Rijkdom wordt Armoede, Armoede wordt Rijkdom
1987-12-18
Zolang wij, wandelend in het geloof nog verre van Hem zijn.- Jaargang 31
- nummer 48
zolang wij nog hongeren en dorsten naar de gerechtigheid en met onuitsprekelijke begeerte verlangen naar de schoonheid van de gestalte van God, moeten wij intussen met toewijding en toeleg de geboortedag vieren van zijn slavengestalte.
Wij kunnen nog niet schouwen, hoe Hij vóór de morgenster uit de Vader geboren wordt, maar laten wij vieren, hoe Hij in het nachtelijk uur geboren is uit de Maagd.
Augustinus, 194e Preek, over Kerst
Kerstfeest het feest van de hele Christenheid. Waar data van Pasen en Pinksteren bij Christenen in Oost en West verschillen, is (op een kleine uitzondering na) de overgrote meerderheid der gelovigen vereend in de datum van het Feest van de Geboorte.
In dit artikel een tweetal "stemmen" beide van lang geleden. Wat stemmen van gelovigen die in voorbijgegane eeuwen hebben geprobeerd iets te verwoorden van het Geheimenis, dat God mèns werd. Een heel persoonlijke keuze, van twee gedeelten die mij hebben aangesproken.
Athanasius
Stem één is die van de kerkvader Athanasius, die leefde in de vierde eeuw. Hij is de grote voorvechter van de Rechte Leer tegenover de ketterij der Arianen, die Christus vooral als een geadopteerde Zoon van God zagen, als iemand die niet gelijkelijk als de Vader vanaf alle eeuwigheid was. In zijn nog alleszins lezenswaardige “Van de Vleeswording des Woords" (2), zegt de Kerkvader onder andere dit: "Wanneer een voornaam koning in een grote stad komt en zijn intrek neemt in een van haar huizen; ziet die stad dat als een eer. Geen vijand of rover trekt meer tegen haar op om haar te verwoesten. Ieder acht haar, omdat de koning in een van haar huizen woont. Zo is het ook met de koning van het heelal.
Want toen Hij in onze streken was gekomen en zijn intrek nam in een lichaam gelijk aan het onze, zijn alle plannen van de vijanden tegen de mensen te niet gedaan en ook het verderf door de dood, die sinds lange tijd geweld over hen uitoefende. Het menselijke geslacht zou ten onder zijn gegaan, als niet Gods Zoon, de Heer van het heelal en de Redder, was gekomen om een einde (aan deze heerschappij) te maken... Hij verdelgde door het offer van zijn eigen lichaam de dood die hun deel was geworden." (9:3; 10:1) "Daarom is het Woord van God Zelf gekomen, want alleen Hij, het Beeld van de Vader, kon de mensen weer de mogelijkheid terug geven te zijn volgens het beeld van de Vader" (13,7) "Want Hij was niet opgesloten in het lichaam, Hij was niet in het lichaam zonder tegelijkertijd elders te zijn. Hij gaf geen kracht tot bewegen aan zijn lichaam terwijl Hij aan het heelal zijn kracht en voorzienigheid ontnam. Maar het meest verwonderlijke van alles is: als Woord werd Hij niet omvat door enig wezen, maar Hij omvatte alles... Hij omvat het heelal, maar wordt Zelf niet omvat door het heelal." (17, 1) "Wanneer dus de theologen zeggen dat Hij at en dronk en werd gebaard, onthoud dan dat het lichaam als zodanig werd gebaard en gevoed met passend voedsel, maar dat Hij, het goddelijk Woord verenigd met het lichaam. de gehele kosmos bestuurde ... Toch gaat het over Hem. want het lichaam dat at, werd gebaard en leed was niet het lichaam van iemand anders, maar dat van de Heer. En omdat Hij mens werd, paste het zo over Hem te spreken als men over een mens spreekt om aan te tonen dat Hij een waarachtig lichaam had en geen schijnlichaam." (18,1) Het is boeiend zo'n worsteling te lezen, hoe iemand het Woord wil nazeggen op een wijze die aan onze verwondering moet uiting geven. Gods Zoon die mens werd verrichtte niet alleen wonderen.
Hij wàs Zèlf het Wonder! Hier past schroom. Aanbidding. Lofprijzing.
Augustinus
De tweede stem is die van de al bovenaan dit artikel geciteerde kerkvader Augustinus, de grootste kerkvader van het Latijn sprekende deel der Christelijke Kerk. Van zijn Kerstpreken vind ik er geen méér aanspreken dan de preek die nu als de 194e geregistreerd staat. Ik heb bovenaan dit artikel iets laten horen van het einde van die preek. Hieronder iets van het begin.
Leest u het en denkt u eens na over die voor ons vaak zo onbekende wijze van zeggen, die tegelijkertijd, of juist daardóór, zo fascinerend kan zijn:
“Luister, kinderen van het Licht,
die opgenomen zijt in Gods Rijk,
Luistert, geliefde broeders, Luistert
en jubelt, gerechtigen, in de Heer,
opdat het waar zij, dat u, oprechten,
een lofzang betaamt (Ps. 33,1).
Luistert naar wat gij al weet,
herinnert u wat gij gehoord hebt,
bemint wat gij gelooft,
verkondigt wat gij bemint.
Omdat wij deze dag vieren
als een verjaardag,
moet gij ook verwachtend
openstaan voor de preek
die deze dag van ons vraagt.
Christus is geboren,
als God uit zijn Vader,
als mens uit zijn moeder.
Uit de onsterfelijkheid van zijn Vader,
uit de maagdelijkheid van zijn moeder,
Uit zijn Vader zonder moeder,
Uit zijn moeder zonder vader,
Uit zijn Vader buiten de tijd,
Uit zijn moeder zonder zaad.
Uit zijn Vader als beginsel van het leven,
Uit zijn moeder als het einde van de dood.
Uit zijn Vader als schepper van al wat dag is,
Uit zijn moeder als heiligend deze dag."