Persschouw
1986-09-12
Waarheen. Zuid-Afrika?- Jaargang 30
- nummer 35
Onder deze titel schreef Ds K.H. de Groot in de '"Kerkbode van Nederlands Gereformeerde Kerken" een eerste artikel naar aanleiding van een drie-weekse reis, die hij onlangs samen met twee gereformeerde kollega's maakte.
Hij was mèt hen uitgenodigd voor een oriëntatiebezoek aan Zuid-Afrika. De invitatie kwam van de, A.N.W., de Afrikaans-Nederl. Werkgemeenschap, die vanuit Zuid-Afrika de 'kon takten met Nederland wil bewaren 'en versterken, Reeds in dit eerste artikel verschaft de pastor uit Amstelveen ons duidelijke informatie 'Over de tegenstelbingen waaraan genoemde natie lijdt. Daarbij kijkt de scribent niet naar één kant. We nemen uit dit evenwiohtig stuk het slot 'Over:
Het is waar, 'lange tijd 'zijn de zwarten achteruitgezet en vaak vernederd. Als je b.v. het boek van Winnie Mandela leest, getiteld: "een stuk van mijn ziel", dan kom je daarvan wel 'Onder de indruk.
Er zijn werke'lijk grote fouten gemaakt.
Maar velenzien dat in en willen echt anders. ' Dat kan niet van de ene op de andere dag. Daar is tijd voor nodig, juist in heel de uiterst geoompbiceerda Lsituatie. (De volgende keer wil ik dat punt vooral aanroeren.).
Maar er zit beweging in, met name in de kerken.
Een paar voorbeelden daarvan.
We maakten een "saamtrek van die Noord-Transvaalse . Belydends Kerkjeugaksie" mee oftewel een jeugdsamenkomst van jongeren met een verschillende huidskleur.
Daar sprak o.a. een kleurling.
Hij liet harde woorden horen, dat ook hij eerst verbitterd was over de apartheid. Hij noemde " het een zonde, de gedwongen scheiding op het kerkelijke vlak, maar hij pleitte voor verzoening, zonder voorbehoud, omdat de Here Jezus ook onvoorwaardelijk alles voor ons heeft gedaan.
Een predikant sprak over verzoening en noemde ook de persoonlijke schuld aan de zonde in het land. Die moet beleden worden en Christenen moeten hierbij optreden als bruggen-bouwers ..
Nog meer: zij moeten zelf bruggen zijn en daarbij bedenken, da'tover bruggen gelopen wordt.
Aan de vooravond van Pinksteren was ik in de dienst in de Studentekerk te Stellenbosch '(ook daar is een universiteit).
Er waren ruim 1000 jongeren .aanwezig en de dominee hield de preek over de 'geschiedenis van Cornelius. Hij legde er de nadruk op, dat je elkaar, als gelovigen, volledig moet aanvaarden, ook al heb je niet dezelfde huidskleur.
Zo is er iets aan de gang in de kerk. Daar moet het ook beginnen en zich voortzetten. in Zuid-Afrika behoort 95% van de .blanken en 80% van de anderen tot een Christelijke kerk.' Zouden dan al die Christenen elkaar niet kunnen vinden?
Er zijn echter sterke machten aan het werk, die dit willen voorkomen. Zij spelen in op de gevoelens, die vele zwarten en blanken jegens elkaar koesteren.
Zij gooien geen olie op de golven, maar op het vuur!
Aan de zwarte. kant zijn dat het A.N.C. en vooral de "Comrades", de radicale jongeren, die zich bedienen van de beruchte "halsbanden".
Aan de blanke zijde is dat de A.W.B. (de Afrikaanse Weerstandsbeweging).
Dat zijn de radicalen van beide kanten, die niet tot een vergelijk willen' komen.
Zullen de gematigden onder blank en zwart het winnen van de radicalen? Dat is de klemmende vraag. Menselijk gesproken, is er dan alleen hoop voor Zuid-Afrika, maar dat moet dan wel de echte, Christelijke hoop zijn!
O. Mooiweer, Enschede