevochten.
Ter rechterzijde wordt de betekenis beperkt tot het individuele zieleheil: als je je hart maar geeft aan Jezus, dan kan je niks gebeuren al vallen de atoombommen om je heen... En ter linkerzijde waar de bijbel wordt gezien als bundel van inspirerende geloofservaringen, waaruit je naar eigen behoefte kunt putten.
Wezenlijk verschillen de vragen van vandaag niet van die van een eeuw geleden.
Het uitgangspunt dat de Jongelingsbond toen koos, kan ook vandaag nog het uitgangspunt zijn voor het jeugdwerk binnen onze kerken. Daarom formuleerde de Stichting Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk bij haar oprichting in 1985 als doel: "de bevordering van de bestudering van Gods Woord en de toerusting vanuit Gods Woord tot het leven van alledag."
Themadag: Beloofd is beloofd
De terugblik op het ontstaan van het landelijk georganiseerd gereformeerd jeugdwerk geeft ook aanleiding om nog eens met elkaar na te denken over het onderwerp geloof en ervaring.
Daartoe heeft de stichting NGJ op zaterdag 19 november a.s. een themadag belegd onder het motto "Beloofd is beloofd".
In de ontmoeting met allerlei evangelische groeperingen krijgt de ervaring van het geloof steeds meer aandacht.
Het gaat op de themadag om de vraag hoe de bijbel hier nu over spreekt. Geloven is immers leven uit de beloften van God. Maar hoe sluiten Gods beloften aan bij wat een gelovige in de praktijk ervaart? Heb je iets aan je geloof?
Ervaar je er iets bij?
Over dit soort vragen gaat het op de themadag, die in Nijkerk gehouden zal worden. Sprekers zullen zijn drs A. van Heusden, ds W. Smouter en de heer C. Huizinga. De dag wordt geleid door de heer P. C. van Wijk. Omdat het NGJ zich ook betrokken weet bij de herdenking van het 100-jarig bestaan van het gereformeerd jeugdwerk, heeft ze gemeend de dag een feestelijk tintje te moeten geven. Als u komt zult u begrijpen wat daarmee bedoeld wordt. En u begrijpt dan tegelijkertijd iets van de toegangsprijs (f20,- en voor werkenden het dubbele, terwijl er voor groepen reductie mogelijk is). De dag is zowel bestemd voor jongeren als voor ouderen.
Voor verdere inlichtingen en/of opgave kunt u terecht bij de heer D. v. d. Molen, Socratesstraat 58, 7323 PG Apeldoorn, tel. 055-664609.
De uiterste opgave-termijn is verlengd tot 8 november.
Ter gelegenheid van dit "eeuwfeest"
verschijnt er ook een speciaal nummer van Verkenning. Hierin zijn o.a. enkele grepen uit de geschiedenis van het jeugdwerk, en interviews met C. Huizinga en P. C. van Wijk opgenomen. U kunt dit nummer bestellen bij Joke Vos-Nieuwold, Stolwijkstraat 42-111, 1059 XX Amsterdam, tel. 020-153770.