Wat een hondjes!
1986-07-18
Gisteren zijn de gazons geschoren en vandaag doet de sterke zon, samen met de oostenwind, de tuin geuren als een weiland in hooitijd. We spreken nog niet eens van de bloeiende vlier, de late rhodo's en de zuinige .azalea's; ook niet van de lijsterbes die in volle broei staat en in dit land een heilige boom is. We spreken nu over onze hondjes en wat hun neuzen vandaag het eerst opnemen.- Jaargang 30
- nummer 28
Want direct na het ontbijt, wanneer de butler het afwasje verzorgd heeft, komen Happy en Lucky de keuken binnen, begroeten uitbundig de Vrouwe en nemen een afwachtende houding aan, die duidelijk maakt: nu willen we naar buiten!
Jawel, ze willen naar buiten: Eerst naar de waterval, die vanaf een speciaal plekje bekeken wordt. Ze zien naar de kleur en de omvang van het vallende water, Iuisteren naar het ruisen, respectievelijk kletteren, eventueel donderen van wat er uit hogere regionen neerdaalt, kijken mij eens aan en wachten op een taxatie. Die taxatie kan variëren van "een net watervalletje vandaag", tot "een matig middenstandswatervalletje", tot zelfs "een machtige waterval!" Als het heel erg is stamelt de baas: 't schepsel beeft en staat verwonderd als de God der ere dondert. Daar zijn ze het mee eens en ze trekken voor me uit naar het hoogste punt van de tuin, dat tevens een mooi uitzicht geeft op MacLaren's schapen en lammeren.
De lammeren zijn al fors uitgegroeid: er was gras in overvloed en de moeders kwamen niets te kort. Happy is er het eerste bij om even opgetild te worden; dan kan ze over de tuinmuur naar, de lammeren kijken. Ze is nog niet uitgekeken of Lucky staat al achterwaarts te dringen om ook aan de beurt te komen. Ze houden van al. dat levende spul. Dan worden ze neergezet en rennen voor me uit naar het grote gazon, dat ze ruiken. Ze rollen in het hooi tot hun witte vachten er uit zien als het gevlekte vee van Laban en verwachten, dat ze een beetje uitgemopperd zullen worden vanwege al die ongerechtigheden. Dat worden ze niet, want straks worden ze geroskamd en dan blijft er geen sprietje zitten.
Wat verder? De baas bedenkt dat er een zak vol keukenafval klaar staat en stelt voor: we gaan de paardjes van Andy voeren, wie doet er mee? Ze rennen .voor me uit naar de keuken, blijven aan de deur staan wachten, en gaan opgewekt mee naar, beneden. De kleine Lucky loopt voor ons uit om de paardjes te roepen, die tegenover de tuin in een weiland staan. Happy is rustiger en volgt me nu op de voet. Beneden aan ons hek blijven ze samen staan, want ze weten dat ze nooit ofte nimmer naar buiten mogen gaan. De wereld is vol gevaren voor kleine hondjes en de tuin biedt speelruimte in overvloed.
Onderweg heb ik de paarden al gefloten: met een speciaal fluitje, waar babi es op reageren en waar de beide Highland-ponies voor overeind komen. Meestal liggen' die na hun ontbijt in de zon te slapen, maar op mijn fluitje slingeren ze elk een hoofd omhoog, steken de voorbenen uit, springen op de achterbenen en komen - eerst langzaam, dan wat vlugger en eindelijk op een drafje - naar me toe. Achter me weet ik de beide hondjes naast elkaar te staan kijken, schouder aan schouder. Ze kennen het ceremonieel:eerst gaat de halve inhoud van de keukenzak over het hek. Het grijze paardje is er het eerst en neemt een mond vol schillen. Dan arriveert de luie bruine en stuurt het grijsje met een hoofdbeweging weg. De grijze gaat met me mee en ik gooi de andere, helft neer, buiten het zicht van de bruine.
Komt Andy voorbij dan zeg ik: je mag wel beter voor je carrons zorgen, want zonder onze hulp komen ze er niet. Dan antwoord Andy: zo lang jij ze voert komen ze niets te kort; kijk maar liever naar je hondjes, die staan er bij of ze nooit te eten krijgen! En ja, daar staan ze, nog steeds aan de ingang van onze tuin en kijken de paarden het eten uit de mond.
Zulke vaste gewoonten, daar léven honden op. Ze houden natuurlijk ook van de varianten des levens, maar een vast, patroon is' hun dierbaar. Alles moet vertrouwd en bekend zijn. Dan zijn ze in hun beste humeur, tonen al hun goede kanten en willen wel alles voor ons doen: inclusief rondrennen, hard Maffen, over de kop buitelen, elkaar nazitten en de vrolijke rest.
Want lichaamsbeweging, ook daar houden ze van. Rondrennen om het grasveld, de wandelpaadjes open aflopen en de baas verleiden om ook eens in beweging te komen. Die gaat dan ook even in looppas het gazon rond, wat ze in extase brengt. Dan lopen we samen hijgend de oprijlaan naar de boven tuin terug en beginnen aan de schoonmaak van de dagelijkse oogst: al. de bruine klonten worden netjes met een hark op een schop gestreken en weggewerkt. Waarheen? Ergens onder een rhodostruik, waar zelfs geen onkruid groeit en waar dus nooit vuile handen zullen worden gemaakt. Of over de muur, zoals de zeelui zeggen wanneer iets in het diepe gaat.
De kleine rivier naast onze tuin- ze staat op de kaart als Allt Donachain - neemt trouwens ook alle tuinvuil gaarne mee: naar Loch Awe; vandaar naar Loch Etive, en vandaar naar de Atlantische Oceaan. Alles wat natuurlijk, dus vlot verteerbaar is, mag in de rivier worden gestort: het dient nu ergens voor en stof komt tot stof. Zelfs slachtafval van hert of schaap gaat in de plomp, de' forellen zijn er dol op. De hondjes kennen dat. Ze staan vol belangstelling de weggeworpen spullen na te kijken. Happy moet altijd hevig blaffen, wanneer een mand met onkruid over de rand gaat; ze wil wel meehelpen en doet dat door quasi in mijn enkels te bijten of me op te duwen.
En dan de gesprekken met onze honden. Ze zijn tweetalig eh verstaan het Engels even goed als het Nederlands. Nee, Hollands is er niet bij. Of je nu voorstelt even met "de dames" uit te gaan, dan wel om "the ladies" mee te nemen, ze veren op en staan al bij de deur. Komt de. postbode - ze weten de tijd en horen aan de dieselmotor wie het is - dan zeg je "good friends" en ze zullen niet bijten. Maar ook als je "goed volk" zegt weten ze, dat ze zich koest moeten houden. Eenmaal kwam een adviseur van de beveiligingspolitie aan, de deur.
Hij begon met een pluim: de eerste twee beveiligingen van uw huis heb ik al geconstateerd...
Ik vroeg: en hoe bedoelt u dat?
Hij: de naam van uw veiligheidssysteem aan de deur en twee terriërs aan mijn broekspijpen!
En meen je nu, uitkijkend door het raam, in de tuin een "rabbit" te bespeuren, of je noemt het een "konijntje", in beide gevallen staan ze luid blaffend naast je eer Je uitgesproken bent. Maar spreek je van een "Poesje", dan blaffen ze niet -maar gillen! Niet dat ze enig dier kwaad zouden doen, maar ze willen graag meehelpen de.
tuin vrij van ongedierte te houden. Een konijn verjagen ze gewoon, ze krijgen het nooit te pakken. Een kat jagen ze in een boom en houden die daar uren vast. En dringen er schapen in de tuin.... dan is één woord genoeg, om de indringers in de kortste keren weg te helpen! Ze willen hun boterham waard zijn, daar zijn ze honden voor.
Ook je gedachten kun je aan hen kwijt .. Het best nog aan Happy, want die is de oudste, "Meen je,' Happy, dat ik een artikel over jullie in een net weekblad kan plaatsen?" Happy denkt ernstig na. '"Alleen in vakantietijd?" voeg ik er aan toe. Happy kijkt, me over haar schouder aan. "En ik vertel geen woord kwaad van jullie". Nu geeuwt ze en doet een oogje dicht. Dus het kan geen kwaad voor een keer.
Deze week was onze jongste dochter hier, die bracht haar terrier Dandy mee. Onze hondjes waren van de kook: een echte heer op bezoek, Ze betwistten elkaar het beste plaatsje naast hem. Maar Dandy, als een echte hij-hond, hing aan alle deurposten en struiken zijn visitekaartje en dat boeit onze : hondjes nog wel een week lang.
Ze houden van grappige verhalen. Daarvoor zijn ze echte Schotse hondjes, West Highland-terriers.. Al kennen ze het verhaal van begin tot eind, ze luisteren met scheve kopjes tot het uit is. Willen ze naar buiten, dan vragen ze dat elk op haar eigen manier. Happy gaat voor me staan' "bidden": op haar achterpoten, de voorpoten over elkander gevouwen, Lucky tikt met een voorpootje aan mijn been en kijkt onschuldig. Begrijp ik het niet, dan herhaalt ie het tot ik niet meer kan veinzen. Sta ik eindelijk op,dan zwaaien ze hun staarten er bijkans af en rennen naar de tuin. Daar spreken we elkaar nader, op ernstige toon, Zo van: jawel, jawel, daar gaan we wel, het hele stel. En klimmend naar het hoogste punt: jazeker, jazeker, hoe langer hoe bleker. Zijn ze erg lief dan horen ze: wat een hondjes, suikerklontjes, wiebelkontjes, apestr. *), Dan kijken ze elkaar vertederd aan. En horen ze: sapperdekrikkie, potjeverdikkie, dan lachen ze hardop. Maar zegt de dichter eindelijk: sapperdekroekie, sapperdekrokkie, blijf van me broekie en blijf van me rokkie, dan rollen ze van pret in het geurige gras.
Wat een hondjes, wat een hondjes, wat een hondjes hebben wij.
*) het woord wil niet uit de zetmachine.