In memoriam Ds. K. Doornbos
1986-08-15
We zijn hier bij elkaar voor de begrafenis van. een groot man. Een man, erg belangrijk voor de Gereformeerde Kerk te W01'mer. Die hier 30 jaar predikant geweest is. Van zijn veertigste tot zijn zeventigste. Niet dat hij hier nooit weg gekund heeft. Nooit een beroep gehad. Neen. Hij wilde geen beroep. Wormer was zijn gemeente. De grote liefde van zijn hart. Hij is hier gekomen om hier niet weer weg te gaan. Zoals men wel heeft gezegd: 'hij heeft zijn spa meegenomen.- Jaargang 30
- nummer 31
Zo bleef hij hier OOK na zijn emeritering wonen. Temidden van zijn kinderen, zoals hij de gemeenteleden vaker noemde. Maar iemand die zo'n plaats gekregen had in het midden van 'zijn gemeente, dat. hij gewoon de dominee van Wormer bleef. Zo heb ik wel vaker meegemaakt dat gemeenteleden zeiden: dominee zei laatst nog... en dan was jij niet die: dominee, dat was dominee Doornbos. Wat dat betreft hebben ds Algra eerst en ik daarna ergens in de schaduw van ds Doornbos gestaan. Hij was de dominee. Jij ook wel, maar hij eerst. Maar dat lag verder niet aan hem. Laat dat gezegd zijn. Want je hebt natuurlijk wel vrees. dat had ik en dat zal ds Algra ook gehad hebben, als een 'emeritus-predikant van dat kaliber in de gemeente blijft wonen. Maar hij liet jou volledig de' dominee van Wormer zijn. Zo nergens iets ten kwade van je zeggend. Zo alleen maar jouw werk ondersteunend. Zo loyaal. Wat dat betreft was hij ook groot. Allerminst kleingeestig. Je hoefde niet bang te zijn, dat iemand tegen jou bij hem steun kon vinden. Hij stond achter je. Wat dat betreft was het goed "in zijn schaduw" te staan. Dat was beschuttend, beschermend. En ik kan u wel zeggen, dat ik het als een soort koninklijke onderscheiding ervaar, dat hij kortgeleden eens zei: voordat ik er niet meer ben, wil ik u toch zeggen, dat ik blij, ben met mijn opvolgers, met ds Algra en met u. Steek dat maar even in je zak. Maar dat was hij. Ik ken collega's, die wel andere emeriti-predikanten hebben meegemaakt. Laat mij dan maar in de schaduw van ds Doornbos gestaan hebben.
Maar zo was hij 30 jaar predikant van Wormer. 30 jaar waarin hij grote invloed uitoefende. Een hele gemeente, vormde. Groot van verstand, scherp van onderscheidingsvermogen, begaafd in het helder uiteenzetten van de. dingen. Een zelfstandig denker. Geen partijman, geen naprater. Diep ervan doordrongen dat de Here Christus hem op deze plaats had gesteld, en geen mens, ook geen verzameling van mensen als een kerkelijke vergadering. Maar zich zo bewust van zijn verantwoordelijkheid voor wat hem was toevertrouwd. Door de Zoon van God zelf. In onze berichtgeving aan de buitenwereld hebben wij dan ook gezet: Wij prijzen onze God, dat wij in hem zolang zo'n trouwe en toegewijde prediker van de genade Gods in Jezus Christus mochten hebben. Wij gedenken met dankbaarheid zijn herderlijke zorg en bewogenheid, zijn standvastigheid, en volharding. Neen, een groot man, en niet alleen voor Wormer.
Nu kan het vreemd met grote mannen. Er staat natuurlijk niet voor niets in de Schrift, dat er straks mensen zullen zijn, die zeggen: hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, en: hebben we niet in uw naam vele krachten gedaan, en dat de Here Jezus zal antwoorden: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van mij, gij werkers der ongerechtigheid.
Dat kan ons wat ongelooflijk voorkomen: mensen die zo gepreekt hebben en met zulke krachten,en dan er zelf toch buiten staande . Maar je kunt je natuurlijk allerlei dingen van de Schriften eigen maken, maar net niet het eigenlijke. Van: zelf je heil te zoeken en te hebben in de Here Christus. Voor jezelf het eerst je vertrouwen gesteld te hebben op de Hete Jezus, de eigen Zoon van God, als jouw Redder' en jouw Verlosser. Al jóuw zaligheid klein te zoeken buiten je zelf in Hem.
Nu, ds Doornbos was dan een groot man, maar dit keek er bij hem juist aan alle kanten doorheen.
Door heel zijn werk. Zo was hij groot. Hij had het over een zee, die hij' zelf bevoer. Hij had het over eten, dat hij zelf met grote happen at: Nederig de Here Jezus volgend als een zondaar, die genade nodig heeft, Een leider van de gemeente, die geleid moest worden. Maar 'dat. hebben mensen van hem gehoord 'en qat hebben ze bij hem opgemerkt. Daar hoort ook bi] dat zo niet uit zijn op eigen eer. Het blijven in, zo spraken toch velen erover in het gat Wormer. Want je moest toch carrière rnaken. En dat was niet mogelijk in zo'n onbetekenend dorpje met van die gewone mensen. Ik heb het al wel eens eerder ergens verteld: als predikant van zo'n plaatsje als Worrner kwam je er vroeger, voor de Vrijmaking, in de Gereformeerde kerken niet aan te pas om te preken bijv. in een stad als Amsterdam. Nog niet eens in de "grote" plaats Zaandam.
Daar heeft ds Doornbos in die tijd één keer per gratie mogen preken, van nood, omdat er iemand door ziekte uitgevallen was. En ze moesten zeggen dat het goed was. Maar daarna toch maar niet weer. Maar dat alles deerde hem niet. Daar lag het voor hem niet: Hij had maar één zaak, één doel, één streven. Wat Paulus zo uitdrukt in 2 Cor. 11: want met een ijver, een na ijver, een liefdesjaloersheid - Gods, als van God zelf, waak ik over u, want ik heb u verbonden aan één man. om u als een reine maagd, dus die zich niet met anderen afgegeven heeft, voor de Here Christus te stellen, haar verloofde. Als Christus maar bij zijn gemeente hier was en de gemeente bij Hem. Hij rijk, zij arm. Hij bekleed met ere, zij nog in lompen. Maar toch als verloofden bij elkaar, verlangend naar elkaar, wachtend op elkaar. Dat allercentraalste van het evangelie. Maar dat keek door al zijn werk heen. Zo preekte hij, 'met een wat droog stemgeluid, zodat buitenstaanders wel eens spraken van houten Klaas, maar indringend, bemoedigend, vertroostend, ook onderscheidend en bestraffend. Zo was hij ook in zijn pastorale werk. Trouw en zorgzaam in het kleinste. Bij onweer gauw op de fiets, door datzelfde onweer heen, omdat er in het ziekenhuis een meisje uit de gemeente ligt dat zo bang is voor onweer, Wij zouden zeggen: zo iemand moet maar wat flinker worden. Hij ging erheen.
Maar wat zo al in zijn werk te zien geweest was, dat werd de laatste tijd nog steeds duidelijker.
Je hebt wel dat bij het ouder worden het vermogen om dingen verborgen te houden afneemt en dat dan door de scheuren heenkijkt wie iemand in werkelijkheid was. Niet zo best.
Bij hem trokken de scheuren er ook in, maar door de scheuren keek aldoor duidelijker de gelovige, die hij was. Alleen maar iemand, die je aldoor dierbaarder kon worden. Hij was natuurlijk een steil man, van twee generaties en drie culturen vóór jou, Maar de laatste tijd van zijn ziekte kwam je steeds dichter bij hem. Er viel aldoor meer in zijn hart te kijken. En het was ontroerend om achter dominee Doornbos aldoor meer te zien de mens, de gelovige mens Klaas Doornbos. Een dominee kan wel eens zenuwloos lijken. Wat zich bij alles in je afspeelt, houd je zoveel mogelijk binnen. Dat zei hij ook vaker: vroeger zeiden de mensen: ds Doornbos heeft geen zenuwen. Hij was, zoals men dan wel zegt: een zekere. Maar nu zag je hem in zijn strijd om te - geloven, om zelf te geloven, Te blijven geloven. Zelf. De Here Jezus te blijven volgen. Ook nu die zo lang uitbleef en hem in zijn lijden en afbraak en ontluistering liet. Elke morgen de pijn, dat Hij er nog niet was. Maar om dan toch zijn Meester lief te hebben en Hem te volgen en zich aan Hem over te geven en toe te vertrouwen.
Maar dan zei hij wel: ik heb het altijd gezegd tegen mensen ook in deze omstandigheden, maar nu moet ik het zelf ook doen. Datzelfde kwam je ook op een andere manier tegen. Als het erover ging, dat er mensen bij de gemeente weggeraakt waren. Vooral wat er bij de Vrijmaking is gebeurd heeft diepe wonden bij hem geslagen: een deel van de gemeente, van de kudde kwijt geraakt te zijn. En dan kon hij zeggen: er staat toch: bidt en u zal gegeven worden, en vooral het gebed voor een afdwalende broeder of zuster heeft zulke beloften.
Heb ik dan niet genoeg gebeden. Maar zo diep liet hij het Woord van God in zijn eigen Ieven snijden. In zijn eigen leven, om het onder het Woord van God te leggen.
Je zit dan te denken: met welke tekst of welk Schriftgedeelte raak ik het leven van ds Doornbos het allermeest. Maar er is 'ten aanzien van hem één tekst waar ik aldoor weer bij terecht kom. Die bij onze gesprekken ook vaker een rol speelde, Maar dat is het gedeelte uit 1 Cor. 9 vanaf vs. 24. Daar staat: weet gij niet, dat zij, die in de renbaan
lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de prijs kan ontvangen ..Bij een wedloop gaat het er maar niet om dat je zo maar wat loopt of meeloopt, neen, dat hele lopen is gericht op het behalen van de prijs. Daar hebben ze het van te pakken. Bij de voorbereiding al, met al dat getrain, Dat zegt Paulus ook: èn al wie .aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles. Eigenlijk: ontzegt zich van alles. Maar moet je inderdaad maar bij sporters zien: hoeveel ze zich ontzeggen, aan eten, aan gezelligheid, aan rust. Oefenen en nog eens oefenen. Niet roken, niet drinken. Ik moet er niet aan denken, dat ik dat allemaal rou moeten doen en dat ervoor over hebben om zo'n prijs te halen. Ik vind heteen slavernij, dan zie ik zo’n prijs graag bij een ander in de kast. Maar, zo zal een ander zeggen: wat is' dat christenleven een slavernij. Nou inderdaad, het is een slavernij, als het goed is, je bent verslaafd. Aan Goden zijn genade. Het is niet meelopen, maar hier zelf zo voor lopen, Er door beheerst zijn. Paulus vergelijkt het dan verder ook nog met boksen. Maar het loopt dan hierin uit, dat Paulus zegt, die grote Paulus: neen: ik tuchtig, als een bokser, die allereerst bokst tegen mezelf, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om het tegen de grond te werken, en dan komt het: om niet na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden. Maar dat zat diep in die grote Paulus: zelf de Here Christus te hebben. Daar bij te zijn en daar bij te blijven. Maar dat zat er ook in die grote dominee Doornbos, Een man, die Jezus moest hebben, klein voor Jezus, zijn hart verloren aan Jezus, de enige Redder. Als je nu het diepste van hem wilt zeggen: dit was 'm. Zo'n man en daarom zo'n prediker en zo'n zielzorger. En als je zo'n man hebt als dominee, wat voor geschenk je dan van de Here Christus hebt gekregen. Werkelijk een cadeau van boven. Zo staat het immers in Efeze 4: En Hij, de verhoogde Here Christus, heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars. Wij zouden zeggen: dominees. Zulke dominees. Wat je clan cadeau gekrregen hebt.
En hoe je daar je werkelijke dankbaarheid voor toont? Nu dat hebben we boven aan de kaart laten zetten, zoals de kerkenraad die heeft verstuurd: houdt uw voorgangers in gedachtenis; die het, Woord van God tot u hebben gesproken; lef op het einde, de uitkomst van hun wandel en volgt hun geloof na. Wat voor een' cadeau en wat voor een genade het dan allemaal samen wordt. Als het daar voor ons allemaal samen.
in zit: zelf te geloven in die Jezus, ais de Zoon van God, die jou liefheeft, die zich over jou ontfermt, die jouw Verlosser is. Jij, die in Jezus gelooft en je aan Hem overgeeft en toevertrouwt. Niet meelopen. Zelf lopen. Als die atleten, waarvan jij misschien zegt: wat een slavernij. Verslaafd aan Jezus en aan de genade van God. Dat is de echte eer voor deze, onze dominee. Dat je hem daarin begrepen hebt en hem navolgt.
Ik mag tot slot nog wel iets anders zeggen: Want als je het over ds. Doornbos hebt, dan heb je het ook over zijn zuster, zoals die al die jaren zijn trouwe hulp en metgezel was. Ik mag aan haar adres wel zeggen, dat wij ook haar beschouwen als een, grote gave van God aan onze gemeente. Want we zijn ons goed bewust. dat ds Doornbos niet had kunnen doen in de gemeente wat hij gedaan heeft, als zij niet de stille kracht op de achtergrond was, die zij geweest is. Zichzelf eindeloos wegcijferend, om maar dienstbaar te zijn aan haar broer, en aan het evangelie. We willen het graag zeggen, terwijl U er nog bent. De Here, die trouw is en die weet te vergelden, die zal U ook weten te dragen, nu U zo alleen bent komen te staan, na zoveel jaren samen. Dat gat moet wel erg groot zijn. Maar de genade van God is groter.
Dat mag U zelf, ook zelf, weten en geloven. Wij mogen met z'n allen, ieder voor zich, wat weten en geloven. Voor nu en straks, voor dit leven en het toekomende.