Ds J. J. Arnold: "Als de kerk KERK is.."
1986-07-04
Ds J. J. Arnold :“Als de kerk KERK is..." Uitgave van Oosterbaan en Le Cointre - B.V. - Goes » 1985 - 191 pag. – gebonden prijs: f 23,90.- Jaargang 30
- nummer 27
Dit interessante boek bevat vele waardevolle bladzijden. De auteur dient overigens zijn uitgebreid geschrift zeer bescheiden aan als een verzameling praktische praatjes. Hij is zich bewust, dat .de antwoorden, die hij opgestelde vragen geeft, tot verder vragen leiden en om uitwerking vragen. Het gaat daarbij over de functie van de kerk train binnen en naar buiten toe. Daarom komen onderwerpen als het huisbezoek, de belijdenisgeschriften en het evangelisatiewerk binnen het blikveld. De schrijver richt zich terecht tegen een bepaalde ik-gerichtheid in de gemeente, die het kerk-zijn aantast. Hij wijst op het wonder van de kerk en spoort aan tot de goede strijd aan het duidelijk gemarkeerde front tegen de duivel en zijn trawanten. Het belang van het ziekenbezoek - een taak van gemeenteleden- wordt geaccentueerd, Het karakter van het huisbezoek, wordt schriftuurlijk getaxeerd, "De bezoekers komen, niet op eigen gezag, ze representeren hun Zender" (p. 59). Die bezoekers zijn te typeren als pastoors (herders) en bisschoppen (opzieners). Er wordt gerefereerd aan wat het Convent van Wesèl (1568) inzake huisbezoek en ouderlingendienst bepaalde. De noodzakelijkheid en actualiteit van de belijdenisgeschriften wordt pp overtuigende wijze onder woorden gebracht en benadrukt. De auteur geeft uitvoerig aandacht aan de verhouding tussen jongeren en ouderen en merkt in dat verband o.a. op: "Maar als de kerk kerk is, is er geen generatieconflict" (p. 89). Terecht brengt ds Arnold bij Een ander onderwerp naar voren, dat je in het evangelisatiewerk de kerk er niet buiten kunt laten. Het gaat er alleen om wanneer en hoe brengt men de 'kerk in het gesprek plet de buitenkerkelijke ter sprake.
Men mag aan de materiële nood van de mensen buiten de kerk, die men op het evangelisatiepad ontmoet, niet voorbijgaan. Al moet men geenszins de evangelisatie met maatschappelijk werk gaan verwarren. De taak van de opvoeders thuis en op' schooi wordt goed omschreven en gerelateerd aan bijbelse gegevens. Heel sterk vind ik het slothoofdstuk waarin Arnold diep ingaat op misleidend woordgebruik zoals het heden ten dage opgeld doet.
Hij noemt als willekeurig genomen voorbeelden: vrijheid, gemeenschap, uitverkiezing, waarheid, inspiratie, nationaal. (zie pag. 185 e.v.). We zijn het met de schrijver niet eens als hij erop aandringt per se het huisbezoek te beginnen met Schriftlezing en gebed. Een ouderling dient toch de bekwaamheid te bezitten in de loop van het gesprek op eenvoudige wijze zijn- bijbel te openen en op een bepaalde Schriftplaats te wijzen ter ondersteuning vim zijn betoog of ter verdediging van zijn stellingname. Voor mijn gevoel geeft het beginnen met een stuk uit de Bijbel van meet af een geforceerde draai aan het huisbezoek. Wanneer kollega Arnold over evangeliseren opmerkingen maakt, stelt hij, dat wij als christenen overtuigd zijn om te overtuigen. Ik geloof, dat het beter is te .spreken van GEtuigen dan van OVERtuigen, omdat in dit kader overtuigen het privilege is van de H. Geest.
Tot besluit betreur ik het, dat ettelijke pagina's gewijd zijn aan zaken van onderwijs binnen de kring van de vrijgemaakt-gereformeerden, zodat lezers, die niet tot die kerken behoren, zich buitenstaanders voelen. Wat niet wil zeggen, dat' men daarom niet het één en ander kan meenemen van wat te berde gebracht wordt. Al met al hebben we hier te doen met een boek, dat op populaire manier in doorsnee dingen aan de orde stelt, die ons allen raken. Er staan pittige doordenkertjes in. Men kan er zijn winst mee doen ter nadere bepaling van een gereformeerde positiekeuze. Wij willen dit goed leesbare en correct uitgegeven boek dan ook graag aanbevelen!