De blijmoedige gever en de rechtvaardige koper
2008-02-29
Lezend in de psalmen is het zoeken naar die hoog opgeleide Nederlands Gereformeerde met een eigen huis, een parttime werkende vrouw en drie opgroeiende kinderen. De IT'er, die met het woord van Psalm 3 'Ik vrees de tienduizenden niet, die mij aan alle kanten omringen' manmoedig dagelijks de ochtend- en avondspits trotseert.- Jaargang 52
- nummer 5
In de psalmen hoor je andere stemmen: de arme en berooide met hun bede tot God om recht te doen. Maar wil je ze nog horen als het leven comfortabel is? In de dagelijkse drukte van geld verdienen en uitgeven is 'onrecht' al gauw een ongemakkelijk onderwerp.
Alsof je niet eens meer mag genieten!
Machteloze gevoelens
Ik ben dus wel blij, dat de Micha-Campagne ons de afgelopen twee jaar meer bewust maakte van armoede en onrecht in de wereld (www.michacampagne.nl; www.millenniumdoelen.nl).
Mooi ook, dat er een cursus volgt, waarin de grote statements vertaald worden in alledaagse keuze's. Want mis je die vertaalslag dan kunnen grote campagnes en verheven doelen je met de kater van machteloze gevoelens laten zitten. Je wordt immers bij het wereldwijde onrecht geconfronteerd met een deprimerende schare die niemand tellen kan!
In het licht van zulke machteloze gevoelens vond ik het bijzonder om te merken dat het evangelie zo dichtbij komt in zijn kleinschaligheid. Je ontmoet de rechtvaardige van Psalm 24, hoort van Gods kinderen, die niet langer onzichtbaar zijn (Romeinen 8) en krijgt oog voor het lichamelijke van een mismaakt medemens (Hebreeën 13).
Terwijl dat grootse er ook is en zelfs ver uitstijgt boven de acht Millenniumdoelen. Ik denk dan aan Openbaring 21, waar je leest over een wereld zonder zonde, ziekte en dood.
Met ook weer een schare, die niemand tellen kan, maar dan zo anders.
Twee kanten dus: het Koninkrijk van God zal groots en wereldomvattend zijn, maar tegelijk kan het zich in het hier en nu zo klein en alledaags maken - als gist en mosterdzaad. Zit daarin niet de suggestie dat onze kleine, dagelijkse keuze's van het allergrootste belang zijn voor het Koninkrijk van God? Ik ervaar het evangelie van het Koninkrijk dat zo dichtbij komt als een medicijn tegen gevoelens van moedeloosheid, die opkomen bij verheven idealen en ongrijpbaar grote getallen.
Menselijk dichtbij
Ook het Oude Testament brengt je bij dat alledaagse doen en laten.
Bijvoorbeeld in Deuteronomium 15, waar je leest over de armoede van de broeder en volksgenoot. Daarin zit direct al de nuchterheid, dat je bij armoede maar het beste dichtbij huis kunt beginnen. Want terwijl het gaat over het lánd dat God zijn volk in bezit zal geven, speelt zich de onderlinge hulp veel kleinschaliger af in de verbanden van familie en dorp. Daar ontmoeten arme en rijke elkaar en daar ziet de één de ander met lege handen staan.
Dat is een weldadige, menselijke trek in de Oudtestamentische wetgeving, die het waard is om vast te houden.
Ook als na Pinksteren de binding aan grenzen en talen wordt opgeheven en 'land' tot 'aarde' wordt. Ook dan blijft Deuteronomium 15 een hoofdstuk, dat je uitnodigt om je ogen te openen voor de nood, die je onderweg tegenkomt - met de aansporing om vervolgens met een ruim hart en een gulle hand te geven.
Ecologische voetstap
Er zit nog meer blijvends in dit hoofdstuk.
Ik denk aan de indringende inzet van vers 4: 'niemand van u zal in armoede leven, zozeer zal de Heer u zegenen in het land dat hij in bezit zal geven'. Ergens is dat verwant aan de gedachte, dat de wereld niet te klein is om zelfs zes miljard mensen te bergen en te voeden - dankzij de zegenrijke uitwerking van Gods scheppende hand. Stuit je wél op armoede, dan schort het blijkbaar aan de verdeling van ruimte en voedsel. Dit vierde vers heeft dus alles te maken met je ecologische voetstap en prikkelt om aan onrecht en armoede te blijven werken.
Totdat Hij komt, want dit vierde vers heeft ook iets van het wenkend perspectief van het beloofde land en de nieuwe aarde.
Altijd armen?
Nog weer iets verder lezend merk je dat de bijbelse nuchterheid niet onder tafel verdwijnt. 'Armen zullen er altijd zijn bij u', zo lees je in vers 11 en daarmee sta je met beide benen in een Indiase sloppenwijk of een vluchtelingenkamp in Afrika. Maar het evangelie van Deuteronomium laat niet toe, dat je daar bij de pakken neer gaat zitten.
Vers 11 eindigt na 'Armen zullen er altijd zijn bij u' in majeur: 'Daarom druk ik u op het hart om vrijgevig te zijn tegenover iedereen in uw land die in armoede leeft of er slecht aan toe is'. Dat zit óók in 'Armen zullen er altijd bij u zijn'. In die bittere werkelijkheid geeft God je prachtige kansen om je hart te laten spreken. Zo leidt vers 11 je van een wereldwijd probleem naar een persoonlijke aansporing om de armoede nooit 'gewoon' te gaan vinden.
Koop en verkoop
Misschien dat Deuteronomium 15 vooral stimuleert om gevend het mondiale onrecht te bestrijden. Dat is voor ons vertrouwd terrein, met bijvoorbeeld een organisatie als 'Red een kind' als vrucht van eigen bodem.
Maar ik dacht ook aan een ongewoner veld, namelijk dat van koop en verkoop, waarvoor ik overstap naar Leviticus 19. Ook daar treft je weer het kleinschalige - de rand van een akker en de weegschaal met zijn gewichten.
De wereld op huis-, tuin- en keukenschaal.
Vervolgens valt op dat dit hoofdstuk doorregen is met de zin: 'Ik ben de Heer', wat toch de sfeer heeft van 'Ik ben er bij'.
Legt de Heer zijn vinger bij al die alledaagse keuzes in handel en wandel om aan te geven dat daar iets te winnen valt voor zijn Koninkrijk? Ik houd het er op! Ten derde valt op, dat je bij koop en verkoop ménsen tegenkomt, zoals de dagloner, de arme en de vreemdeling.
Eerlijke handel
Anno 2008 is de markt veranderd in een super-markt met schappen en bleepers en zijn de handelslijnen onoverzichtelijk lang geworden. Toch hielp Leviticus 19 me om weer meer de mens achter de producten te ontdekken.
De vrouw, die de koffiebonen plukt en de boer op zijn bananenplantage.
Koffie, thee, cacao, kleding. Kun je daar al winkelend winst boeken of verlies lijden voor het Koninkrijk van God?
Kun je al kopend recht doen? Dat besef groeit als je de ménsen gaat zien, die leven aan het andere eind van die lange handelslijnen. Mensen, die je misschien niet recht in de ogen zou durven kijken, als ze achter de kraam op de markt zouden staan. Het maakt dus uit wat je koopt! Het maakt verschil of je de handelslijnen stimuleert, waarbij aan het andere eind een rechtvaardig loon wordt uitbetaald, zonder criminele kinderarbeid. Of dat je die andere lijn kiest, waarbij het product voor ons een paar procent goedkoper uitvalt. Ga niet nog een keer je ranken langs, zei de Heer tegen de wijngaardenier.
Die sfeer. Eerlijke handel dus (www.fairtrade.startpagina.nl).
Dat is heel praktisch het Koninkrijk zoeken. Omdat je tussen al die schappen in de supermarkt steeds vaker leest: 'Ik ben de Heer'. En de naaste ziet, die aan dat product gewerkt heeft. U en ik bepalen (de consument is koning!) of die ander een eerlijk loon ontvangt of niet.
En dichtbij ook. Dat er in ons rijke westen nog steeds biggen onverdoofd gecastreerd worden (www.dierenbescherming.nl). Doe er eens wat aan, ChristenUnie, denk ik dan! Maar in een volgend moment realiseer ik me dat ik voor hetzelfde geld - met twee happen minder - 'eerlijk' vlees eet en zo de Schepper eer. Zo dichtbij is het dus! De blijmoedige gever en de rechtvaardige koper.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.