Het gezag van de Bijbel en de postmoderne mens
2011-04-29
‘Misschien dat in de postmoderne cultuur de Psalmen bruikbaarder zijn om het gezag van de Schrift ter sprake te brengen, dan de tekst uit Paulus’ brief aan Timotheüs over de inspiratie van de Schrift.’ Aldus dr. H. van den Belt, universitair docent vanuit de Gereformeerde Bond in Utrecht, in zijn recente boek: Betrouwbaar getuigenis. Het geestelijk gezag van de Bijbel (p.89). De tekst die hij in dit citaat bedoelt is 2 Timoteüs 3,16: ‘Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven…’ Vanouds hebben christenen vooral vanuit dit bijbelwoord beargumenteerd waarom de Bijbel gezag heeft over hun leven.- Jaargang 55
- nummer 9
Van den Belt is er echter van doordrongen geraakt dat de postmoderne mens daar moeilijk meer mee te bereiken is. Die heeft namelijk niet zoveel op met waarheidsclaims die van buiten zijn eigen ervaringswereld komen. In een postmoderne context heeft het geen zin meer om het Schriftgezag als een objectieve claim te poneren, want het zal van binnenuit moeten komen, vanuit de boodschap van de Schrift zelf, waarin God ons uitnodigt om Hem in Christus te ontmoeten.
Vandaag zal daarom vooral het persoonlijke en bevindelijke karakter van het Schriftgezag moeten worden benadrukt.
Traditioneel en defensief
Anders dan Van den Belt kiest dr. Paul Wells, hoogleraar systematische theologie in Aix-en-Provence, voor een meer traditioneel apologetische benadering van het Schriftgezag. Van hem verscheen begin dit jaar het boek Gods Woord in mensenwoorden. Over inspiratie en gezag van de Bijbel. Waar Van den Belt meer zoekend is hoe de kerk de postmoderne mens nog van de waarheid van het evangelie overtuigen kan, is het boek van Wells vooral defensief geschreven vanuit een duidelijk verzet tegen de postmoderniteit. Opvallend is hoe de toon gelijk in het eerste hoofdstuk gezet wordt als Wells spreekt over ‘de identiteitscrisis van de protestantse kerken’, resp. ‘de crisis in het leven van veel christenen en in het werk van veel theologen’ en ‘de crisis in de bijbeluitleg’. Niet alle huidige inzichten van hermeneutiek en bijbelwetenschap laten zich echter zo eenvoudig onder de noemer ‘crisis’ brengen. De waarheidselementen daarin zullen toch wel recht gedaan moeten worden. De doelstelling van Wells om de kerken tot terugkeer naar de Bijbel en zijn getuigenis te bewegen, is sympathiek en verdient hartelijke instemming. Het is alleen de vraag of dat met een enkel apologetische benadering van het Schriftgezag nog zal lukken.
Incarnatiemodel
Wat heeft het boek van Wells inhoudelijk te bieden? Het legt in kort bestek uit in welke zin de Bijbel het Woord van God is en hoe de inspiratie verstaan moet worden. Daarbij gaat Wells sterk uit van het zgn. incarnatiemodel.
Dat houdt in dat het zowel menselijk als goddelijk karakter van de Bijbel vergeleken wordt met de goddelijke en menselijke natuur van Jezus Christus.
Deze vergelijking is sinds Bavinck redelijk gangbaar geworden in de gereformeerde theologie en zeker niet onbruikbaar. Er zitten echter wel haken en ogen aan. Hoe laten de volgende uitspraken zich namelijk aan elkaar verbinden: ‘Zoals Christus echt menselijk is, maar dan zonder zonde, zo is ook de Bijbel echt menselijk, maar dan zonder gebreken.’ èn ‘De Schrift is voor honderd procent menselijk, tot in de kleinste details, en voor honderd procent goddelijk.’ (cursiveringen JD)? Dat lukt Wells in elk geval niet als hij vervolgens met de leer van de foutloosheid komt en boude uitspraken doet als: ‘Christus kennen als Redder kan onmogelijk als je weigert te geloven in een foutloze Schrift.’ Ik geloof van harte in de onfeilbaarheid van de Schrift, in die zin dat deze ‘de wil van God volkomen bevat en dat al wat de mens heeft te geloven om behouden te worden, daarin voldoende geleerd wordt’ (NGB art. 7). Maar de leer van de foutloosheid gaat een stap verder en miskent de historische en culturele bepaaldheid die inbegrepen is in de constatering dat de Schrift ook ‘tot in de kleinste details’ honderd procent menselijk is. Vanuit de leer van de foutloosheid kan Wells elke moeilijkheid in de Bijbel ‘slechts schijnbaar’ noemen en toeschrijven aan het beperkte karakter van de menselijke kennis. We hoeven de tegenstrijdigheden in de Bijbel niet te overdrijven, maar het wegpoetsen ervan helpt niemand verder. Zelf neemt Wells zijn toevlucht tot de slechts schijnbare oplossing dat er van alle bijbelboeken één origineel door God geïnspireerd handschrift bestaat en dat deze ‘gelukkig met vrij grote zekerheid vastgesteld kan worden’.
Menselijke kwetsbaarheid
Op dit punt is Van den Belt duidelijk beter geïnformeerd. Hij onderkent dat het Woord van God juist in een veelheid van handschriften tot ons komt en dat dus ook de kwetsbare vorm van de overlevering deel uitmaakt van het menselijk karakter van de Schrift. Overigens hecht ook Van den Belt aan het incarnatiemodel, maar hij verdisconteert de menselijke kwetsbaarheid van de Schrift meer en onderstreept daarbij het belang van het getuigenis van de Geest. Feitelijk kan de leer van de Schrift daarom beter vanuit het werk van de Geest worden benaderd. Minder dan Wells voelt Van den Belt zich in elk geval geroepen om het gezag van de Bijbel langs formele weg met een beroep op de inspiratieleer te verdedigen.
Hij begint zijn boek dan ook met een uitspraak van de vermaarde baptistische prediker Spurgeon: ‘Wil je de Bijbel verdedigen? Je kunt net zo goed een leeuw verdedigen. Maak de kooi open en laat hem los.’ Dat laatste is nog niet wat Van den Belt daadwerkelijk klaarspeelt in dit boek, daarvoor is het te historisch en beschrijvend, maar met het oog op de postmoderne mens schept hij er theologisch in elk geval ruimte voor.
Belt, H. van der (2010), Betrouwbaar getuigenis. Het Geestelijk gezag van de Bijbel. Groen Heerenveen. 108p. € 12,50.
Wells, P. (2011), Gods Woord in mensenwoorden.
Over inspiratie en gezag van de Bijbel.Woord en Wereld Barneveld.
112p. € 10,75.
Dr. Jaap Dekker is predikant van de NGK Enschede en docent Bijbelvakken aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.