Loosdrecht: 150 jaar gereformeerd
1986-07-18
In 1985 bestond de Gereformeerde Kerk vim Oud-Loosdrecht 150 jaar. Daarmee is deze gemeente in het Utrechtse plassengebied één van de oudste Gereformeerde Kerken in het westen van ons land. Ter gelegenheid van dit jubileum verscheen enkele maanden geleden een boekje, waarin de eerste 35 jaren van de gemeente worden beschreven. Een bewogen geschiedenis, met - jaren van onderdrukking door de overheid en met diepe persoonlijke conflicten binnen de gemeente,' waardoor het binnen enkele jaren opnieuw tot een scheuring kwam in de jonge afgescheiden gemeenschap. Ds J. Bouma uit Sliedrecht, die van 1976 tot 1983 .predikant was in Loosdrecht, heeft dit herdenkingsboekje geschreven, Paul Strating verzorgde de meeste illustraties.- Jaargang 30
- nummer 28
Geen motivering, geen aantoonbaar conflict
De "Afscheiding van 1834" begint in 1835 in Oud-Loosdrecht, al liggen de wortels - in de vorm van een soort huisgemeente - al enkele jaren eerder. Na een inleiding over de (landelijke) oorzaken van de Afscheiding, duiken we de plaatselijke -kerkgeschiedenis van Loosdrecht in. In de notulen van de plaatselijke Hervormde Kerk wordt met geen woord gerept over enig conflict, In het archief wordt alleen melding gemaakt van een brief, ondertekend door een tiental personen, die verklaren zich af te scheiden van deze kerk. De groep die .zich afscheidt, motiveert de scheiding nauwelijks; men noemt in een tussenzin de artikelen 28 en 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, maar er wordt niet ingegaan op feiten die een afsplitsing noodzakelijk zouden maken Het lijkt er zelfs .op dat er nooit enig gesprek heeft plaatsgevonden tussen de 'verontrusten' en de kerkenraad van de Hervormde Kerk. Een heel verschil met latere kerkelijke polemieken!
Instituering
Op 23 oktober 1835 wordt de Gereformeerde Kerk geïnstitueerd, drie maanden nadat de ondertekenaars van de brief zich hebben afgescheiden. Op die zondag gaat voor het eerst een predikant voor, en wel ds. H. P. Scholte. Hij houdt geen preek, maar bevestigt de gekozen ambtsdragers (1 ouderling en 2 diakenen) en doopt enkele kinderen.
Vervolgingen
De gemeenteleden krijgen het zwaar te verduren. Er vindt jarenlange inkwartiering plaats, waarbij - zoals blijkt uit een boekje uit 1862 - zelfs de paarden van de militairen in de kleinehuizen worden gestald. Het werd de gemeente moeilijk gemaakt om 's zondags samen te komen. Op zondag 11 juni 1837 besluit met '"tot grote verbazing van de aanwezige militairen - om op de plassen een kerkdienst te houden. De gemeenteleden bleven de hele zondag in kleine bootjes op het water, en er werden 3 kinderen gedoopt,. Op 6 augustus was er weer 'een gastpredikant in Loosdrecht aanwezig.- Nu was de overheid beter voorbereid: men greep direct in, voordate gemeenteleden de plassen op konden gaan." Om de gemoederen wat te bedaren En de gemeenteleden te bemoedigen zet ds. Brummelkamp Psalm 68 in: "De Heer zal opstaan tot den strijd, Hij zal zijn haatren wijd en zijd verjaagd verstrooid doen zuchten". Dit blijkt niet al te tactisch: de overheidsdienaren grijpen met geweld in.
Tegenstellingen
Op 21 juni 1841 wordt de Afgescheiden gemeente door de overheid erkend. Er zijn dan in Oud-Loosdrecht ongeveer 100 Afgescheidenen, maar de gemeente is inmiddels verscheurd door interne conflicten. Ds Bouma schrijft dat hij de indruk heeft dat landelijke tegenstellingen veel minder een rol spelen dan plaatselijke persoonlijke tegenstellingen binnen de gemeente. Er ontstaan twee gemeenten, die afzonderlijk vergaderen. Rond 1850 sluiten de beide kerken zich aan bij het kerkverband, maar wel bij verschillende classes (de 'ligging' van deze classes, respectievelijk Arnhem en Utrecht verschilde enigszins).
In 1854 komt de Synode van Zwolle bij elkaar. De landelijke tegenstellingen worden tijdens die Synode (officieel) bijgelegd. In Oud-Loosdrecht blijken de geschillen echter van dien aard te zijn dat de classis Utrecht besluit "dat de vereniging langzamerhand zal plaats hebben". In de volgende hoofdstukken van het boekje worden beide gemeenten (genoemd naar ouderlingen (Ruth Groen en Karsemeijer) afzonderlijk besproken.
In 1869 komt het tot een 'samensmelting'. De manier waarop dat gebeurt is een wonderlijk mengsel van diepe geloofsovertuiging en van menselijke overwegingen.
Na 1869
Het laatste hoofdstuk behandelt "de erfgenamen". Het gaat daarbij om de geschiedenis van de afgelopen 40 jaar, die op sobere wijze wordt aangestipt. In 1945 worden meerderheid van kerkenraad en gemeente vrijgemaakt-gereformeerd. In 1869 komen kerkenraad en gemeente buiten het verband van deze kerken te staan.
De Nederlands Gereformeerde Kerk van Loosdrecht kerkt nog altijd in het kerkgebouw waar de eerste Afgescheidenen, op straffe van vervolging hun diensten hielden. En er wordt nog gecollecteerd op de oude wijze: met collectestokken.
Een plezierig boekje
Het boekje over de Afscheiding in Loosdrecht is .op plezierige en onderhoudende wijze geschreven.
Ook .mensen die nooit de kerkdiensten in Loosdrecht hebben bezocht zullen er met plezier in lezen! Het boekje telt 32A4 bladzijden, en is goed verzorgd en gedocumenteerd (met veel foto's en een uitgebreide literatuurlijst). Er zitten een paar kleine slordigheden in 1969 i.p.v. 1869, kerkenraad als 'zij': ip.v. 'hij'), maar dat doet aan de waarde van het boekje als zodanig niet af. Ik werd vooral getroffen door de' sobere schrijfstijl. Herdenkingen worden nogal eens op triomfalistische wijze gevierd. In dit boekje leest men dat het werk van God dwars door menselijke tegenstellingen heen zijn weg vindt. En soms is het misschien beter als mensen even een stapje opzij doen, dan doet God het werk (zie het besluit van de classis Utrecht in 1854). Dat God, ondanks al die menselijke conflicten, tóch doorgaat met Zijn werk, dat kunnen we alleen maar genade noemen!