Salomo Vredesvorst?

1988-11-18
  • Jaargang 32
  • nummer 43
Salomo staat onder ons over het algemeen goed aangeschreven als koning van Israël.
Zeker, de laatste periode van zijn bewind was er een van neergang. Maar we onthouden toch meer de glorie en grandeur van de eerste fase van zijn koningschap: zijn wijsheid, zijn inzet voor de tempel, zijn rijkdom, zijn vele bouwaktiviteiten, zijn roem over de grenzen heen.
Israël bereikte onder Salomo een nationaal hoogtepunt zoals het sindsdien nooit meer beleefd heeft. Ook religieus was het toch een glanstijd waarnaar terug verwezen werd tot in het Nieuwe Testament toe.
Het was een tijd van weergaloze zegen van God.
Toch was ereen andere kant aan deze medaille die we in deze korte bijdrage wil/en onderzoeken. We spitsen ons toe op de vrede die er heerste tijdens Salomo 's bewind.
De vrede door David in lange militaire kampagnes verkregen werd door Salomo veilig gesteld - maar tegen welke prijs? Dat is de vraag die we ons stellen. De vrede van Salomo moet ons wel te denken geven.

Nationale veiligheid
Had David verhoudingsgewijs een klein en ook goedkoop leger hoofdzakelijk uit infanterie bestaande, Salomo's leger was niet alleen veel groter maar ook veel en veel duurder. Dat kwam vooral doordat hij het uitbreidde met een divisie gevechtswagens die in verschillende garnizoensplaatsen als Megiddo, Hazor en Gezer waren gestationeerd. De aanschafkosten van deze gevechtswagens waren enorm hoog. In 1 Kon. 10: 26 lezen we dat Salomo 1400 gevechtswagens uit Egypte importeerde - de wapenhandel floreerde toen ook al; en hij verdiende ook een aardige cent als wapen-agent voor anderen!
- tegen 600 zilveren sikkels per wagen. Wanneer we bedenken dat een kanaänitische sikkel ongeveer 11.55 gram zilver bevatte, kunnen we een idee krijgen hoeveel Salomo moest neertellen voor de modernisering van de krijgsmacht. Vergeten we niet dat elke wagen minimaal drie paarden nodig had tegen 150 zilveren sikkels per paard, vs. 29. Onder de 12.000 ruiters die Salomo's legermacht telde, zullen we ook wel de bemanningsleden van de gevechtswagens mogen rekenen, vs. 26.
Tellen we daar nog bij op de technische troepen die zorg droegen voor het onderhoud van deze kwetsbare wagens, het personeel dat verantwoordelijk was voor de paarden, en ook de onkosten voor voedsel en onderdak voor de paarden, dan komen we tot voor die tijd zeker astronomische bedragen. Iemand (C. Hauwer) heeft eens het volgende rekensommetje opgesteld: Het kapitaal nodig om dit wagenpark met toebehoren aan te schaffen moet een 1.470.000 zilveren sikkels zijn geweest. Afgezien dus nog van onderhoud e.d.! Daar kon men in die tijd 735.000 rammen voor kopen; of, ander vergelijkingsmateriaal: voor 1 gevechtswagen kon men 35 slaven kopen. Salomo bouwde, vertelt de bijbel, een aantal versterkte steden die de grenzen van zijn rijk moesten beveiligen en vanwaaruit de grote doorvoer-wegen konden worden gekontroleerd.
De versterking van de muren en vooral de bouw van de noodzakelijke poortgebouw en moet een enorm karwei zijn geweest. Van Gezer is bekend dat het door Salomo met 30 poortgebouwen versterkt werd! De technische know how om dergelijke bouwaktiviteiten te realiseren, werd uit Fenecië ingevoerd.
Maar die bouw-experts moesten wel betaald worden; en de bouwvakkers werden gerekruteerd uit de bevolking, en de salarissen, als we het zo mogen benoemen, zullen bepaald niet hoog geweest zijn! Al met al vroeg dit financieel een geweldige inspanning van het volk.
Maar vergeten we niet: al deze militaire inspanningen vroegen om een goed georganiseerde administratie van het rijk. Het is dan ook niet toevallig dat juist onder Salomo er een uitgebreide ambtelijke burokratie in Israël ontstond, geschoeid op egyptische leest.
Heel het uitgebreide militair-economisch kompie x werd efficiënt gerund door ambtenaren aan het hof verbonden, de zgn. vorsten. En ook dat zal geld gekost hebben.
De bijbel vertelt dat het volk deze onkosten moest dragen, 1 Kon. 4 : 22 e.v. De belastingdienst die daarom dan ook in leven werd geroepen, droeg er zorg voor dat iedereen ook inderdaad het zijne bijdroeg aan de bescherming van de nationale veiligheid.
Salomo was een koning die een grandioos hof erop nahield helemaal in de stijl van genabuurde staatshoofden en passend bij de positie die hij onder hen innam. Daarbij hoorde een zeer uitgebreide harem, het bewijs dat hij een zeer suksesvol diplomaat was. Vredesverdragen met naburige vorsten werden bezegeld met de opname van hun dochters in Salomo's harem. Zo werd de nationale veiligheid gediend. Afgezien van het onderhoud van zo'n uitgebreide harem, moest er ook een andere prijs betaald worden: Jeruzalem werd een van de meest syncretistische steden van Israël.
Buitenlandse invloeden vanuit Fenecië en Egypte en menig ander land beheersten het leven in Jeruzalem. En dat liep uit op afgoderij. Salomo viel voor de goden van zijn vrouwen; maar hij was al eerder gevallen: voor de god van de nationale veiligheid! Het heeft Israël niet alleen financieel enorm veel gekost, met alle sociaal-economische gevolgen vandien. Maar het heeft ook in geestelijk-religieus opzicht een dure prijs moeten betalen: verlies aan vertrouwen in de God van Israël! Heidense goden namen Zijn plaats in aan het hof en onder het volk. De vrede van Salomo moet o.i. in een wat minder rooskleurig licht bekeken worden dan we wellicht gewend waren.

Vrede op aarde
Toch moet het ons niet ontgaan dat de bijbel geen negatief oordeel uitspreekt over deze militair-politieke ontwikkelingen.
Er heerste vrede!En dat hij de veiligheid van zijn rijk en de vrede die er heerste met naburige staten handhaafde met behulp van een goed uitgerust leger en andere veiligheidssystemen, wordt hem niet aangerekend. Net zo min als wij vandaag zonder leger en bewapening kunnen, willen we vrede hebben in onze wereld. En zo kunnen ook wij vandaag dankbaar zijn voor de krijgsmacht, en is het niet onbijbels om daarin werkzaam te zijn.
Maar zoals vandaag kon het ook toen gebeuren dat er grenzen overschreden werden die door God zelf gesteld waren.
Salomo's veiligheidsbeleid wordt dan wel niet rechtstreeks gekapitteld, maar de religieus-geestelijke gevolgen ervan worden wel scherp gekritiseerd.
Zijn uitvoerige harem wordt niet expliciet veroordeeld, al ging dat duidelijk in tegen de geest van het koningschap zoals een Mozes en een Samuël het hadden geformuleerd. Maar de afgodendienst die mede gevolg ervan was, komt wel scherp onder het oordeel te liggen. Maar daarmee is impliciet Salomo's buitenlandse politiek waar zijn harem symbool van was, veroordeeld.
Voor de veiligheid van zijn rijk vertrouwde hij meer op de toenmaals gangbare diplomatieke praktijken dan op de God van Israël.
Dat gold niet minder voor zijn modernisering van de militaire veiligheidssysternen.
Inderdaad, we horen geen kritische stemmen in de bijbel zich daar tegen verheffen. Maar na zijn dood scheurde het rijk: een oordeel van God maar verbonden met zijn sociaal-economisch beleid waar vooral Noord-Israël zwaar onder geleden heeft. Salomo was geen koning in de zin van Ps. 72. Het militaire apparaat nam een veel te grote hap uit de financieel-economische koek en dat ging ten koste van met name de kleine man op het platteland.
Verhoudingsgewijs werd er aan defensie veel te veel besteed en dat is.
het volk niet ten goede gekomen - een bekend verschijnsel ook in onze huidige wereld.
Salomo streefde vrede na maar verloor daar de sjaloom bij uit het oog.
Hij handelde naar de politieke wetten van zijn tijd maar de Tora van God beheerste zijn politieke handelen niet. Hij werd steeds minder een koning met "de Getuigenis" in zijn hand, zie 2 Kon. 11 : 12. Deze nadruk op nationale veiligheid ging ten koste van vrede binnen de grenzen onder het volk. Het moet ons dan ook niet verbazen dat de vrede van Salomo het niet lang gehouden heeft. Er zat te weinig aan sjaloom in de vrede die hij nastreefde. Hij was de Vredesvorst, waar Jesaja van sprak, dan ook niet. Vandaar dat we voor werkelijke vrede 'hem die meer is dan Salomo" nodig hebben, niet alleen de Tora maar vooral ook het Evangelie.

Kerk en Staat
In het Israël van Salomo botsten twee belangen. Daar was het staatsbelang van Israël als monarchie dat een veiligheidsbeleid vereiste zoals 'de wereld' dat kende; inderdaad Israël kreeg een koning 'als alle andere volkeren'. En er was het belang van Israël als Volk van God dat in vertrouwen op haar hemelse koning in deze wereld zich staande houden moest. Deze twee belangen bleven botsten: zo kwam koning tegenover profeet te staan. Een Jesaja verweet Achaz te vertrouwen op machtspolitiek en niet op het vermogen van de Heilige Israëls.
De legerschare van de Heere Zebaoth moesten terug treden voor de infanterie en de divisie gevechtswagens van de koninklijke troepen. Het bijeenhouden of zelfs ook integreren van beide belangen is onmogelijk gebleken. Het koningschap is in Israël dan ook mislukt. Vandaar dat na de ballingschap de scheiding tussen 'kerk' en 'staat' een feit werd. Israël werd 'gemeente', een term die opmerkelijk genoeg juist in Kronieken voorkomt, dat na de ballingschap geschreven werd. Trekken we hieruit een enkele konklusie.
De staat is 'neutraal'. Zij staat zeker onder goddelijke wetten die de kerk haar moet voorhouden, bijvoorbeeld dat nationale veiligheid geen afgod mag worden en er derhalve grenzen behoren te zijn aan de uitgaven voor defensie.
Toch de eisen die voor de kerk als Volk van God gelden, absoluut vertrouwen in God en gehoorzaamheid aan zijn geboden, kunnen niet zo zonder meer aan de staat gesteld worden. De Bergrede kan niet aan de staat als politiek program worden voorgehouden; het is aan de kerk om dat 'program' voor te leven.
Men kan van de staat niet verwachten te vertrouwen op de legerscharen van de Heere Zebaoth en daarom de eigen defensie te verwaarlozen. De staat zou haar verantwoordelijkheid tegenover het volk zo ook niet nakomen. Maar dat ligt voor de kerk als Volk van God anders.
Daar zal de vrede zoals door God bedoeld gestalte mogen krijgen de wereld ten goede. Waar kerk en staat niet uit elkaar gehouden worden, krijgen we Noord-Ierse toestanden! Of denk aan de godsdienst-oorlogen uit onze eigen vaderlandse geschiedenis.
Kerk en staat ineen, als in de dagen van Salomo, als een corpus christianum zoals Europa dat sinds Constantijn gekend heeft tot in de 19e eeuw, is een onding dat steeds weer monstrueuze afmetingen heeft aangenomen. Dat houdt trouwens ook een waarschuwing in tegen de verpolitisering van de kerk.
Maar daarover nu verder maar niet!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief