Nog verkiest de Here

1986-09-12
  • Jaargang 30
  • nummer 35
"Nog zal de Here Sion troosten, ]erusalem nóg verkiezen" (Zach. 1 : 17).

We 'kunnen niet zeggen - helaas -, dat de gemeente van de Heer in de "christelijke" westerse wereld geweldig Moeit en zoveel aantrekkingskracht op goddelozen uitoefent, dat zij op hun weg naar de ondergang omkijken en zich bekeren. Onkerkelijkheid en verwereldlijking nemen toe, al lijkt godsdienstigheid wei in een bepaalde behoefte te voorzien. Maar we houden allemaal wel eens ons, hart vast, als we bedenken hoe we in de dienst 'aan God blijven beneden het nivo, waarheen de Heiliga Geest ons roept en we dreigen vaak moedeloos te worden als we aan de toekomst van de kerk denken.

Een bijna ongelooflijk antwoord
Op deze situaties en vragen heeft God al .gerekend en geeft Hij het antwoord, dat de oplossing inhoudt: Hij verkiest het hopeloze Jerusalem!
Gods volk is teruggekeerd in Gods land. Na 70 jaar ballingschap begint de wederopbouw.
Met frisse moed en groot enthousiasme wordt een begin gemaakt met de herbouw van de tempel. Men verwacht gouden tijden. Maar al Spoedig komt er de klad in en volgt er - teleurstelling op teleurstelling; na twintig jaar is de tempel nog maar nauwelijks van haar fundamenten opgerezen en verder ligt heel de stad nog plat.
Ooko'p sociaal 'en politiek terrein is er geen reden tot juichen: Misoogsten, verdeeldheid en tegenstand. Heil; vuur van het aanvankelijke enthousiasme wordt door veel dingen gedoofd. De fut raakt er uit.
Even was de lijn weer opwaarts gegaan, toen de profeet Haggaï nieuwe perspectieven opende: "Weest sterk en gaat aan het werk, want Ik ben met u" (Haggaï 2: 5-10). Maar, zoals meestal, letten de mensen meer op de omstandigheden, waarin ZE! verkeren, dan op de beloften voor de toekomst, die zo ongrijpbaar zijn. En dan komt de profeet Zacharia. Zijn naam alleen al is een evangelieboodschap: Zachàr-ja - de Here heeft gedacht! Deze profeet van priesterlijke afkomst verkondigt midden tussen de ruïnes eèn haast ongelooflijke boodschap: De Here gaat het doen; Hij is Zijn volk niet vergeten; Hij verkiest J erusalem toch nog en het zal dus goed komen met Sion. Zacharia krijgt er een kijk op in het eerste van de acht, alle in één nacht, maar in wakende toestand ontvangen gezichten. De Man op het rode paard tussen de mirten in de diepte (vs. 8), is blijkens vs. 11 de Engel des Heren, de oudtestamentische verschijning van Christus: God is in Christus neergedaald in de nood en ellende van Zijn volk.

Een teleurstellend rapport
Een tolk-engel laat dit alles aan Zacharia zien en horen (vs.9). Hij legt uit wat er gebeurt: hoe de verkenners, die de aarde naar alle kanten doorkruist hebben hun rapport aan de Engel des Heren aanbieden, een rapport waarin de nood van Gods volk tot uitdrukking komt: het is overal volkomen rustig. Maar de uitroep van de Engel des Heren in vs. 12 bewijst dat dit geen goede rust is.
Waar de levende God bezig gaat om Zijn heil op aarde te brengen, daar kan geen rust heersen, . daar moet aktiviteit zijn. Waar dan rust heerst, daar is sprake van valse rust, .van ingedommeld zijn. Daar is geen enthousiasme meer voor Gods zaak in de wereld. . . En is er veel verschil tussen toen en nu?
Ook vandaag heerst er veelal rust: Wij hebben onze zaakjes, kerkelijk gesproken, goed voor elkaar; ons kerkelijk leven loopt aardig gesmeerd.' Maar heerst er in gemeente-, gezinsen persoonlijk leven niet te veel rust? Gaat er van ons een roep uit, zodat anderen zeggen: "Wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord dat God met u is" (Zach. 8: 23)? Gelet op wat wij voor Gods zaak doen en gerekend naar wie wij voor God zijn, is het inderdaad ongelooflijk, dat de Here Zich nog een vork verkiest.

Toch staat het er
Voor de kerk van alle eeuwen staat dit woord van God neergeschreven: Over de ruïnes van Jerusalem, over de puinhopen van de kerk en de kerkmensen van vandaag heen klinkt het profetische woord van Zacharia: "Zo zegt de Here der heerscharen: Ik ben voor Jerusalem en voor Sion in grote ijver ontbrand. Ik keer in erbarmen tot Jerusalem terug" (vs. 14-16).
De profetie van Haggaï zal toch vervuld worden: de heerlijkheid van Jerusalem zal groot zijn. Hoe kan dat nu? Stapt God dan zomaar over de zondige rust heen?
Neemt God de zonden van kerk, gezin en personen opeens niet ernstig meer?
Neen, van "niet-meer-ernstignemen" is geen sprake, maar we moeten goed bedenken dat, als de Here verkiest, Zijn erbarming niet 'Opgewekt wordt door iets, wat dan ook, van onze kant.
In de profetie van Zacharia, en in heel de bijbel trouwens, klinkt als grondtoon van de verkiezing: "Niet om uwentwil , doe Ik het, maar om Mijn grote Naam". Bovendien klinken in Zach. 1 de troostrijke woorden, nadat de Engel des Heren het woord heeft genomen; vanwege Zijn woorden in vs. 12: "Hoe lang nog zult Gij zonder erbarmen zijn over Jerusalem?", hoort de Here en spreekt Hij Zijn troostrijke woord van verkiezing en genade. God verkiest in en om Christus. In het pleiten van Christus voor Zijn ellendig volk ligt het behoud van dat volk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief