Jongeren
2011-04-29
Jongeren in de kerk, daar hebben we het nogal eens over. En terecht, want het is een belangrijk onderwerp. Maar de wegen gaan uiteen over de vraag wat ons te doen staat.- Jaargang 55
- nummer 9
In De Reformatie van 8 april staan maar liefst drie artikelen over jongeren in de kerk. Ds. Robert Roth stelt kritische vragen bij de gewoonte in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt om kinderen niet toe te laten tot het Avondmaal:
De hele gemeenschap krijgt bij de doop over het gedoopte kind te horen, en later mag het kind dat zelf ook gaan begrijpen: jij, kind van gelovige ouders, hoort er helemaal bij. God lijft jou in in het lichaam van Christus. Bij de viering van het avondmaal krijgt de hele gemeenschap te horen: jullie, belijdende leden, horen er helemaal bij.
Jezus heet echter jou, dopeling, niet welkom aan zijn tafel, je gelooft namelijk nog niet zelfstandig. () In () de liturgie wordt het geschonken geloof in Christus gevierd en geleefd door de gemeente, door oud en jong, groot en klein. Maar voor de één wordt het alleen gesymboliseerd door de doop, voor de ander door doop en avondmaal. De één is alleen gewassen in zijn bloed, de ander ook gevoed door brood en wijn. De kinderen wordt geleerd door de gemeenschap: ga tot Christus, je hoort helemaal bij Gods gemeente, begraven in Christus’ dood en opgewekt tot nieuw leven, mede gedragen door ons geloof, het geloof van je ouders, het geloof van de gemeenschap.
Om even later te horen: ga tot Christus, je hoort helemaal bij Gods gemeente, maar Jezus geeft je geen brood en wijn, daar helpt ons geloof je niet bij, dat moet jou persoonlijk eerst gegeven worden. Eén werkelijkheid achter beide sacramenten, Jezus Christus onze Heer, twee posities in de liturgie voor het gedoopte kind.
De kerk zegt in een poging om de Schrift hierin na te spreken: persoonlijk geloof is niet noodzakelijk om te worden gedoopt, maar wel noodzakelijk om aan tafel te gaan. Het kind blijft achter: gedragen en toch niet altijd; onvoorwaardelijk bij Gods gemeente en toch niet steeds onvoorwaardelijk; ik hoor erbij en toch niet in alles. Hoe denken wij dat dit doorwerkt in de kinderen van de kerk?
Ds. Bas Luiten reageert op het artikel van Roth. Hij blijft kiezen voor een vorm van openbare geloofsbelijdenis voorafgaand aan de toelating tot het Avondmaal. Maar, voegt hij daaraan toe,
Dit alles gezegd hebbende, rijst ook voor mij de vraag of wij het op onze manier helemaal goed doen. Roth heeft een punt, vind ik, als hij wijst op het aspect van het meenemen van de kinderen in de vierende gemeente. In ‘gedenken’ zit het aspect van leren geloven, voor jong en oud! De vraag is, wat kinderen nu meekrijgen van het avondmaal. Staat het niet te ver van hen af? Ze moeten eerst beseffen wie Jezus voor hen is, voordat ze mee aan tafel kunnen gaan. Maar hoe mondig moeten ze daarvoor zijn? Wordt in de praktijk die eis niet te ver opgeschroefd?
Bij de openbare geloofsbelijdenis wordt veel uitgesproken en terecht. Wij geloven in de drie-enige God, die hemel en aarde geschapen heeft en alle dingen regeert. Dat vraagt om gelovige doordenking van de gebroken werkelijkheid.
Wij belijden een heilige, algemene christelijke kerk. Dat vraagt om een gelovige positiebepaling te midden van alles dat zich als kerk aandient.
Wij geloven de volharding der heiligen. Dat vraagt gelovige aanbidding van de God die verkiest. Daar willen we niets van af doen. De vraag is wel: moet een kind dat allemaal hebben doorleefd voordat het kan beseffen wat brood en wijn betekenen? Ik kan het ook anders vragen: hoeveel moet ‘belijdenis van geloof ’ inhouden om avondmaal te vieren? De praktijk is nu, dat steeds meer jongeren de openbare geloofsbelijdenis moeilijk vinden.
Vooral vanwege de kerkkeus die erin mee komt zijn ze geneigd het belijden uit te stellen. Al die tijd staat het avondmaal op een afstand. Dat accepteren ze, ze leren er afstandelijk mee omgaan, hoe gek het ook klinkt. En dan ineens, wanneer ze zover zijn, moet het avondmaal plotseling heel veel voor hen betekenen. Dat gaat niet altijd goed, het verschil is groot. Zou het daarom niet waardevol zijn de kinderen eerder aan tafel te laten gaan, samen met hun gelovige ouders? Kinderen kunnen heel goed beseffen wie Jezus voor hen is, ook dat Hij Koning is over een wereld vol lijden en onrecht.
Ze kunnen heel veel van Hem houden en op hun niveau kiezen tussen goed en kwaad. Dat legt natuurlijk wel een extra verantwoordelijkheid bij de ouders, om met hun kinderen het avondmaal voor te bereiden. Maar zullen ze dat niet graag doen, in de lijn van hun doopbelofte? Op die manier nemen we dan de kinderen al vierende mee en wachten we niet tot ze zelfstandig zijn.
M’n ruimte is op. Het derde artikel bewaar ik voor het volgende nummer.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.