Bijbellezen in Bangui
2011-04-29
‘Begrijpt u ook wat u leest?’ Filippus’ vraag aan de Ethiopiër (Handelingen 8:26-40) stond centraal tijdens de lessen die ik heb gegeven aan de Faculté de Théologie Evangélique à Bangui. - Jaargang 55
- nummer 9
De kamerling uit Morenland - die in de NBV een eunuch uit Ethiopië is geworden – is een belangrijk figuur voor de kerk in Afrika. Het verhaal roept ongeveer dezelfde gevoelens op als voor ons het verhaal van de Macedonische man die Paulus in een droom vraagt ‘kom over en help ons’. Waarbij het niet onbelangrijk is dat die gebeurtenis zich afspeelde jaren na de ontmoeting van Filippus en de Ethiopische hofbeambte.
In Afrika heerst maar zo het gevoel dat het christelijk geloof een ‘Westerse’ religie is, niet authentiek Afrikaans. Het evangelie met les blancs is binnengekomen; dus is het ook het evangelie van de witten. Jezus is een blanke! Het verhaal van de Ethiopiër zet een gezond vraagteken achter deze manier van kijken.
Gods zorg voor Afrika is van veel ouder datum dan de 19e-eeuwse Europese zending.
Cultuur
Ik neem mijn eigen culturele bril mee bij het leven van de Bijbel. Ik wist dat wel, maar pas wanneer je samen met mensen uit een andere cultuur Bijbel leest, realiseer je je hoe waar dat is.
Vraag: ‘Wij hebben hier volken die absoluut geen slangen eten, en volken voor wie slangen de ultieme lekkernij zijn’ (hetzelfde geldt overigens ook voor apen en honden...). Maar in de Bijbel wordt het eten van slangen veroordeeld.
Expliciet - kijk in de voedselwetten - maar ook impliciet. Jezus zegt: als je kind je om een vis vraagt, geef je het toch zeker geen slang? (Dat is attent Bijbellezen, denk ik bij mezelf als ik de vraag hoor...). Maar betekent dat nu ook, dat christenen in zo'n volk hun eetgewoonten moeten wijzigen?
Nog zo één: in Handelingen 15 geven de apostelen van de nieuwtestamentische kerk het duidelijke gebod dat niet Joden zich ver moeten houden van vlees dat aan afgoden geofferd is, van bloed, van verstikt vlees en van ontucht.
Hier in het woud zijn er jagers die met strikken werken. Het wild dat ze vangen komt door verstikking om het leven. Mag ik dat vlees wel eten?
De studenten zien de consequenties onder ogen: je moet de oorspronkelijke cultuur verdisconteren in je uitleg. Iets wat in de Bijbelse cultuur een bepaalde betekenis had, heeft het niet altijd in de onze (Westers of Afrikaans). Maar hoe zit dat met bijvoorbeeld homoseksualiteit?
‘In jullie cultuur schijnt dat niet meer schokkend te zijn, komt daarmee ook wat de Bijbel erover zegt op losse schroeven te staan?’ Met zulke vragen moet je in Afrika aan de slag.
Belang van hermeneutiek
Het belang van een gezonde hermeneutiek komt prachtig naar voren tijdens een les over de zogeheten huistafel in Efeziërs 5-6. Volgens de groepspresentatie bestaat de passage uit drie gedeelten: voorschriften voor vrouwen en mannen in hun huwelijk, voor kinderen en ouders en voor slaven en meesters. ‘Over het gewicht van het eerste gedeelte waren we het niet eens, het tweede gedeelte is vandaag zonder meer geldig, en het derde gedeelte verwerpen we: dat is niet het Woord van God’.
Geraffineerd kan ik deze Bijbeluitleg niet noemen. Maar het wordt wel direct duidelijk waar het om gaat: wat doe je met die gedeelten die haaks op jouw cultuur en tijd lijken te staan?
Alles wat met slavernij heeft te maken, raakt hier aan eeuwendiepe littekens.
De man-vrouw verhouding is aan het schuiven, maar de ideeën over opvoeding zijn nog traditioneel.
Tijdens de les proberen we te peilen wat Paulus met dit gedeelte wil bereiken.
Bevestigt hij de gangbare rolpatronen in de samenleving van zijn dagen?
Komt hij juist tegen die patronen in verzet? Is er misschien een derde weg: niet voor of tegen de status-quo, maar je identiteit en je opstelling laten bepalen door de Heer?
Als dat voor ons de les is uit deze passage, wordt het natuurlijk pas echt spannend. Dan gaat het niet in de eerste plaats om het concrete voorschrift, dan moeten christenen in de maatschappij van vandaag – hetzij in Europa, hetzij in Afrika – op zoek hoe zij vorm geven aan hun identiteit ‘in de Heer’. Samen trekken we deze conclusies in de vorm van voorzichtige vragen.
Belangrijker dan hermeneutiek
‘Al die kerkscheuringen, is dat uiteindelijk niet gewoon de schuld van de theologen?’ De vraag snijdt als een mes door onze les. We bespreken de Efezebrief. Eenheid, is daar het grote woord. Christus heeft ons één gemaakt.
Dus eenheid moet ook ons gedrag stempelen. Ook in Afrika is die eenheid onder christenen soms ver te zoeken. Wat een boel verdrietige verhalen van ruzies in de kerk, van kerkscheuringen, van zelfs gewapende conflicten.
En dan ineens die vraag. Ik proef een stukje verzet. Je leert allemaal methoden om de Bijbel uit te leggen, maar staat dat niet ver af van het ‘gewone Bijbellezen’? Worden die wetenschappelijke argumenten en methoden niet vaak gebruikt om mensen in verwarring te brengen? Dit verzet leeft ook breed in de kerken waar de studenten uit komen. Sommigen vertellen ons dat er vanuit hun kerk – kerkleiding ook – met scheve ogen naar hun studie wordt gekeken.
Daar komt bij, dat een goede opleiding vaak wordt gebruikt om je te profileren.
‘Ik heb nu gestudeerd, ik weet het, ik ben iemand’. Juist in de kerk heeft zo’n houding zeer schadelijke gevolgen.
Mijn eerste reactie is: natuurlijk niet!
Kijk gewoon eens aan de basis van de gemeente. Komt daar geen conflict en partijschap voor? Toch slik ik mijn woorden wat in. Natuurlijk, zonde – want scheurmakerij en conflict is zonde – komt zowel hoog als laag voor. Maar Jezus zegt: aan wie veel gegeven is, zal veel worden gevraagd. Als je goede scholing hebt gehad, als je ‘theoloog’ bent (leraar, in Efeze 4:11, het Frans geeft zelfs docteur), dan heb je een veel grotere verantwoordelijkheid.
En kan je gedrag ook veel meer schade berokkenen.
‘Piété biblique, excélence académique, passion pour la personne humaine’ dat is het motto van de FATEB. Vroom, geleerd en bewogen. In ieder klaslokaal hangen deze woorden boven het bord. En terecht. Een christen met een goed stel hersens mag niet weglopen voor de vragen die de Bijbeltekst stelt.
Maar ze kan pas echt de kerk dienen, als er in haar hart de liefde is voor de HEER. Als ik iets van mijn studenten in Bangui heb geleerd, dat is het dat goede theologie pas echt die naam verdient, als ze hand in hand gaat met Bijbelse vroomheid. Ontzag voor de Heer is het begin van de wijsheid.
Drs. Jan-Matthijs van Leeuwen is predikant van de GKV Ede.