Wanneer je 'ik ben bang dat de deur niet dicht is' letterlijk moet nemen

2008-02-29
  • Jaargang 52
  • nummer 5
'Ma, heb je het gas wel uitgedaan?' Standaardgrapje in de familie Klos zodra we ongeveer vijf minuten onderweg waren. Ze kon er wel om lachen. Maar dat lachen vergaat je, wanneer vergeetachtigheid of controlezucht uit de hand loopt. Je tien keer aan de buitendeur gaat voelen of hij wel echt dicht is. Of dat je, zoals Vrouwkje Messink (58) overkwam, niet rust voordat de drie knoppen op de wasmachine precies, maar dan ook precíés op de streepjes staan. Op straffe van pure angst.

Minstens anderhalf procent van de bevolking heeft last van dwanggedachten (obsessies) of dwanghandelingen (neuroses), meestal gepaard gaand met angst. Een dwanggedachte is bijvoorbeeld smet- of pleinvrees, angst om niet perfect te zijn of iets per ongeluk fout te doen. Een neurose uit zich vaak in alles steeds weer rechtzetten of tellen, jezelf vaak wassen of zaken schoonmaken en dat werk dan ook steeds weer controleren.
'Twijfelzucht' wordt het daarom ook wel genoemd. Niet zelden raken de slachtoffers in een depressie.
Gedragstherapie en medicijnen helpen in de meeste gevallen.

'Geboren artiesten'
Deze aandoeningen zijn erfelijk, maar je kunt ze ook oplopen na een zware schok of een periode van grote druk.
Heel kenmerkend is, dat de patiënt drommels goed beseft dat hij 'gek' doet. Dat in tegenstelling tot iemand, die last heeft van wanen. Die denkt dat zijn waan de realiteit is en handelt daarnaar. Een dwangstoornis wordt meestal gecamoufleerd. 'Het zijn geboren artiesten.' Het Amersfoortse echtpaar Jan en Vrouwkje Messink is ervaringsdeskundige.
'We trouwden in 1974, maar het duurde tot 1988 voordat ik durfde toegeven dat er iets mis was', zegt zij. Hij: 'De buren hadden me wel eens gezegd dat de gordijnen 's morgens om tien uur nog dicht zaten, maar ik merkte het pas goed toen ik een keer ziek thuis was; ze had wel een half uur nodig om zich aan te kleden.' Niet dat ze steeds weer iets anders aantrok.
'Nee, de bandjes van m'n bh moesten precies recht zitten en dan m'n trui ook weer precies goed. En als Jan er dan iets van zei, dan moest het opnieuw.
Dan moest het hele ritueel opnieuw.'

In de wachtkamer
Ze weet niet precies hoe ze eraan is gekomen. Erfelijkheid speelt zeker mee. Maar ze is niet opgevoed met een angst voor een strenge God. Wel was ze als kind wat bangelijk en werd ze aangerand. Maar waar het precies aan lag? 'In de loop van het huwelijk werd het erger. Ik was medisch analiste, dus nauwgezetheid was een verdienste, maar het ging verder. De afwasbak moest precies recht in het kastje staan, de was precies goed in de kast liggen. En dat controleerde ik dan nog een paar keer.' Hetzelfde gold voor kranten ('heb ik nu alles wel gelezen?'), de gordijnen ('moesten precies in de goede plooien, dus ik liet ze liever dicht'), het opmaken van het bed of het ophangen van een jas. Hij: 'Dan zei ik op een gegeven moment: “Ga je jas nou ophangen, want ik heb net het idee dat ik in de wachtkamer van de dokter zit”.' Ze vermeed dat jas ophangen liever, want had zelf ook een hekel aan haar gedrag. Maar had er weer geen moeite mee als hij haar jas 'verkeerd' ophing. 'Constant draaien controlelijsten door je hoofd en daar word je doodmoe van. Doordat ik als huisvrouw alleen thuis was werd ik ook niet gecorrigeerd. Dus moest ik de slaapkamerdeur op een bepaalde manier loslaten. Dat moest een “goed” gevoel geven en desnoods deed ik het tien keer over. En soms ging ik toch nog halverwege de trap weer terug, omdat het bij nader inzien toch niet het goede gevoel leek. Je hebt dus voor die handelingen veel meer tijd nodig, waardoor je elders tijd tekortkomt.' Erover praten lukte ook niet erg.
'Zodra ik iets zei, voelde ze zich betrapt en sloot zich af. We dreven ook steeds verder uit elkaar. Het voelt alsof er een derde in je relatie is', zegt hij.

Vastloper
Maar de erkenning kwam er. Al moest ze daarvoor wel eerst helemaal vastlopen, onder meer door een miskraam.
'Ik stond voor het koffiezetapparaat en wist het niet meer. Voor alles ontwikkel je rituelen, maar ik wist het begin van het ritueel niet meer!' Toen ze vervolgens min of meer bij toeval een medische encyclopedie inkeek, vond ze daar de beschrijving van dwanghandelingen. 'Ik wist niet dat dat bestond en belandde via de huisarts bij een psychiater. Hij stelde relatietherapie voor en wees mij op het boek “De vrouw die haar meubels met suiker bestrooide”. En er bleken medicijnen voor te bestaan. Plus de Angst Dwang Fobie Stichting.
Zo leerden ze gaandeweg wat er mis was. 'Het heeft ermee te maken dat de signaalstof serotonine, die normaal boodschappen doorgeeft tussen de beide hersenhelften, zich te snel terugtrekt. Daardoor “valt het kwartje niet” en heb je het idee dat het niet goed is gedaan. Daar komt die twijfel vandaan. De angst verschilt per persoon. Ik ken mensen, die uren angstig zijn. Maar je moet leren, dat die angst op een gegeven moment niet meer groeit en dan ook weer afzakt.
Je moet je angst onder ogen zien en leren beseffen dat er echt niets erg gebeurt als de was niet goed in de kast ligt of de afwasbak scheef staat.'

Lotgenoten praten
Vrouwkje deed geen half werk. Belde direct de hele familie om te vragen of er meer mensen last van hadden. En zij en haar man werden in 2000 lid van de Christelijke Vereniging voor Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën, die nauwe banden onderhoudt met de Nederlandse Patiënten Vereniging.
In de CVADF kunnen lotgenoten contacten leggen. Meestal in huiskamergroepen, die eens in de zes tot acht weken bijeenkomen. Daarvan zijn er nu zes. 'Nieuwe leden worden uitgenodigd.
Je maakt een rondje langs iedereen en soms komt daar een gespreksonderwerp uit, anders is er een thema. Zoals: heb je steun of last van je geloof of hoe gaat je omgeving ermee om? Het gaat om erkenning en herkenning van deze ziekte, maar nadrukkelijk niet om therapie.' Wel hebben de groepen sterke behoefte aan goede begeleiders. 'Je hoeft niets te weten van dit soort aandoeningen, pastorale ervaring is veelal genoeg.' Voor gemeenteleden en kerkenraadsleden zijn deze aandoeningen een lastig gebied. De patiënt zal veelal trachten de ziekte te camoufleren en als er al iets van blijkt, moeilijk benaderbaar zijn. Luisteren en sympathie tonen is belangrijk. En, hoewel soms moeilijk, maak het gedrag niet belachelijk.

Schuldgevoel
Ze zijn samen een heel stuk op weg, maar Vrouwkje moet waarschijnlijk de rest van haar leven medicijnen gebruiken.
Hij: 'De wasmachine en de kranten blijven zwakke punten. En je vindt dat ik de kranten beter moet lezen. Dat levert mij weer een schuldgevoel op, waartegen ik me moet wapenen. Dat moet je bij jezelf houden.' Zij kijkt hem even wat besluiteloos aan en zegt - wanneer hij even de kamer verlaat: 'Hij moet ook niet alles “dwang” noemen. Maar het is waar, hij is onzekerder geworden en dat doet pijn. In hoeverre komt dat door mij? En waar eindigt mijn karakter en begint de dwang?'

Sander Klos is hoofdredacteur van Opbouw en lid van de NGK in Deventer.

De CVADF telt ongeveer honderd cliënten, onder wie veel christenen uit reformatorische en evangelische hoek. Bij velen spelen 'angst voor God' en een zondebesef (door vloekdwang of dwanggedachten over seks en geweld) een rol. Meer informatie over de vereniging is te vinden op www.cvadf.nl. Contactpersoon is Vrouwkje Messink, e-mail info@cvadf.nl of (via de NPV) 0318-547 888. Boeken over dit onderwerp staan op www.ocdvriendenkring.org.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief