Van een uitgestelde zegen

1988-12-09
  • Jaargang 32
  • nummer 46
Spreekverbod
Wanneer de priester Zacharias de boodschap van de engel Gabriël niet gelooft, wordt hij voor straf met stomheid geslagen. Wat is dat erg geweest voor Zacharias!
Wanneer hij de tempel verlaat om de wachtende menigte in naam van God de zegen op te leggen, willen de woorden hem niet over de lippen.
De bekende priesterzegen - de HEERE zegene U en Hij behoede u; de HEERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; de HEERE verheffe zijn aangezicht over u en geve vrede - blijft die ochtend achterwege.
En dat juist op een moment dat die zegen zo extra veelzeggend had kunnen zijn.

Maar Zacharias heeft, zoals we vorige week zagen, gefaald in zijn priesterdienst.
Zijn voorbede bleek niet door een krachtig geloof bezield.
Maar dan is hij ook niet waardig om namens God het volk te zegenen. En ook de rijke boodschap van de engel kan hij niet doorgeven.
Nu, dat zal de eerste dagen wellicht geen straf zijn geweest. Het staat Zacharias zelf allemaal nog niet duidelijk voor ogen.
Maar uit zijn lofzang bij de geboorte van Johannes blijkt in die negen stille maanden ook in het hart van Zacharias iets te zijn ontkiemd. Het door de engel gestrooide zaad is daar tot leven gekomen.
Over dat leven kon hij nog niet praten.
Hij kon hoogstens een blik van verstandhouding wisselen met Elisabeth, die onder haar hart óók leven voelde.
Zijn stomheid is de straf voor Zacharias' aanvankelijke twijfel. Hij vroeg een teken - uit ongeloof! En hij ontving en teken dat bij dat ongeloof paste.
Zacharias bleek ongeschikt om de rijke boodschap door te geven. Immers, zou het niet aan de rijkdom van het evangelie hebben afgedaan, wanneer in elk woord dat hij daarover sprak zijn twijfel had meegeklonken ? Zacharias krijgt een spreek-verbod omdat hij een ongeloofwaardige woordvoerder van God bleek te zijn.

Achter het nieuws
Maar tegelijk zou je deze straf toch ook weer een teken van Gods goedheid kunnen noemen. Want Zacharias krijgt negen maanden de tijd om ongestoord na te denken over de woorden van de engel. Niemand krijgt de kans om zijn twijfel aan te wakkeren door een ongelovige reaktie op zijn verhaal.
Zeg, Zacharias, zou men anders misschien gezegd hebben, wees nou eens eerlijk: Vind je het zelf eigenlijk ook niet te gek dat de hoog verheven engel Gabriël verschijnt aan een priestertje van het 'platteland'? En zou een zoon van jou de wederopgestane Elia zijn?
Dat geloof je toch zeker zelfniet? Tja, het zou fantastisch zijn als het waar was. Maar we willen het eerst allemaal wel eens zien! En de twijfelende Zacharias zou waarschijnlijk al heel gauw voor alleszins redelijke argumenten zijn bezweken.
Ach ja, het was toch ook te mooi om waar te zijn. Dat had hij immers direkt al wel gedacht!
Nu, door zijn stomheid krijgt Zacharias geen kans voor dergelijke ontmoedigende discussies. De boodschap van de engel krijgt negen maanden lang de gelegenheid om te rijpen tot een vrucht van jubelend geloof.
Zacharias moét zwijgen totdat de aangekondigde dingen zullen gebeuren.
Hij mag niet de primeur hebben van dit heerlijk grote nieuws. Nu neemt God zelf het woord door de dingen te laten gebéuren. Zacharias mag alleen nog maar de rol spelen van kommentator. Voor hem is de rubriek "áchter het nieuws"! Nogmaals, dat is de straf.
Maar tegelijk krijgt hij volop de gelegenheid om over zijn kommentaar na te denken. Om er iets moois van te maken. En dat hééft hij gedaan.

Een volle zegen
En in zijn lovend kommentaar op de geboorte van zijn zoon Johannes mag hij toch ook evangelist zijn: brenger van het grote nieuws van de innerlijke barmhartigheid van God, waarmee Hij neerziet op zijn volk als de opgaande zon aan de hemel.
Waarmee Hij verschijnt aan hen, die in het duister en de schaduw van de dood zijn gezeten, om hun voeten te richten op de weg van de vrede.

Bij zijn tempeldienst verspeelde Zacharias zijn kans om Gods zegen op het volk te leggen. Want hij had bewezen in de werkelijkheid van die zegen niet te kunnen geloven.
Maar het blijkt een kwestie van uitstel te zijn. En inmiddels heeft de zegen aan kracht gewonnen.
De HE ERE zegene en Hij behoede u - en Hij doét het. Want God hééft omgezien naar zijn volk en Hij hééft het verlossing gebracht, zingt Zacharias.
De HEERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig - Johannes is geboren. En betekent zijn naam niet: God is genadig!
De HEERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede - en is Johannes niet de heraut van Davids grote Zoon? En geldt van deze Koning niet dat Hij ons het aangezicht van de Vader heeft doen zien? En noemen wij Hem niet onze vrede?
Zo is de lofzang van Zacharias vol van uitgestelde zegen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief