Volmaakt

1986-01-03
  • Jaargang 30
  • nummer 1
"Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader die in de hemelen is, volmaakt is" (Mattheüs 5 : 48).

Veel mensen zijn niet blij met dit woord van Jezus. Zij, vinden dat Hij daarmee ons menselijk leven onder een veel te zware druk heeft gesteld. Die eis tot volmaaktheid móet wel tot frustraties leiden, zegt men. Dat kun je trouwens ook duidelijk zien, als je oplet.

Men heeft daarom wel geprobeerd, deze eis van Christus wat af te zwakken. 'Volmaakt', daarmee zou veeleer bedoeld, zijn 'konsekwent' of zo; "weest dan gijlieden konsekwent…. “ Maar al zou dit al waar zijn (wat ik niet geloof) dan nog blijft er achteraan komen: ".... gelijk uw hemelse Vader konsekwent is". Ik bedoel: het zou ook dan om een goddelijke maatstaf gaan die aan ons leven wordt gesteld.
En daarmee zouden we toch weer bij de eis tot volmaaktheid, tot zondeloosheid zijn aangeland.

De moeite die wij met dit woord van Christus hebben komt (denk ik) vooral hieruit voort, dat ons tegenwoordig geleerd wordt van een ander mensbeeld uit te gaan dan de Bijbel ons voorhoudt.
Volgens dit nieuwe mensbeeld (zo nieuw is het trouwens niet) heeft de mens een goede en een kwade trek in z'n binnenste. Hij is niet eerst goed geschapen en door de val in zonde kwaad geworden (zoals de Bijbel leert), nee, goed en kwaad zaten er van meet aan bij hem in. En de mens is geroepen tot voortdurende strijd om de goede trek in hem de overhand te laten krijgen op de verkeerde.
Nu, u voelt wel als het zo met ons gesteld is, dan 'kan de eis' tot volmaaktheid inderdaad alleen maar ontmoedigen. Dan doen we er verstandiger aan, bij onszelf en bij anderen, of zo te zeggen op een 'zes' te mikken.
Wat daar dan boven uit komt is mooi meegenomen. En de 'tien' moeten we maar vergeten. Die is niet reëel.
Ik zal niet zeggen dat er niets bekoorlijks uitgaat van deze voorstelling van zaken. Zeker als je de gesel van het perfektionisme hebt horen knallen boven je leven, is dit een verademing.

Toch mag je vragen of we hier nu echt mee geholpen worden.
Is het eigenlijk wel waar dat de eis tot volmaaktheid zo levensvijandig is? Kun je dat niet veeleer omdraaien en zeggen dat de belangen van het leven bij deze eis juist gebaat zijn? Laat ik een paar voorbeelden uit het gewone leven noemen.
Stel je voor dat een machinist op een trein de stelregel gaat hanteren die door zo menig scholier gehuldigd wordt: zes is voldoende.
"Het is voldoende als ik zes van de tien seinen opmerk". Natuurlijk kan dat niet. Die man streeft er in zijn werk wel. degelijk naar dat hij tien van de tien seinen ziet en verwerkt. Hij houdt het zich in zijn beroep voor gezegd: wees dan gij volmaakt.
En dat is hem en ons maar geraden ook.
Of neem een apothekers-assistente "Het is voldoende als ik zes van de tien recepten goed lees en behandel". Levensgevaarlijk toch?
Of een musicus: "Ik mik op een zes. Het is voldoende als ik zes van de tien noten goed speel".
Ook zonder bezuinigingen kom je zo nooit aan de bak.
Je kunt aan deze voorbeelden zien dat de eis tot volmaaktheid niet levensvijandig is, maar juist in tegendeel aansluit bij de ware belangen van het leven.
Dat is in de alledaagse dingen al zo en dat is ook in het geestelijke leven het geval.

Jezus heeft dit woord gesproken in de bergrede, aan het einde van zijn onderwijs over de geboden.
Als je dat hele gedeelte van Mattheüs 5 leest, merk je waar Jezus bij zijn uitleg van het gebod steeds op gestuit is: op de voortdurende neiging van ons mensen om het gebod van God te vermenselijken.
Er een haalbare kaart van te maken.
Bijvoorbeeld het gebod: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Ja, gaf men als uitleg, maar dan toch zeker alléén de naaste die voor jou akseptabel is. En daarom: uw naaste zult gij liefhebben, maar uw vijand zult gij haten.
Vermenselijking. Zo ontkrachtte men het goddelijke gebod. Jezus moet het eigenlijk weer opgraven, zo was het ondergesneeuwd.
Hij moest de korst van de traditie eraf bikken. Daar zie je Hem in de bergrede steeds mee bezig.
En ter afsluiting van dat ontdekkende onderwijs zegt Hij dan samenvattend: weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader die in de hemelen is, volmaakt is.
Daarmee leert Hij: denk er om, er is geen plaats voor de vermenselijking van het gebod. Je moet het gebod ten volle laten wegen. Pas dan komt de bedoeling ervan werkelijk tot haar recht en wordt het gebod gevrijwaard tegen onzinnige veruiterlijking.
Daarmee oefent de Heiland een zeer zware kritiek uit op wat de schriftgeleerden van vroeger en later tijd zo vaak met het gebod van God gedaan hebben. De menselijke uitleg vermenselijkt en doet de mensen vergeten dat ze met het gebod voor God staan. Voor God die erop let of onze werken wel vol bevonden worden, zoals het ergens in de Bijbel staat (Openb. 3 : 2).

Maar die gesel van het perfektionisme dan? Je kunt toch zien dat zoiets bestaat en dat mensen onder de tyrannie daarvan gebukt gaan? Zeker is dat het geval. Die gesel is er. Die gesel verdwijnt ook pas als je de genade van God kent. Er is geen gesel als je erop let dat het de Here Jezus is die dit zegt, die deze eis ons voorhoudt. Juist in zo'n woord als dit is Hij degene die niet alleen maar vraagt, maar die ook geeft en vergeeft. Zijn eis tot volmaaktheid is een echt Heilandswoord.
Daarom zegt Paulus verderop in het Nieuwe Testament ook dat hij er zich voor inspant om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn (Col. 1: 28). 'ln Christus', dat wil zeggen: in de sfeer en in het krachtenveld van de Heer.
Zo dus dat Christus' eigen volmaaktheid de onze wordt door het geloof.
Als je dat gezien hebt, dan kun je wel degelijk echt blij zijn met Jezus' eis tot volmaaktheid. Blij dat de Heiland zich niet heeft aangepast aan onze halfheid.
Blij dat Hij vastgehouden heeft aan hoe het eens was en ook het perspektief heeft geopend hoe het eens worden zal.

Nee, Jezus heeft die eis niet gesteld om, ons een kwaad geweten te bezorgen. Zoals in Israël het gebod klonk onder het verzoen deksel vandaan, zo wordt het tot ons gesproken vanaf het kruis. De eis tot volmaaktheid is gedoopt in Gods vergevende liefde. Daarom maakt Christus met zijn eis onze handen vrij voor echte gehoorzaamheid. Wij hoeven niet langer in de veruiterlijking en in de schijn-gehoorzaamheid te vluchten. Wij mogen werkelijk met een gezuiverd geweten en zonder vrees vragen: Wat wilt Gij, Heer, dat ik doen zal?
Als je van het gebod van God een haalbare kaart maakt, dan kan het eigenlijk niet anders of je gaat sjoemelen met de wet. Als je de weg van de aanpassing insláat, dat wil zeggen dat je het gebod zo uitlegt dat je je aanpast aan onze menselijke mogelijkheden, - dan zul je merken dat er op die weg geen halt meer is. Dan gaat het van aanpassing tot aanpassing steeds voort. En tenslotte is dan het gebod zo ontledigd en zo veruiterlijkt dat het een lege vorm, een lege huls geworden is.
Maar wie de wet vanuit de vergevende liefde van God benadert, die zal met vreugde vragen naar het volle pond en naar - de ware bedoeling van Gods gebod.
Hij hongert en dorst dan naar de gerechtigheid en Christus zegt dat dezulken verzadigd zullen worden. Dat wil zeggen dat ze in en door Christus volmaakt zullen zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief