Rebekka's onvruchtbaarheid

1986-01-10
  • Jaargang 30
  • nummer 2
Uit het vergeetboek
Boven Genesis 25 : 19-34 staat in de Nieuwe Vertaling als opschrift: Esau en, Jacob. Toch begint deze pericoop met de "geschiedenis" van Isaäk, dat trefwoord in dit eerste bijbelboek. Het wil zeggen: "in Izaäk heeft God een nieuw begin geopend. Wat wordt daarvan dan?
Wat is historisch het resultaat?" Aldus prof. B. Holwerda in het collegedictaat Historia Revelationis I, 1, 16.

We hebben de indruk, dat het werk van mensen als K. Schilder en B. Holwerda steeds meer in het vergeetboek raakt, tot grote schade van de kerk. Vele anderen uit die tijd waren ook te noemen.
Hun diepgaande bestudering van de Heilige Schrift moest juist in onze tijd een welkom wapen zijn in de strijd tegen de Schrift-critische uitholling en nivellering van het goede evangelie.
Wie het werk van B. Holwerda kent, zal merken dat In dit artikel (en enkele volgende), uitbundig gebruik gemaakt is van diens diepgravende studie.
De nare tegenstelling "meer voor het hoofd dan voor het hart" lijkt mij te berusten op een vals dilemma. Is het hart van een andere, hogere (heils)orde dan het hoofd?

"Geschiedenis van Izaäk": veelzeggend begin
Als iemand je iets belooft, krijg je het dan ook meteen? Kinderen ..- denken vaak van wel - en vragen dan honderd keer: krijg ik nou .... ? Maar wie meteen iets geeft, hoèft niets meer te beloven.
Denk maar aan Romeinen 8 : 24 m.b.t. "hopen" - een vorm van geloven, dus zeker weten, van wat God heeft willen beloven; en Hebreeën 11 : 1 met het bekende: het geloof nu is de zekerheid (!) der dingen de men hoopt en het bewijs der dingen, die men niet ziet. In dat kader Wordt ook Abraham ten tonele gevoerd als een man die met Gods beloften vaste grond onder de voeten had - letterlijk en figuurlijk.
Nu had God bij de verbondssluiting drie dingen aan Abraham beloofd (aldus B. Holwerda):
a. de belofte van het kerkzaad (Genesis 17 : 4b-6)
b. de belofte van een blijvende relatie tussen Jahwè en dat zaad, vs 7
c. de belofte van de erfenis, vs 8.
Elke keer weer bevestigde God zijn belofte, dat de kinderloze Abraham zou uitgroeien tot een groot volk - zo talrijk als de sterren aan de hemel, als het zand der, zee, als het stof der aarde. Welke kant hij ook uitkeek, hij werd herinnerd aan die belofte. En na 25 jaar werd "de zoon der belofte", de beloofde eigen zoon van Abraham en Sara geboren. God houdt zijn Woord. Daarmee begint dan ook de ontwikkelingsgeschiedenis van Izaäk, de zoon van Abraham.
Abraham verwekte Izaäk.
God lost de belofte van het kerkzaad in.

Uitblijvende vervulling
Leven met Gods beloften schept verplichtingen, dat beseffen Abraham en Sara. En de "zoon der belofte" erkent dat: hij huwt niet als Ismaël een Egyptische vrouw (21: 21) of zoals later Ezau Hethitische vrouwen (26 : 34, 35). Nee, zegt de verteller nadrukkelijk, hij huwt met Rebekka, de dochter van Bethuël, de Arameeër uit Paddan-Aram, de zuster van de Arameeër Laban.
Veertig jaar oud is Izaäk dan, de gebruikelijke leeftijd om te trouwen blijkbaar (vgl. 26 : 34).
En nu kan Izaäk zich gaan beroepen op de beloften. Want God had tegen Abraham gezegd: Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw- nageslacht in hun géslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn.
Maar over nakomelingen gesproken: Rebekka blijkt en blijft onvruchtbaar, kinderloos - jaar in jaar uit. Voor dat probleem plaatst God Izaäk en Rebekka. En wij worden er op geattendeerd: het wordt ons expres verteld.
't Lijkt geen aanmoediging om God op Zijn Woord te geloven!
Juist aan het begin van de verbondsgeschiedenis schijnt dit niet erg tactisch. En zeker niet als het al de tweede keer is. Abraham en Sara bleven zonder kinderen tot op een leeftijd dat voortplanting menselijk onmogelijk was.
En met Izaäk en Rebekka dreigt liet dezelfde kant op te gaan. Ze zijn straks twintig jaar getrouwd voor Rebekka zwanger is. Twintig jaar .... dan geef je de moed toch wel op, nietwaar? Iets om over na te denken - ook voor óns. Waarom handelt God zó?

Geen zinloze herhaling
Calvijn gaf denkelijk- het juiste antwoord. God liet Abraham en Sara versterven om eens en voorgoed te tonen: de geboorte van de kerk is mijn (her)scheppend werk het berust niet op menselijke potentie; de aanvang was niet volgens de loop van de natuur (Galaten 4 :29 - Groot Nieuws vertaling). En niet .alleen de aanvang, maar ook de voortgang van de kerk is Mijn werk, zegt God. Het fundament van Gods volk hangt niet af van menselijk vermogen, maar van wat Ik beloofd heb - en dóe, Wat Izaäk en Rebekka overkomt, is geen blote, zinloze herhaling van het onvruchtbaarheidsthema. Er komt een verrijkingen verdieping in Gods openbaring, zoals ook verderop zal blijken.
Izaäk en Rebekka blijven intussen gaan in het spoor van Abraham en Sara. Ook zij zeggen God niet vaarwel, zij keren niet teleurgesteld terug naar Haran of Ur en zij keren zich niet tot de vruchtbaarheidsgoden van Kanaän. Nee: Izaäk bad de HERE voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar. Dat is geen medische constatering: het is de HERE die de moederschoot opent (Lea, 29: 31; Rachel, 30 : 22) of sluit (Abimelechs vrouwen, 20: 18; Hanna, 1Sam. 1 : 5, 6). In deze met name genoemde gevallen is geen toeval in het spel. Integendeel: het is Gods opzet, Gods bedoeling.
Het gaf Izaäk en Rebekka óók te denken. God had toch onder ede nageslacht beloofd? Het ging Hem er toch om, dat daardoor alle volkeren der aarde gezegend zouden worden (12: 3)? Dus bidt Izaäk voor (ten overstaan van, in tegenwoordigheid van zijn vrouw. Alsof hii bij het heiligdom (Lachai-Roï?) haar voor Gods aangezicht plaatste, op haar wees en zei: U hebt beloofd... , maar zij is nog steeds onvruchtbaar!

Rebekka's onvruchtbaarheid
Tenslotte liet God zich door hem verbidden. . . . want Izaäk werd niet moe te geloven: God houdt zijn gegeven Woord. Daarom is zijn (hun) situatie niet te vergelijken met de onze. Zelfs in het huwelijksformulier wordt absoluut niet, als verbondsbelofte, toegezegd dat alle echtparen beslist kinderen zullen krijgen. Er wordt gesproken over.... kinderen, als het U belieft hun die te geven".
Zelfs de beste gynaecoloog had Rebekka niet kunnen helpen.
Hier had God zèlf de hand in.
En Izaäk kon zich op Gods heel uitdrukkelijke belofte beroepen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief