Herinneringen (1)

1986-01-03
  • Jaargang 30
  • nummer 1
Meestal staan er op deze pagina van ons blad nogal pittige stukken, soms zwaar om te verwerken. Nu mij voor deze maand de vulling van pagina 2 is toevertrouwd, mag ik het mezelf en de lezers voor de afwisseling wel eens wat makkelijker maken. Ik ga u wat herinneringen vertellen uit mijn eerste gemeenten, uiteraard wat persoonlijk getint. Daarbij stel ik mij als eerste en beste lezeres voor haar, die buiten de pastoriedeur altijd pal naast. mij stond, maar daarbinnen mij soms onder het oog moest brengen dat alle vuur nog geen heilig vuur was.

Bij het ouder worden komen sommige dingen uit het verleden weer scherper voor je geest te staan. Anderen echter vervagen.
Gelukkig mag er ook sprake zijn van "genezing aan herinneringen" (K. J. Kraan), die je anders zouden blijven pijnigen tot het laatste toe. Gods genade vergeeft menigvuldig, zowel wat wij anderen aandeden, als wat anderen ons aandeden. De Geest van Gods liefde mag ons bij het ouder worden mild maken, zodat onverwerkte herinneringen van lieverlee verteren en overblijven die herinneringen, die we bij gelegenheid graag eens doorgeven aan anderen.
Bij het schrijven van dit artikel viel mij "toevallig" tussen oude paparassen een oud kranteknipsel in handen van 30 december 1942! Met een meditatie uit "De Standaard" van prof. dr M. J. A. de Vrijer over "Gedenken en vergeten". Is zo'n vondst, 43 jaren na dato, niet even "toevallig" als het "toeval", dat Ruth eens op de akker van Boaz bracht (Ruth 2 : 3)?
De Vrijer mediteert dan over twee Schriftwoorden: "Ik zal de daden des HEREN gedenken" (Psalm 77: 12) en "Vergetende hetgeen achter is" (Filippenzen 3 :14).
Op de achterkant vanher knipsel staat een verordening van de commissaris-generaal voor de veiligheid en Hörere S.S. und Polizeiführer Rauter, alsook de verblijdende mededeling, dat van 30 december tot en met 6 februari de kinderen van 0 tot 3 jaar 850 gram mandarijnen of sinaasappelen kunnen verkrijgen, de kinderen van 4 tot 14 jaar een kilo appelen en die tussen 14 en 21 jaar 3 eieren. Wat een weldaden!
Daarbij treft de volkomen tijdloosheid van de meditatie. Ze had evengoed in 1934 of in 1950 geschreven kunnen zijn. Je gaat dan achteraf te beter begrijpen, waarom "De Standaard" ongemoeid kon blijven verschijnen, terwijl "De Reformatie" met haar scherp op de tijd toegespitste meditaties van prof. Dr. K. Schilder zo spoedig verboden werd.
Afgezien van de tijdloosheid schrijft De Vrijer een goede overdenking bij de jaarwisseling waarbij hij laat zien wat wij vergeten mogen en wat we altijd mogen blijven gedenken. Hij heeft het over “heilige vergetelheid” en herinnert dan aan de christen-wijsgeer Pascal, die zich niet kon herinneren, wat anderen hem aan leed hadden berokkend. Nu, in deze geest wil ik graag een handvol herinneringen u doorgeven.

Uithuizen
Daar begon dus mijn domineesleven.
In het hoge noorden. Bij het op één na laatste station van het boemeltje Groningen-Rodeschool. Nog zonder levensgezellin. Wat koud en kil. 'k Was nooit verder geweest dan Zwolle.
Wat wist ik van Uithuizen, toen ik een keus moest maken uit een aantal beroepen, van Terneuzen tot Uithuizen? God zegene de greep. De beslissing, is in Zijn hand.
Hoeveel ongedachte moeiten zich ook later in die eerste gemeente hebben voorgedaan, toch heb ik er nooit aan getwijfeld, of ik wel de goede keus gedaan had. Samen met al het goede en mooie, dat er toch ook was, heb ik die moeiten hard nodig gehad. Je beseft dat weliswaar meestal pas achteraf.
Idealiseer zo'n eerste gemeente niet! Zonder enige ervaring begin je je werk en je blundert nog al eens. Wat fijn, als je dan in de gemeente of in de kerkeraad iemand treft, die je wat begeleidt en bijstuurt. Dankbaar denk ik terug aan broeder Piet Smit, ouderling en scriba, aan wie ik in die tijd meer gehad heb dan aan collega's. Heel goed herinner ik me nog hoe hij in het begin al tegen me zei: dominee, u komt uit het westen, en daar nemen ze hun beloften niet zo erg serieus, - maar bij de Groningers is ja ja en nee nee; dat heeft zijn verkeerde kant, maar ook zijn goede: we plegen ons te houden aan beloften en afspraken en verwachten dat ook van onze dominee; wacht u dus voor lichtvaardige beloften, die u niet nakomt. - Een wijze raad!

Uithuizen ....
De naam van dit Groninger dorp was toen nog niet zo bekend in den lande als nu, sinds Seth Gaaikema nooit kan nalaten in zijn conferences te vermelden dat hij een domineeszoon is en dat zijn vader doopsgezind predikant was in Uithuizen. Maar ook zijn moeder preekte en sinds kort vinden haar preken gretig aftrek. Ik heb het nooit gebracht tot een beroemde zoon, die de preken van zijn vader uitgeeft, maar wat niet is kan nog komen!
Hoe ook, ik kende toen ik naar Uithuizen kwam geen ds Gaaikema en de kleine Seth moet toen zes jaar geweest zijn, dus bepaald nog geen opvallende figuur. Ik ken wél een andere dominee, die meer dan een eeuw tevoren in Uithuizen had gestaan. Hem kende ik uiteraard niet persoonlijk, maar uit de geschiedenis van de Afscheiding. Het was ds. Meijer Brouwer, met wie ds de Cock van Ulrum in frontale botsing kwam.
Samen meteen collega uit Assen schreef de Uithuizer predikant een geschrift, waarin zij een aanval deden op de gereformeerde leer, die De Cock zo lief geworden was en in hem een warme verdediger en verkondiger vond. Het is te begrijpen, dat De Cock ook nu niet zwijgen kon: hij schreef een scherp verweerschrift, waarin hij ds Brouwer betitelde als een valse leraar, een huurling, die de kudde van Christus in verwarring' bracht. Toen we later wegens werkzaamheden aan onze kerkzaal een paar zondagen in de herv. kerk dienst hadden moest ik aan die oude strijd terugdenken. Hier stond dan een nazaat van de afgescheidenen op de kansel van die "huurling" uit de vorige eeuw!
Zou er van dat oude conflict nog wat overgebleven zijn in Uithuizen?
Toen ik een beetje bekend begon te worden in het dorp, gebeurde het me een keer, dat ik door jongens op straat werd nageroepen: daar heb je die cocksiaanse dominee!
Daar hoorde ik toch van op. Dat is me elders in het land nooit overkomen. En eerlijk gezegd was ik er een beetje trots op ook!
Er waren dus toch nog sporen overgebleven van die oude strijd uit de tijd van de Afscheiding.
En jawel, daar kreeg ik het met de oude Grietje Venhuizen van doen.
Wat zat ze daar in haar zwarte kleren en met haar ouderwetse hoedje op op de voorste rij in onze kerkzaal altijd trouw te luisteren naar de prediking! Ze hongerde en dorstte werkelijk naar de spijze en de drank van het eeuwige leven. Maar als ik een gezang opgaf, één van de "enige" - dan deed Grietje niet mee. Ze zat dan doodstil, met neergeslagen ogen en gesloten mond. Daar moest natuurlijk een keer over gepraat worden, En dat is een gesprek geworden waarin ik Grietje heb leren kennen als een dochter van de Afscheiding.
Haar grootvader hoorde bij de eerste afgescheidenen van Uithuizen en was fel gekant tegen het zingen van gezangen in de kerkdienst. Daarbij ging het soms om het verkeerde in sommige gezangen, maar nog meer om het goede, dat erin ontbrak. Het was Grietje van jongsaf meegegeven, dat de gezangen ménselijke liederen waren, die in het huis van God niet thuis hoorden.
Natuurlijk probeer je dan als jong domineetje daar het nodige tegenin te brengen:
- Paulus wekt toch op tot het zingen van psalmen èn geestelijke liederen;
- en je mag alle gezangen met over één kam scheren;
- en aan die "enige gezangen" kon je je toch geen bult vallen ....

Maar alles tevergeefs; ik vocht tegen de geest van de Afscheiding en Grietje gaf geen krimp.
Maar toen kwam het mooiste moment: dominee, zei ze, laat u mij nu maar stilletjes mijn mond dicht houden als u een gezang opgeeft; ik zal het u daar niet moeilijk om maken, en maakt u het er mij ook niet moeilijk om.
Wat mooi, als je zó met elkaar omgaat in de gemeente van Christus!
We hebben er nooit meer over gepraat. Maar wèl over andere dingen, over de wezenlijke dingen van het geloof. En dat had ze erg nodig, want Grietje was een bekommerde ziel, die het vaak moeilijk had met de zekerheid van het geloof.
Toen later binnen de vrijgemaakte king hier en daar wat kritiek los kwam op sommige gezangen, moest ik nog al eens aan Grietje terugdenken.
De zogenaamde lijdensgezangen bleken een rooms-mystieke achtergrond te hebben. Het is toch wel uitkijken geblazen met die gezangen, vooral bij een aantal van 491 in het Liedboek.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief