Ik geloof - zeker weten! *)

1988-12-23
  • Jaargang 32
  • nummer 48
Geloven doe je in de kerk
Misschien gebeurde het de afgelopen zomer nog.
In alle vroegte vertrok u naar uw vakantie-adres. Het was 's morgens e~n drukte van belang. De laatste spullen in de auto pakken. Gauw staande even ontbijten. En dan: Rijen maar! ...
Aan het eind van de straat roept moeder opeens: Zeg, Nelhe, heb je het raam op je kamer wel dicht gedaan? Ja, zegt Nellie, ik geloof van wel.
Ja, geloven, geloven - weet je het zéker!
Nou, nee eerlijk gezegd ben ik er niet zeker van.
Dan nog maar gauw weer terug. Want stelje voor dat de boel onder regent of dat zo 'n open raam dieven aantrekt.
Kijk, voor Nellie is geloven iets van: ik denk van wel, maar zeker weten doe ik het niet. Als het haar op de man af gevraagd wordt: zit dat raam nou dicht of niet!, dan heeft ze zo haar twijfels.
Misschien kent u ook wel de uitdrukking: Geloven, dat doe je in de kerk.
Hier moet je het zeker weten. Ook hier wordt een tegenstelling gemaakt tussen geloven en zeker weten.
Geloof, dat geloof waar het in de kerk om gaat, is dan iets onzekers. Je hebt een vermoeden. Je acht iets misschien zelfs uiterst waarschijnlijk. Maar je hebt geen overtuigende bewijzen. Echt zeker weten kun je het nooit.
En dan lezen we in de Bijbel: hét Boek waarin we worden opgeroepen om te geloven: Het geloof nu is de zekerheid van de dingen, die men hoopt, en het bewijs van de dingen, die men niet ziet.
In de Bijbel wordt geloven juist wel met zekerheid verbonden, met zeker weten.
Maar het gaat dan wel om een bijzondere zekerheid.
Geloven - als dat woord in het OT r voorkomt is het de vertaling van een woord dat in onze taal bewaard gebleven is in het bekende woordje amen. Dat oorspronkelijke woord betekent zoiets als: vast zijn, geldigheid hebben, betrouwbaar zijn. Amen betekent letterlijk: het staat vast, het heeft geldigheid. En amen-zeggen is iets beamen, iets voor vast en zeker aannemen.

Geloven is je leven wagen
Maar nu wil ik nog een stap verder gaan. Geloven is dus iets voor vast en zeker aannemen. Maar dat is nog te mager.
Geloven is iets anders dan alleen voor-waar-houden. Het is mogelijk - en het komt ook inderdaad voor - dat mensen de hele Bijbel als waarheid aannemen en toch niet geloven.
Je kunt geloven, aannemen dat alles precies zo is gebeurd zoals het in de Bijbel staat - dat Israël door de Rode Zee trok, dat Jona in de vis zat en dat Petrus over het water liep - je kunt het voor waar aannemen en dan toch niet echt geloven.
Omdat je je hart niet aan God gegeven hebt.
Misschien kan ik met een voorbeeld nog wat verduidelijken wat nou het typische van geloven is.
Het moet ooit eens gebeurd zijn dat een vermaarde koorddanser uit een wereldberoemd circus aankondigde dat hij zijn kunsten eens zou vertonen boven de Niagara-watervallen in Amerika.
Hij wilde een touw laten spannen om daarover van de ene zijde van de kloof naar de andere te lopen.
U begrijpt: op de dag dat dat zou gebeuren stond het daar zwart van de mensen. Wat een sensatie! Hoe zou de koorddanser het er af brengen.
Ademloos keken de mensen toe hoe een stevige kabel gespannen werd. Ze keken eens in de duizelingwekkende diepte waarboven de man zou moeten balanceren. Ze zagen hoe de kabel nat werd door de opstuivende waternevels.
Zou het hem echt lukken?
Maar onder doodse stilte volbracht de man de levensgevaarlijke tocht. Een daverend gejuich was zijn beloning.
Toen het enthousiasme was weggeëbd kondigde de man aan dat hij de tocht nog eens wilde maken, nu met een kruiwagen.
Nee maar, de geestdrift steeg ten top.
Toen de koorddanser zich weer verstaanbaar kon maken vroeg hij of misschien iemand uit de menigte bereid was om dan in die kruiwagen te gaan zitten. Het zal u niet verbazen dat de animo hiervoor niet bijster groot was.
Hoe de acrobaat ook aandrong, niemand leende zich voor zo'n waagstuk.
Totdat uiteindelijk één zich naar voren drong. Eén durfde het werkelijk aan om zich in die kruiwagen over die kabel boven die vreselijke afgrond naar de overkant te laten rijden.
En die ene was ... de eigen zoon van de koorddanser. Want hij geloofde in zijn vader. Hij vertrouwde hem volkomen.
En hij leverde zich met huid en haar aan zijn vader over.
Dit vind ik een prachtig verhaal om duidelijk te maken wat geloven is: Je met huid en haar, op leven en dood toevertouwen aan je henelse Vader. Omdat je zeker bent van Hem, van zijn liefde en van zijn macht.
En van zulke verhalen staat de Bijbel vol. Inhoofdstuk 11 van deze brief aan de Hebreeën noemt de schrijver ettelijke figuren uit de geschiedenis van Israël die zo in God geloofd hebben.
En de bekendste is dan wel Abraham.
Abraham geloofde God, zo lezen we herhaaldelijk in de Bijbel. Hij verklaarde God voor betrouwbaar. Maar dat zei hij niet alleen met woorden. Nee, hij toonde dat met zijn daden. Hij gaf al zijn zekerheden in zijn eigen land op om op reis te gaan zonder te weten waar hij uit zou komen en wat hem daar te wachten zou staan.
Hij balanceerde met zijn God op een dun koord boven een huiveringwekkende diepe afgrond. Maar hij leverde zich met huid en haar aan Hem over. Hij achtte God betrouwbaar. Hij was voor Hem gewonnen met hart en ziel.
Nu, geloven is vertrouwen op God, op zijn woorden en daden. En geloven is Jezus Christus aanvaarden als de Helper en Redder die God ons gezonden heeft om ons te brengen over een duizelingwekkend diepe kloof, veilig naar de overkant.

Zeker in het onzekere
Maar aan Abraham leren we ook nog iets anders. Aan hem zien we dat geloven ook vaak leven is met veel onzerheden.
Misschien denkt u wel dat ik mezelf nu tegenspreek. Want ik ben immers begonnen met te zeggen dat in de Bijbel geloven alles te maken heeft met zekerheid.
Hoe kan ik dan tegelijk zeggen, dat geloven ook leven met veel onzekerheden is?
Maar dan wijs ik u er op dat Abraham uit zijn land vertrok zonder te weten waar hij komen zou.
En ik denk aan de dichters van vele psalmen, die vaak een en al vraag zijn: Waarom staat Gij van verre, verbergt Gij U in tijden van nood? Hoe lang, Here? Zult Gij mij voortdurend vergeten?
Waak op! Waarom slaapt Gij, Here? Ontwaakl; Verstoot niet voor eeuwig!
Niemand zal toch durven zeggen dat deze dichters geen gelovigen waren.
Nee, juist omdát ze geloven roepen ze tot God en smeken ze Hem om hulp. Ze kunnen het gewoon niet laten.
Ze komen er niet klaar mee: met het raadsel van de leiding van God in hun leven. Ze zien niet hoe alles in hun leven of dat van anderen nog iets met God te maken zou kunnen hebben.
Maar ze geven hun geloof er niet aan.
Ze zeggen hun vertrouwen niet op. Te midden van alle onzekerheden blijven ze zeker van hun God, de Rots aan wie ze zich vastklemmen. ' Misschien begrijpt u nu beter wat ik bedoel toen ik zei: Geloven is leven met onzekerheden.
Veel mensen vinden dat maar moeilijk.
En ze zijn teleurgesteld in de kerk en in de Bijbel en in het christelijk geloof, omdat ze juist overal een antwoord op willen hebben.
Misschien zou u dat ook wel willen.
Maar ik zeg het nog eens weer: Geloven is leven met onzekerheden. Echt geloof léért te leven met vragen waarop we geen antwoord weten, met problemen waarmee we geen raad weten.
Maar in dat alles toch zeker van God, van zijn macht en van zijn liefde. Het geloof dat zegt: En toch ...
Van de beroemde griekse koning en wereldveroveraar Alexander de Grote wordt verteld dat hij eens ernstig ziek was. Terwijl zijn lijfarts en vertrouwde vriend een bepaald medicijn voor hem klaar maakte, ontving de koning een brief waarin hij voor dat medicijn gewaarschuwd werd. Er zou vergif in zitten.
Toen de dokter met het middel kwam hield Alexander de brief in de ene hand en pakte met de andere de beker. En hij dronk de beker achter elkaar leeg.
Daarna gaf hij de brief aan zijn vriend, de dokter, en zei: Nu kun je eens zien hoezeer ik je vertrouw!
Dat vertrouwen kunt u zeker Jezus Christus geven. De beker die Hij ons schenkt, het leven dat Hij van ons vraagt kan soms bitter zijn als gal.
En dan zijn er altijd stemmen die ons waarschuwen: Pas op! Het is vergif! Je overleeft het niet! En het ongeloof fluistert ons in het oor: Je gaat er vast en zeker onderdoor.
Maar doe dan net als Alexander en zeg: Ook al ga ik er dood aan, ik blijf op mijn Heiland, mijn dokter, vertrouwen.
Hij heeft immers zelf de meest bittere beker gedronken: het lijden aan het kruis. En Hij heeft het uitgeschreeuwd, die levengrote vraag: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
Nu, dáár weten wij toch wél het antwoord op. Hij is door God verlaten, opdat u en ik nooit meer door God verlaten zouden worden.
Gelooft u dat ook?
Vertrouwt u daar op?
Bent u daar zeker van?
Zeg maar ja! Zeg maar amen!

*) Deze meditatie werd op 30 oktober j.l. uitgesproken in het EO-programma "Groot Nieuws".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief