Moeten wij lid worden van het OJEC? (4)

1987-12-11
  • Jaargang 31
  • nummer 47

Nòg een herinnering
De geest van het OJEC is dezelfde als die van de christelijke nederzetting Nes Ammim aan de noordelijke grens van de tegenwoordige staat Israël. Ik heb daar persoonlijk een slechte herinnering aan. Het is al weer vele jaren geleden dat zich in onze gemeente van Amsterdam-centrum een jood tot het christelijke geloofbekeerde, onder invloed van het gezegende evangelisatiewerk van dr Rookmaker. Toen deze nieuwe broeder zich wilde laten dopen, kreeg hij op de zaterdag vóór de daarvoor vastgestelde zondag bezoek van een rabbijn. Deze had er een sabbatsreis te voet uit Amstelveen voor over om de dwalende zoon van zijn volk van zijn voornemen af te brengen.
Ik had respekt voor die man. Hij deed wat van een geestelijke herder verwacht mocht worden. De doop ging niettemin door en enige tijd later maakte onze broeder een reis naar Israël. Natuurlijk deed hij daar de christelijke nederzetting Nes Ammim aan.
Maar wat een teleurstelling wachtte hem daar! Men was niet blij met zijn bekering en men nam het hem kwalijk dat hij zich in de kerk pad laten dopen. Ik heb me als christen diep geschaamd toen hij met dit verhaal thuis kwam. Later zelf eens een bezoek aan dat Nes Ammim ('Banier der volken' betekent die naam welke aan Jesaja 11:10 ontleend is en daar de wortel van Isaï ofwel de Messias aanduidt!) brengend kon ik gemakkelijk konstateren dat deze houding in overeenstemming was met de geest die daar heerste en die ook in het OJEC te vinden is: jood moet jood blijven en christen christen, en geen enkele bekeringsdrang van christelijke zijde mag het prille begin van een goede relatie tussen die twee verstoren.'Met diep respekt voor de identiteit van de ander en op basis van volstrekte gelijkwaardigheid' (p. 26 van het boek van dr Schoon) dienen de twee met elkaar om te gaan.

Scheiding tussen kerk en staat
Een christen kan hier onmogelijk in meegaan. Die ziet de nood waarin de mens buiten Christus (wie hij ook zij) verkeert en zal naar wegen zoeken om diens hart met het evangelie van Gods genade in Christus te bereiken. Hoe is het mogelijk dat mede-christenen over zoiets essentieels anders zouden denken?
Daar zit natuurlijk de Holocaust achter, zegt U. Zeker, en daarover zal ik straks iets zeggen. Maar er is ook nog een andere reden eoor te bedenken en die bespreek ik nu.We hebben namelijk in de stellingname van Nes Ammim en het OJEC te maken met één van de heilloze gevolgen van het twintigsteeeuwse theologische denken dat van de scheiding tussen kerk en staat niets wil weten. Terwijl die scheiding onopgeefbaar is. Want natuurlijk is het zo dat burgerlijk gesproken de jood onder ons volkomen gelijkwaardig is met de overige Nederlanders, maar kerkelijk of geestelijk gesproken is dat een belachelijke onjuistheid. Men moet wel van de essentie van het christelijke geloof (maar nee, eigenlijk van ieder geloof) afstappen om op dat gebied van volstrekte gelijkwaardigheid te spreken.
In de middeleeuwen had men ook moeite met die noodzakelijke scheiding tussen kerk en staat. Niet zozeer theoretisch (denk maar aan de leer van de 'twee zwaarden'), maar vooral praktisch.
Het betekende tóen dat de staat dreigde te verkerkelijken, om het maar zacht te zeggen. In onze tijd, nu de kerk veel machtelozer dan de staat geworden is, hebben wij het omgekeerde te vrezen dat namelijk de kerk praktisch en zelfs ook theoretisch verpolitiekt. Dat is het dan ook wat we vandaag allerwege zien gebeuren en dit jongste boek van dr Schoon bedoelt deze verpolitisering nu ook tot in zijn uiterste konsekwenties in het OJEC in te dragen. Buiten de eigenlijke geloofsvragen om (p. 38) wordt nu voortaan onderzocht wat joden en christenen samen kunnen doen voor het behoud van deze wereld. Dat is de doorbraak die Schoon met zijn boek forceert maar die er ook van meet aan inzat.
Het jodendom zal zich tegen deze ontwikkeling principieel niet kunnen verzetten, want dat draagt de vermenging van 'kerk' en staat in zijn eigen boezem en is daarop zelfs gebouwd. Het wil immers tegelijk een volk (een politieke kategorie!) en een religieuze gemeenschap zijn. Het Zionisme laat dat in alle duidelijkheid zien. Maar het christendom geeft, ais het tenminste zijn Heer navolgt, aan de keizer wat des keizers is en aan God wat aan God toekomt (Mattheüs 22:21). Dit betekent dat de christen zijn joodse medeburger naar vermogen tegelijk zal respekteren en bekeren.

Auschwitz of Golgotha
Maar o wee, mensen die zo denken als schrijver dezes behoren volgens dr Schoon tot degenen die “na Auschwitz op geen enkele wijze tot inkeer zijn gekomen en daarom hun christelijke monoloog voortzetten alsof er niets is gebeurd" (p. 34). Nodig moeten zij aan hun huiswerk. Het zou evenwel kunnen zijn dat zij dat huiswerk heus wel (bereid zijn te) maken, maar alleen daarbij tot andere resultaten komen. Auschwitz moge immers een uiterst beschamend gebeuren zijn voor onze westeuropese kultuur die mede op het christendom gebouwd is, dè werkelijk beslissende keer in de geschiedenis van Gods volk is en blijft toch Golgotha. (Ik ben niet de eerste die deze twee met elkaar vergelijkt.) Auschwitz heeft Golgotha niet achterhaald, het kan niet dienen als een punt waarop we ons nu voortaan moeten oriënteren. Juist integendeel, Auschwitz stelt de aktualiteit van Golgotha in het volle licht. In deze zin dat Golgotha het enige woord is dat nog overblijft als we met de joden in gesprek komen: zie het Lam Gods dat de zonden der wereld (ook van de kerkelijke wereld) wegneemt. Maar dr Schoon ziet hier eigenlijk een truuk in, een poging van christenen om de aandacht van zichzelf af te leiden. "Het is niet juist, om tegenover anderen Jezus Christus als gespreksthema los te maken van de gemeenschap die zegt Hem te vertegenwoordigen.
Christenen voelen zich vaak gedrongen om 'de waarheidsvraag' in het geding te brengen (... ) waarbij zij dan zelf buiten schot kunnen blijven" (p. 38).
Nu, het zou inderdaad verachtelijk gedoe zijn als dat laatste de bedoeling was. Maar overigens denk ik dat we met Paulus, ook tegenover anderen, moeten blijven zeggen: "Want wij prediken niet onszelf maar Jezus Christus als Here, en, ons zelf als uw dienaren om Jezus' wil" (2 Kor. 4:5). En dezelfde apostel schrijft: "Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem" (1 Tim. 1:15). Ik weet wel dat zulke woorden verschrikkelijk hol kunnen klinken, maar dat 'zelf buiten schot blijven', dat hóeft toch niet? Wat mij betreft trouwens worden zulke Bijbelwoorden naar de joden toe niet alleen gesproken maar ook 'gedaan'.
Ik bedoel dat elke zelfvoldaanheid er radikaal uit weg moet. Inderdaad moet de kerk eindelijk eens ophouden zichzelf te prediken. Christus en Die gekruisigd alléén! Dat is voor mij de les van Auschwitz.

In Israël geworteld?
Een laatste punt bij de bespreking van de vraag of wij zullen toetreden tot het OJEC wil ik besteden om op een innerlijke tegenstrijdigheid in het boek van dr Schoon en ook (vrees ik) in de opzet van het OJEC te wijzen. Eigenlijk betreft dat een vooronderstelling van het hele kontakt tussen joden en christenen, waarover Schoon in een eerder boek uitvoeriger geschreven heeft, te weten Geworteld in Israël. Daarin gaat het over wat wij, joden en christenen, gemeenschappelijk hebben. Toch spreekt ook zijn jongste boek over deze dingen.
Nadat het op p. 17 daarvan ging over de verworteling van de kerk als de dochter in Israël als de moeder - een verworteling die volgens Schoon een onopgeefbaar kenmerk, van de christelijke identiteit is, volgens de kernachtige formulering van. Paulus: "Niet gij draagt de wortel, maar de wortel u”, Rom. 11:18 - heeft hij het direkt daaroverheen over de voorkeur van sommige joodse geleerden om het beeld van de moederdochter-relatie op andere wijze te gebruiken.
"Het geloof van Israël, zoals dat in Tenach tot uitdrukking komt, wordt dan getypeerd als een moeder die twee dochters heeft voortgebracht in de periode van de Tweede Tempel, het rabbijnse jodendom en het messiaanse christendom". Het verbazende is dat hij daarop laat volgen: "Dit beeld lijkt meer in overeenstemming met de historische werkelijkheid te zijn" (p. 17).
Maar als dit laatste waar is, mag de christelijke kerk dan nog de dochter van de synagoge heten? En is het christendom dan nog wel in Israël verworteld?
In het Israël van Tenach toch?, zal Schoon antwoorden. Maar daar smokkelt hij dan het nabijbelse jodendom in mee. Hier blijkt hoe verwarrend de naam Israël in dit verband is. Verworteld in Israël? In welk Israël? In dat van Tenach of in dat van de Talmoed? Verderop in het boek hanteert dr Schoon weliswaar dat betere beeld van de twee dochters (p. 109), maar tegelijk houdt hij die minder juiste voorstelling van een moeder-dochter-relatie aan, heeft hii het over de heroriëntatie van de kerk aan haar joodse oorsprong (p. 42) en past hij zelfs de psychologische term 'moederbinding' op de kerk toe (p. 37).
Hoe is het een met het ander te rijmen? Of moeten we hieruit opmaken dat voor dr Schoon er van Tenach naar het jodendom een rechte lijn loopt, terwijl die van het Oude Testament naar het Nieuwe voor hem een gebrokene is?
Als dat zijn bedoeling is, wil ik hem niet weerspreken door simpeltjes de zaak om te draaien. Want ook ik konstateer als christen tussen het Oude en het Nieuwe Testament een hele overgang.
Daar zit de zeer diepe insnijding van Christus' komst tussen. Toch geloof ik dat het Nieuwe Testament aan het Oude meer recht doet dan de Talmoed aan Tenach, zoals ik aan de hand van het voorbeeld van Psalm 40 probeerde duidelijk te maken.
Beter dan over de verworteling van de kerk in Israël te reppen is het daarom te spreken van een gezamenlijke wortel die jodendom en christendom in de geschriften van Wet en Profeten hebben.
Een gezamenlijke wortel waar over zij strijden. Móeten strijden, is mijn oordeel.
Dat gevecht is onvermijdelijk. Ik zie voor ons christenen maar één middel om aan die strijd een einde te maken. En dat is dat de kerk de ketter Marcion volgt en het Oude Testament aan de synagoge laat. Maar juist in dat gebaar ligt één van de taaiste wortels van het antisemitisme, zoals de geschiedenis, ook de jongste geschiedenis van nog deze eeuw, bewezen heeft. De gedachte van Marcion lééfde onder de Duitse Christenen.

Nog eenmaal de vraag
Moeten wij lid worden van het OJEC?
Ik voor mij zie er meer heil in dat christenen proberen met hun joodse buren aan de praat te komen. Niet enkel over een specifiek joodse schuld aan de dood van de Here Jezus en ook niet enkel over een specifiek christelijke schuld aan het moderne heidendom van Auschwitz, maar vooral over het feit dat we allebei, christenen en joden, aangewezen zijn op het ene offer van Golgotha.
Dat is een derde weg tussen folder-evangelisatie en oekumenische hoog-dravendheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief