REMBRANDT EN SAMUEL
1987-12-18
Het is algemeen bekend dat Rembrandt zeer veel bijbelse voorstellingen heeft geschilderd. Maar ook is duidelijk dat onze grootste schilder wel zijn voorkeuren had. Van de 420 werken die door Gerson (1) als echt werden beschouwd hebben er 40 een onderwerp uit, 'het Oude Testament. Daarvan hebben 5 het apocriefe boek Tobias tot onderwerp en maar liefst 16 (naar mijn mening) de boeken Richteren en 1 en 2 Samuël. Vooral Simson. Samuël, Saul en David waren voor Rembrandt geliefde figuren. Eli ontbreekt in dit rijtje.- Jaargang 31
- nummer 48
Maar is dat wel zo?! Bij enkele bezoeken aan het Centraal Museum te Utrecht. waar deze zomer een tentoonstelling van 17e eeuwse Nederlandse schilderijen uit Budapest werd gehouden, werd ik zeer getroffen door de "bijbelse figuur" (2) uit 1642, het sterfjaar van Saskia. Daarvan staat in de catalogus: "door gebrek aan attributen is een identificatie echter onmogelijk". Ik geloof echter een vrij aannemelijke hypothese te kunnen opstellen.
M.i. stelt dit schilderij voor "de blinde Eli op zijn stoel zittend bij de stadspoort van Silo". Mijn motivering luidt als volgt: In de beschrijving van dit schilderij wordt steeds van een "interieur” gesproken. maar dat is niet juist. Het is een tafereel bij avond buiten. Links van de zuil van de 17e eeuwse) stadspoort zien we op de foto duidelijk de kromming van de achterkant van deze poort.
Op het schilderij zelfis deze nauwelijks zichtbaar, omdat de vernis sterk is nagedonkerd. Het hoofd van de man en het stilleven worden op het schilderij ook veel minder fel belicht dan op de foto in de catalogus. Het onderwerp vinden we in 1 Sam. 4: 13-18 (23) (3), Eli, 98 jaar oud was, blind, "zijn ogen stonden star zodat hij niet zien kon" (vs 15).
Dat de kaars uit is benadrukt dit nog eens. Het is bekend dat Rembrandt door het verschijnsel blindheid zeer gegrepen was. (4) Denk aan de blindmaking van Simson (Sjen aan de blinde Tobias (6). Ook Homerus (Gerson 371) was blind. De "foliant op een kussen", die er haast dreigt af te glijden, is de Heilige Schrift.
Rembrandt heeft hiermee willen aangeven, dat men in Eli's tijd Gods geboden nogal "zacht" opvatte, het er niet zo nauw mee nam. De bijbel dreigt gewoon van de tafel op de grond te vallen. Tevens is het kussen mogelijk een toespeling op 1 Sam. 2:22, waar staat dat de zonen van Eli "sliepen bij de vrouwen die dienst deden bij de ingang van de tent der samenkomst". De bijbel is dicht. In 1 Sam. 3: 1 staat: “Het woord des Heren was schaars in die dagen, gezichten waren niet talrijk". In de catalogus staat, en dat is zeer goed beschreven: "een sfeer van vergankelijkheid omgeeft de nog levende man; maar zijn profetische gestalte wijst tevens op de bestendigheid van de geest". Inderdaad zal Eli nog maar enkele ogenblikken leven, want (vs. 12): "Een Benjaminiet snelde weg uit de gelederen (van het de nederlaag lijdende Israël) en bereikte nog dezelfde dag Silo!" datzal wel laat geworden zijn, zodat de duisternis die op' het schilderij heerst. verklaard is. Eli’s geest is nog helder. Als men hem straks de afloop van de veldslag vertelt, weet hij alle jobstijdingen te dragen, zelfs de dood van zijn beide zonen, maar als hij hoort dat ook de ark des Heren in handen van de Filistijnen is gevallen, valt hij achterover breekt zijn nek en sterft. In zijn sterven is hij het grootst (H. de Jong).
In vs 19 e.v. staat dan dat de vrouw van Pinehas, hoogzwanger, een zoon baart, die nog juist een naam kan geven, en dan ook sterft. “Ikabod", heet de pasgeborene, wat betekent “de Eer (of de Willibrordvertaling de Heerlijkheid) is weg", namelijk de ark. Het lijkt me vrij waarschijnlijk dat Rembrandt, die zelf juist had meegemaakt datSaskia na de geboorte van Titus (1641) ging kwakkelen en stierf (1642), hier emotioneel sterk bij betrokken is geweest. Het jaartal, dat door Gerson 1643 door anderen 1642 gelezen werd, blijkt inderdaad 1642 te zijn.
Als ons schilderij Gerson 222 inderdaad Eli voorstelt.
dan ligt het voor de hand eens verder te kijken naar mogelijke andere Eli’s. En dan zou ik in overweging willen geven of Gerson 247, oude man met staf, het schitterende doek uit Oeiras bij Lissabon, verzameling Calouste-Gulbenkian, daarvoor ook niet in aanmerking zou kunnen komen. Ook deze man zitbuiten in het donker bij een stadspoort op zijn stoel, leunend op zijn staf.
Zijn ogen staan ook star en zijn hoofddeksel lijkt zeer op dat van 222, alleen, er zit een pluim op. Een dergelijke frivoliteit zou Eli zich zeker niet veroorloofd hebben en mijns inziens is dit dan ook een latere toevoeging, Het zou eens onderzocht kunnen worden.
Met veel meer aarzeling beschouw ik het werk uit de Staatliche Museen te West-Berlijn (Gerson 283), waarvan men heeft geopperd dat het de aarts-vader Jacob zou kunnen voorstellen. Ik zou Eli suggereren.
De man is inderdaad "oud en zwaar". Ik vermoed dat ook hier op de achtergrond. een stadspoort is afgebeeld. maar dat is op de foto niet uit te maken. Ik heb het werk nooit gezien.
Dan nog een opmerking over Gerson 282 uit de verzameling Louis Kaplan te New York, die “Koning David" voorstelt. De man is aan het spelen op een harp met een in het hout uitgesneden kinderkopje, Hij draagt een kroon op het hoofd en maakt een zeer deemoedige om niet te zeggen boetvaardige indruk. Het kinderkopje zinspeelt naar mijn mening op 2 Sam.12:14 “de zoon die u is geboren, zal sterven". Daarom zou ik als onderwerp voor het schilderij willen voorstellen: ‘De berouwvolle koning David speelt Psalm 51 op zijn harp.
De "Saul en David" in het Mauritshuis waar De Jong op blz. 1360 op doelt wordt tegenwoordig niet meer algemeen als authentieke Rembrandt beschouwd. (7) Dat wordt bevestigd door de late datering (ca. 1658).
In die tijd schilderde Rembrandt geen onderwerpen meer uit de boeken 1 en 2 Samuël. Het schilderij is er niet minder indrukwekkend om.
Noten:
1.H. Gerson: “De schilderijen van Rembrandt” Alphen aan den Rijn. 2de druk 1980.
2. Gerson, 222
3. Vgl. H. de Jong. De twee messiassen. Kampen 1978.
4. Rembrandts vader was vermoedelijk zeer slechtziend.
5. Gerson 76.
6. Gerson 4, 75, 81, 209, 348.
7. Wel door Gary Schwarz: Rembrandt, zijn leven, zijn schiderijen. Alphen aan den Rijn. 2e druk. 1987 (Schwartz 369).