Zondemacht als zwaartekracht

1986-06-20
  • Jaargang 30
  • nummer 25
In Zondag 3 van de catechismus wordt beleden, dat door de zondeval van Adam en Eva onze natuur zo verdorven is geworden, dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden.
Bij de doop van onze kinderen wordt- ons voorgehouden, dat de doop ons leert, dat wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren zijn en dat daarom Gods toorn op ons rust, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden. Dat is een juiste en goede belijdenis!

Maar met een goede belijdenis kunnen wij mensen op een verkeerde manier aan het werk gaan, Dat zien we wel aan Petrus! Petrus sprak de goede belijdenis uit: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God" (Matth. 16: 16). Maar toen hij op zijn eigen manier op die belijdenis voortredeneerde kon hij Christus' spreken over zijn lijden en sterven niet accepteren: "Dat verhoede God, Here, dat zal u geenszins overkomen!" (Matth. 16 :22).De Here kan ons zelfs met een goede belijdenis geen moment met onszelf alleen laten! Want dan doen we er alleen maar kwaad mee. Dan komen we aan de kant van de boze vijand. En dat kan ook gebeuren met die juiste belijdenis van onze verdorvenheid!

Bedenkelijke beelden
Van nature zijn we onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad! Ja, maar nu gaan we verder. Probeert u het nu eens in te vullen! Ik ben van nature tot het goede zo onbekwaam als...(?). Wat komt er op de stippeltjes te staan? Zo onbekwaam als een kind, dat de opdracht krijgt een gewicht van 100 kg op te tillen? Zo onbekwaam als een man, die de rivierdijk ziet doorbreken en zich dan geroepen voelt de overstroming met zijn blote handen te keren? Zo onbekwaam als een man, die een geweldige val maakt en dan de opdracht krijgt middenin de lucht te stoppen en stil te blijven hangen? Al die beelden zou een mens kunnen gebruiken. Maar hoe gemakkelijk kan hij daarmee een verkeerde kant uitgaan! Waar ligt het gevaar dan? Welnu, al die beelden zijn genomen uit het terrein van het fysische of uit het gebied van het dynamische. Ze bewegen zich allemaal op het vlak van beweging en kracht. Geen van die beelden reikt verder. Geen van die beelden komt toe aan het gebied van het ethische of aan het gebied van het geloof! Met andere woorden: Ze hebben niets te maken met goed of verkeerd tegenover de mensen en tegenover God. Ze hebben niets te doen met geloofsongehoorzaamheid of met de ongehoorzaamheid van het ongeloof! Al die beelden suggereren op zijn minst, dat de zonde een fysisch-mechanische kracht is, die met onze persoon, met ons kiezen, met onze verantwoordelijkheid niets, maar dan ook niets te maken heeft! Dat werd dan ook met de titel bedoeld! Zondemacht als zwaartekracht: een kracht die fyisch-mechanisch te werk gaat en ons zó overweldigt!

Taalspel van zonde en schuld
Ik herinner me een oud verhaal, dat ik in Kampen gehoord heb. Het ging over een gesprek tussen twee personen, Zwanepol en Habbekotté geheten. Laten lezers van die naam zich overigens niet méér (maar ook niet minder) van het verhaal aantrekken dan al de andere lezers! Het gesprek ging over de laatstgehouden preek!
Zwanepol: Wat heeft onze dominee de voren weer diep getrokken! Wat heeft hij onze zondigheid diep geschilderd!
Habbekotté: Zeg dat wel, wat zijn wij een diepschuldige zondaars!
Zwanepol: Maar nou nog eens wat, ik, sprak laatst Jan van Teuntje en die zei, dat jij ècht een vuile zondaar bent!
Habekotté: Wat hoor ik daar? Zijn ze weer over mij 'aan het roddelen?

Dit verhaal is heel wat meer dan alleen maar lollig. Waarom hadden de beide broeders zo genoten van de preek over de zonde en waarom kwamen de woorden 'zonde' en 'schuld' er zo 'vlot' en gemakkelijk uit, zij het ook onder diepe zuchten? En waarom kwam dat verraderlijke woordje "echt" ineens, tevoorschijn, toen Zwanepol zijn makker een concrete terechtwijzing wilde toedienen. En waarom was de diepnederige(?) Habekotté ineens in alle staten, toen hem zijn zondigheid concreet werd aangezegd?, Ik denk, dat je het zó zou kunnen formuleren: Zolang de zonde maar gesitueerd bleef in het fysisch-mechanische of- om een ander "bereik" te noemen - zolang ze als een soort kleurenblindheid in het biotische opgesloten bleef, zolang wilden de broeders het taalspel best meespelen: zonde...schuld... Diep verdorven! Maar toen de zonde ineens opsteeg naar het persóónlijke, naar het verkeerde, naar het ethische en het religieuze, toen haakte Habekotté af. Hij verdroeg het "Gij zijt die man!" geen moment. En ook Zwanepol had zichzelf geducht ontmaskerd. Hij was zich half ondergronds toch bewust van het feit, dat hij een spel speelde, een spel van zware woorden. Want toen hij zijn makker aanviel gebruikte hij het woordje "echt": Ik heb gehoord dat' jij ècht een zondaar bent, ècht vuil! Ongetwijfeld hielden de beide broeders uit dat oude verhaal hun taalspel vol tot in hun' gebed!
Ook daarin spraken zij van diepe verdorvenheid en bodemloze verlorenheid! Maar kon dit nog wel iets anders zijn dan een beantwoorden aan het vroomheidspatroon ? Kon het nog wel iets anders zijn dan een soort hoffelijke beleefdheidsvorm tegenover de Here? En daarmee heeft de satan dan zijn doel toch weer bereikt! Want ook de gevraagde vergeving wordt een term uit het taalspel!

De Schrift doorbreekt onze beeldtaal
Paulus zegt, dat uit werken der wet geen gerechtigheid voor
God voortkomt (Rom. 3: 20). Mozes zegt, dat het gebod' niet te moeilijk 'is voor het volk en niet ver weg (Deut. 30 : 11). Mozes, de' man Gods, ziet daar het gebod van de God en Verlosser van Israël als een vlak land, dat' voor het volk open ligt! We moeten ons stellen onder de tucht van die beide woorden.
Paulus zegt;' "Maar uitgaande van het gebod wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op... " (Rom. 7 :8). De gehele geschiedenis door prikkelde de goede en heilige wet van God het volk tot verweer 'en overtreding!
Die overtreding kon de Goddeloze vorm hebben van het "Geen God en' geen Meester". Ze kon ook de vrome gestalte hebben van het farizeïsme: een aangrijpen van wet en wetsvroomheid om zich tegenover de Here veilig te stellen, wat ten diepste neerkomt op de weigering van overgave!
Altijd vermeerdering van zonde en overtreding! Maar hoe kwam dat nu? Blijkhaar lag de rechte weg àl te ver buiten het 'bereik van Israël, als een hoge berg die niemand kon beklimmen?
En omdat de rechte weg nu eenmaal onvindbaar was ging het altijd weer verkeerd? Dàt zouden we willen denken om ons daarmee dan ook te verontschuldigen! Maar Mozes zegt het gehéél anders! De man Gods verwijt het volk van alle eeuwen, dat het gezondigd heeft, terwijl het gebod noch moeilijk was noch ver weg! Wij hebben geweigerd een open liggend land te betreden! Wij hebben niet gezien wat vlak voor ons lag!
Wij hebben gehaat wat onze liefde zonder meer en duidelijk ten volle waardig was! Onbekwaam?
Ja en nog eens ja! Maar…onbekwaam op een verschrikkelijk schuldige manier. Wij konden het niet willen; wij wilden het niet kunnen! En, daarin ligt de verschrikking van zonde en schuld!
Onbekwaam? Jazeker! “Dood in misdaden en zonden", zegt Paulus zelf (Ef. 2 : 5). Maar die dood wordt nooit een veilige bunker, waarin je de werkelijke' schuld kunt ontvluchten. Daarom kun je niet bij één beeld blijven staan, Je moet de héle bijbel lezen!

De uitbraak naar weerszijden
De spanning van de beide Schriftlijnen is altijd weer onverdraaglijk geweest. Men heeft altijd geprobeerd het spanningsveld te verlaten. Velen keerden zich tegen Paulus' prediking en gingen zichzelf de bekwaamheid toeschrijven Gode te behagen en het Godsrijk te realiseren: Pelagianen, Rernonstranten, allerlei moderne stromingen! Anderen keerden zich tegen de Schriftgegevens die het moeilijke en het ver weg zijn van het gebod ontkennen, En daarbij kwamen zij tot- een uiterst zwaar christendom en tot een inbedden van zonde, schuld en zondemacht in dat bereik van het fysische en dynamische. Juist in het gebied waar schuld een oneigenlijk woord wordt en alles gaat ronddraaien in een (on)heilig taalspel, waarbij je, getuige broeder Zwanepol, in de massa verloren zondaars pas een èchte zondaar wordt, als je je door een vuile streek van de rest onderscheidt! Onbekwaamheid moet iets zijn en blijven, dat een werkelijk vroom mens woedend maakt. Woedend op zichzelf. Zulk een God! Zulke liefdekoorden! En dan nog dat wonderlijk duistere vermogen om onbekwaam te zijn! Men kan dat niet logisch bemachtigen. De mensen van de logica hebben dè uitbraak uit het spanningsveld beproefd. En daarbij een onmetelijke schade geleden!

Ons gebed
Weer herinneren we even aan de opzet van deze artikelen. Het ging erom aan te wijzen, welke wegen de boze vijand bewandelen kan om ons af te trekken van het echte gebed om vergeving en van het echte gebed om de kracht van de Heilige Geest. Welnu, de boze vijand is zeer tevreden, als we de zondemacht gaan situeren in het fysisch-mechanische terrein: Zondemacht als zwaartekracht. Dan wordt het spreken -van zonde en schuld meer en meer een (on)heilig woordspel, dat zelfs doordringt in 'onze gebeden! Het echte gebed om vergeving kwijnt en sterft. Sterven gaat ook de echte verootmoediging voor de Here. En al evenzeer lijdt het vragen om de kracht van de Heilige Geest schade, omdat het onwaarachtig wordt "God" wordt het voornaamste woord in het taalspel. Maar de vreze des Heren is geweken!

"De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God." (Psalm 51:19).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief