Terloops ...

1988-12-09
  • Jaargang 32
  • nummer 46
Van de wind kun je leren
Op het eiland Rhodos zijn drie opgravingen van plaatsen van ongeveer 2600 jaar geleden. Eén ervan is Lindos.
Als je naar boven bent gelopen zie je er allerlei restanten van bouwwerken.
Maar je hebt er ook het gezicht op het haventje, waar Paulus eens aan land moet zijn gegaan. We lezen er over in Handelingen 21 : 1: 'En het geschiedde, toen wij in zee gestoken waren..., dat wij recht op Kos aankoersten en de dag daarna op Rhodos ...' Het haventie heet 'Limenos tou Pavlou'. Het is een kleine inham van de zee met twee smalle doorgangen. Op de plaats waar Paulus in het jaar 51 aan land ging, staat een witte kapel en op 28 juni, de dag voorafgaande aan die van Sint Paulus, is er een kerkelijke plechtigheid, waar nog steeds veel mensen komen.
In de bijbel wordt ons de preciese landingsplaats van Paulus niet genoemd, maar het is best mogelijk, dat het bij Lindos is geweest.
Op Kreta is Paulus ook geweest en in Handelingen 27 : 8 wordt de naam van de plaats genoemd. Goede Rede. Zo heet het dorpje in de buurt van de haven nog steeds.

-0-

Het bezwaar van een vakantie op Rhodos is, dat je zondags niet goed weet wat je doen moet. Protestantse kerkdiensten zijn er niet en je hebt er ook geen kathedralen, waar je door de orgelmuziek gesticht kunt worden. En zo lagen we dan op een zondagmorgen aan het strand. Het waaide er flink, wat overigens geen bezwaar is. En toen gingen we wat over de wind aan het praten.
Het kan nog zo hard waaien, maar Jezus is de baas van de wind. De wind en de zee zijn Hem gehoorzaam (Markus 4: 39 e.v.).
Maar in gesprek met Nicodemus zegt Jezus: 'De wind blaast waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat ...' Je kunt de wind mee en tegen hebben, letterlijk en figuurlijk. Het is goed te weten, dat die wind zijn grenzen heeft.

-0-

Prediker heeft ook heel wat over de wind gezegd. Het begint al in het eerste hoofdstuk. De wind gaat naar het zuiden en draait naar het noorden, hij komt dan hier en dan daar vandaan en op zijn kringloop keert de wind weer terug'.
In hoofdstuk 5 zegt Prediker, dat we ons kunnen druk maken om alles en nog wat en proberen het in ons leven zo mooi en zo goed mogelijk te hebben, maar dat dat 'voor wind' kan zijn. Het leven is van God en het genieten ervan is Zijn gave. Dát moet ons voor ogen staan (5 : 17 e.v.). Wie wind zaait, zal echter storm oogsten.
Aan het slot van Prediker is er nog een verwijzing naar de wind. Zoals wij de weg van de wind niet kennen, zo kennen we ook het werk van God niet.
Er is en blijft veel verborgen en wij kunnen niet altijd achter de schermen kijken. De mens moet echter doen wat hij doen kan. Als je op de wind let, ga je niet zaaien. Als je alles van tevoren wilt weten, kom je niet verder. En dus moeten we waaien in de morgen...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief