Pastorale notities
1986-01-10
Wat een kwekeling-m.a. was, weet onze jeugd niet. We zouden in "hedendaags" Nederlands zeggen: hij heeft wel z'n pabo maar geen job.- Jaargang 30
- nummer 2
Ik kreeg onlangs bezoek van iemand die kwekeling-met-akte is geweest. Hij had dus de onderwijs-akte, maar geen baan.
Het verhaal speelt in 1938. Er liepen toen duizenden kwekelingen rond, die geen baan bij het onderwijs konden krijgen.
Maar aan één van de Chr. Nationale Scholen in ons beider woonplaats werd de meester van klas vier ernstig ziek. Het hoofd der school vroeg aan mijn bezoeker, of hij invallen wilde.
Graag. Het viel niet mee, een grote klas van tegen de vijftig leerlingen; de schoolbankjes stonden tegen elkaar gedrukt.
Voor iemand zonder ervaring een heel karwei, van de maandagmorgen tot aan zaterdagmorgen even voor twaalf.
Veel schriften nakijken 's avonds en de lessen van de volgende dag voorbereiden. Hij hield het drie maanden vol; toen brak de' zomervakantie aan. Na die vakantie behoefde hij niet terug te komen. M'n bezoeker meende: omdat de meester hersteld was. Ik vertelde hem, dat die meester erger ziek geworden is en gestorven, maar dat hij, onze bezoeker, voor de vakature niet in aanmerking kwam, omdat volgens de verdeelsleutel van de twee Chr. Nat. Scholen in onze woonplaats, nu de beurt was aan een lidmaat van de Herv. Kerk en m'n visite was Gereformeerd.
In ieder geval, hij kwam opgelucht bij z'n moeder thuis, die laatste middag voor de vakantie.
De klus was geklaard. De moeder, een weduwe met vijf kinderen, waarvan hij de oudste was - niemand bracht nog iets in vroeg: "En wat heb je nu verdiend."
"Verdiend? Niks. Het was al mooi dat ik wat ervaring kon opdoen en zo'n hoofd kan me aanbevelen als ik ergens solliciteer. Ik mocht hem als referentie opgeven." De moeder zei: lij gaat naar het hoofd om.
te vragen wat je voor die drie maanden krijgt en anders doe ik het. M’n bezoeker zei: Met loden benen ben ik gegaan. Ik deed m'n verzoek. Het hoofd vroeg verbaasd: Salaris? Nou, je moeder zal wel iets kunnen gebruiken.
Hij greep naar z'n broekzak achter en gaf een tientje. M'n bezoeker zei: "Dat was voor die drie maanden. Hij kon het natuurlijk bij de penningmeester declareren." Ik zei: "Dat denk ik niet. Want dan had hij je een kwitantie laten tekenen.
Ik ken het schoolhoofd van vroeger. Hij zal het tientje uit eigen zak betaald hebben en een tientje toen, is een snip nu."
Want hoe was het toen met de penningmeesters, ook van vele Christelijke verenigingen en zelfs van kerken en diakonieën?
Zij zagen er een eer in als op de jaarlijkse ledenvergadering in februari, de voorzitter meedelen kon dat ondanks de slechte tijden het vermogen van de vereniging weer iets was gegroeid.
Dat dit ten koste van jonge (en oude) mensen was gegaan, zag niemand. Ik hoop erop terug te komen. Want horen we ook nu geen klanken over "lucht" voor het bedrijfsleven en terugdringen van [financieringstekorten bij de overheid en wie vraagt er: ten koste van wie?
Daar lijden bepaalde groepen onder: ze lijden "schade aan hun ziel".