Bijdragen aan een andere politieke windrichting
2007-12-21
Ligt de tijd van individualisering en afgenomen solidariteit definitief achter ons nu de ChristenUnie regeringsverantwoordelijkheid draagt? Te oordelen naar de toonzetting in de essaybundel Frisse lucht – De ChristenUnie en het kabinetsbeleid is met het regeerakkoord van Balkenende IV in ieder geval een stap in de goede richting gezet. De bundel werd dit jaar uitgegeven door het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie, de Mr.- Jaargang 51
- nummer 25
G. Groen van Prinstererstichting. In het boek zijn achttien essays opgenomen van verschillende auteurs die alle zijn verbonden met de ChristenUnie.
Scala aan onderwerpen
Na een inleidend essay van Roel Kuiper (o.a. bijzonder hoogleraar Reformatorische Wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) volgen zeventien hoofdstukken waarin beleidsterreinen aan de orde komen die uiteenlopen van ruimtelijke ordening tot jeugdzorg, van waterbeheer tot onderwijs en van veiligheid tot abortuspraktijk. Om de samenhang van het boek te bevorderen, zijn de bijdragen ingedeeld in zeven categorieën, nl. ‘maatschappelijke participatie’, ‘klimaat, land en water’, ‘de rechtsstaat’, ‘internationale vraagstukken’, ‘onderwijs’, ‘gezin en jeugd’ en ‘kwetsbaar leven’. Elke uiteenzetting heeft als startpunt een passage uit het regeerakkoord. Vanuit hun expertise geven de auteurs commentaar op hetgeen in het regeerakkoord is opgenomen en schetsen daarbij op basis van hun eigen visie aanvullende beleidslijnen voor het specifieke terrein.
De bundel beslaat zo'n breed scala aan onderwerpen en thema's, dat het binnen de beperkte ruimte van deze bespreking niet doenlijk is die alle naar voren te halen. Ik selecteer drie essays uit het ruime aanbod om daarover wat meer in detail te zeggen en zo een beeld te geven van wat er in het boek aan de orde wordt gesteld.
Overheid als partner
Het boek opent met het essay ‘De ChristenUnie en het kabinetsbeleid’ van Roel Kuiper. In zijn betoog schetst hij de overheid als partner van de samenleving. De overheid heeft haar eigen verantwoordelijkheid en respecteert die van anderen. Vanuit haar dienende rol stelt de overheid de samenleving centraal. Kuiper typeert de overheid als ‘een dienaar van God en een dienaar van allen.’ Het partnerschap van de overheid is volgens Kuiper tweeledig: ‘de overheid is partner van iedereen die op publiek terrein verantwoordelijkheid draagt’ en ‘de overheid is vervolgens partner voor allen die in kwetsbare posities zijn.’ Kuiper benadrukt de brugfunctie die het nieuwe kabinet wil vervullen tussen burger en politiek. Het is een afscheid van ‘de jaren waarin de neo-liberale agenda de politiek domineerde’. In die tijd ‘leek de politiek overgenomen door marktdenken, globaliseringseisen en economische belangen.’ Nu zien we een ‘overheid (die) zich inspant de samenleving weer terug te winnen.’
Ecologie en economie
Jan Boersema (o.a. hoogleraar Culturele en levensbeschouwelijke dimensies van de relatie mens en natuur aan de Vrije Universiteit) haakt met zijn boeiende bijdrage ‘Goed tuinieren’ aan bij de passage uit het regeerakkoord waarin wordt gesteld dat ecologie en economie met elkaar in balans moeten worden gebracht, zodat het milieu niet meer schade oploopt dan nu al het geval is. Hoewel hij blij is met de inzet van het kabinet en van mening is dat duurzaamheid een thema is dat prima bij de ChristenUnie past, geeft Boersema ook kritiekpunten. Zo is hij van mening dat het ‘een belangrijke omissie’ is dat het regeerakkoord niet ingaat op de bescherming van de biodiversiteit.
Daarnaast geeft hij aan de ‘drie p's’ als leidraad voor duurzame ontwikkeling niet adequaat te vinden.
Dit in tegenstelling tot minister Cramer, die juist wel veel ziet in deze invalshoek. De drie p's staan voor ‘people, planet, profit’ en geven aan dat het voor duurzaamheid noodzakelijk is dat er een evenwicht bestaat tussen sociaal, ecologisch en economisch terrein. Boersema betoogt dat deze benadering niet werkt, omdat het milieu nu eenmaal grenzen stelt aan de andere aspecten door ‘de hardheid van haar fysisch-biologisch karakter.’ Hij breekt een lans voor een alternatieve aanpak, namelijk die van de ecologische economie: ‘Daarom zou men er verstandig aan doen de filosofie van de ecological economics te omarmen, waarin de economische praktijk geworteld is in de fysische realiteit.’ Deze benadering gaat ook uit van een ander mensbeeld, namelijk een mensbeeld dat ‘niet uitsluitend gebaseerd (is) op een rationeel kiezende consument.’
Gezin
In haar essay ‘Vitale gezinnen’ steekt Simone Kennedy-Doornbos (o.a. gemeenteraadslid in Amersfoort voor de ChristenUnie) niet onder stoelen of banken enthousiast te zijn over hetgeen het regeerakkoord te berde brengt over het gezin. Uitgangspunt voor de bijdrage van Kennedy-Doornbos is een passage uit het regeerakkoord waarin de grote waarde van gezinnen wordt onderstreept en waarin een gezinsvriendelijk beleid wordt aangekondigd. Toch worden ook in dit essay kritische kanttekeningen bij het voorgenomen regeringsbeleid geplaatst. Door middel van een deeltijdbaan is het voor veel vrouwen mogelijk een evenwicht te vinden tussen het zorgen voor kinderen en het leveren van een bijdrage aan de economie.
Kennedy-Doornbos tekent daarbij wel aan dat gezinnen die in een situatie verkeren waarin het onmogelijk is dat beide partners werken, gevrijwaard moeten zijn van de druk van de arbeidsmarkt. Vanwege de vergrijzing van de beroepsbevolking neemt de vraag naar arbeidskrachten toe. De auteur juicht het dan ook toe dat de regering aandacht geeft aan herintredende vrouwen, omdat zij ‘best wat hulp kunnen gebruiken’ bij hun rentree op de arbeidsmarkt. Daarnaast is zij van mening dat de hoogte van de voorgenomen financiële ondersteuning van gezinnen onder de maat is. Kennedy-Doornbos signaleert verder dat het regeerakkoord niets vermeldt over de manier waarop de ondersteuning van opvoeding vorm moet gaan krijgen. Daarbij maakt zij zich zorgen over de ruimte die de wensen van ouders op levensbeschouwelijk gebied zullen krijgen bij de steun die de overheid wil bieden bij het opvoeden van kinderen.
Interdisciplinair
Frisse lucht is een interessante en veelzijdige bundel. Het boek geeft een prima mogelijkheid om kennis te nemen van het gedachtegoed van de partij die voor het eerst in haar historie verantwoordelijkheid op regeringsniveau draagt. De essays worden gekenmerkt door een concrete en praktische invulling van de betreffende beleidsgebieden. Daarbij wordt – zoals eerder al aangegeven – de kritische reflectie op de ChristenUnie inbreng in het kabinetsbeleid niet geschuwd. Een punt dat misschien sterker uit de verf had kunnen komen, is dat er allerlei dwarsverbanden bestaan tussen de verschillende beleidsterreinen. In één van de bijdragen over het onderwijs komt bijvoorbeeld nadrukkelijk naar voren dat onderwijsinstellingen in toenemende mate een zorg- en opvoedtaak hebben voor leerlingen, naast de reguliere onderwijstaken. Scholen moeten zo goed mogelijk op een dergelijke ontwikkeling inspelen. De vraag is dan wat zo'n trend betekent bijvoorbeeld voor het gezinsbeleid. Kan door adequate maatregelen op het terrein van het gezinsbeleid niet een deel van de problematiek op scholen worden weggenomen? In het essay dat gaat over ruimtelijke ordening wordt aangestipt dat de bescherming van gebieden onder druk kan komen te staan door economische belangen. Ook hier is de vraag wat er op andere beleidsterreinen gedaan kan worden om de druk op de openbare ruimte zoveel mogelijk weg te nemen. In deze gevallen is een interdisciplinaire benadering van de problematiek nodig om in het te voeren beleid alle relevante aspecten mee te kunnen wegen en te integreren.
Roel Kuiper e.a., Frisse lucht – De ChristenUnie en het kabinetsbeleid, Mr. G. Groen van Prinstererstichting – wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie; 199 pagina's; € 16,90.
Drs. Jan Smit is lid van de NGK in Rotterdam-Overschie.