Geef ons heden...

1986-06-20
  • Jaargang 30
  • nummer 25
We zijn nu toegekomen aan het tweede drietal beden van het Gebed des Heren. In het eerste drietal klonk telkens het woordje 'uw'; in het tweede is het telkens 'ons'. Je hoort dan ook vaak zeggen, dat het verschil tussen het eerste en het tweede drietal beden hierin ligt, dat het in het eerste gaat om Gods belang en in het tweede om dat van ons mensen. We hebben echter gezien, dat de Here ons in de 'eerste drie beden in feite leert bidden om de heilrijke toekomst die God voor zijn volk heeft weggelegd, en dus om iets waar we zelf alle belang bij hebben.

In het voorafgaande hebben we dan ook het verschil tussen de beide drietallen beden anders getypeerd. Het 'Onze Vader' is het gebed van Gods volk onderweg; in het eerste drietal beden richt dit volk zich op het doel van de reis; in het tweede drietal brengt het de behoeften voor onderweg onder de aandacht van de hemelse Vader. nders gezegd: in het eerste drietal gaat het om de toekomst zij het een toekomst die aan het heden richting moet geven in het tweede gaat het om het heden: "Geef ons heden...".

Een van de dingen die het volk Israël op zijn tocht naar het beloofde land nodig had, was levensonderhoud, eten en drinken. In de Boeken van Mozes lezen we, hoe God daar op wonderbaarlijke wijze voor zorgde. agelijks liet Hij het manna uit de hemel regenen en ook zorgde Hij telkens weer voor water, desnoods uit de harde rots. Zo is ook het eerste waar onze Heiland ons als Gods volk voor 'heden', voor onderweg om leert bidden, ons dagelijks brood, ons levensonderhoud. Wie door God op weg gestuurd wordt, mag en moet erop vertrouwen, dat Hij onderweg voor zijn 'levensonderhoud zal zorgen, net zoals een soldaat op veldtocht zich geen zorgen mag maken over zijn natje en droogje (2 Tim. 2 :4).

Dat wil echter niet zeggen, dat God daartoe altijd gebruik maakt van middelen die wij wonderbaarlijk noemen. Hij kan bijvoorbeeld ook de mensen, tot wie Hij ons zendt, voor ons levensonderhoud laten zorgen (Lk. 10: 4-8). En ook kan Hij het doen door ons de kracht en de gelegenheid te geven om met onze handen ons brood te verdienen. Het gaat er maar om, dat bezorgdheid om ons levensonderhoud' ons er niet van zal weerhouden om Gods Koninkrijk en zijn gerechtigheid te zoeken. Daarom leert Jezus ons bidden "Geef ons heden ons dagelijks brood". Geef ons.. . We zijn als Gods volk onderweg. Niet alleen, maar samen met anderen maakt een christen zijn reis naar de eeuwigheid, naar Gods Koninkrijk, dat een samenleving is. Jezus leert ons dus bidden om proviand voor heel Gods volk onderweg. En als je ergens om bidt, dan moet je ook bereid zijn er al het mogelijke voor te doen; anders is het verlangen; en daarmee het bidden, niet oprecht. Als we dus bidden "Geef ons heden ons dagelijks brood"; dan verklaren we ons daarmee bereid ernaar te streven, dat iedereen genoeg te eten krijgt. In de eerste plaats degenen die al met ons op weg zijn. Maar zij niet alleen, want wij verschillen daarin van het volk Israël destijds, dat het onze roeping is om iedereen uit te nodigen met ons te gaan. Dus is het ook onze roeping ernaar te streven door bidden en werken, dat geen mens zich door zorg om het dagelijks brood ervan hoeft te laten weerhouden om ook op weg te gaan.

Onderweg naar Gods toekomst hebben we echter meer nodig dan levensonderhoud alleen:God zelf moet met ons mee gaan en blijven gaan. Daartoe is. nodig, dat Hij ons telkens weer onze schuld vergeeft, want die schuld maakt' het ons onmogelijk in Gods aanwezigheid te verkeren. Ook Israël op weg, naar het beloofde land zondigde keer op keer. Dan dreigde de HERE het volk te vernietigen of niet verder mee te gaan. Zo weigerde het volk in Num. 14 het land binnen te trekken, waarop de HERE zei: "Ik zal het met de pest slaan en uitroeien" (vs. 12). Mozes bad toen: "Vergeef toch de ongerechtigheid van dit volk naar de grootheid uwer goedertierenheid, gelijk Gij dit volk vergiffenis geschonken hebt van Egypte af tot hier toe", waarop de HERE· antwoordde:' "Op uw bede schenk Ik vergeving". Zo liet de HERE zich ook na de zonde met het gouden kalf door Mozes vermurwen .om toch maar weer met het volk Israël verder te gaan.
Daarom leert Jezus ook ons bidden: "Vergeef ons onze schulden", dat is: laat ons niet in de steek, wanneer wij U in de steek gelaten hebben, want zonder U komen wij nergens.
Ook deze bede moeten we niet alleen ieder voor zich, maar ook voor elkaar bidden: vergeef ons. We zijn als Gods volk samen op weg naar Gods Koninkrijk. Daarom mogen we elkaar ook niet loslaten, wanneer de een: tegen de ander gezondigd heeft. Wat Jezus ons aan deze bede laat toevoegen, "zoals ook wij hen vergeven die ons iets schuldig zijn", vloeit dan ook min of meer vanzelf' voort uit het ' bidden in het meervoud, dat Hij ons leert.
Door de ander te vergeven herstel je de geschonden band met hem, zodat je weer met hem verder kunt, net zoals God telkens opnieuw met jou verder wit: totdat je eenmaal met Hem èn met je broeders en zusters samen zult leven in Gods Koninkrijk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief